Scholen moeten ontucht aangeven

ROTTERDAM 13 SEPT. Schoolbesturen worden verplicht aangifte te doen als een docent ontucht pleegt met een leerling. Dat staat in het wetsvoorstel 'aangifte- en meldingsplicht bij seksuele intimidatie op school' van staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs). De aangifteplicht moet voorkomen dat scholen zedenmisdrijven door leraren binnenskamers proberen op te lossen, zoals op de vrijgemaakt-gereformeerde scholengemeenschap Guido de Brès in Amersfoort is voorgevallen.

Door de verplichte inschakeling van justitie verwacht Netelenbos bovendien dat het voor pedofielen onder het schoolpersoneel moeilijker zal worden hun seksuele misdragingen op een andere school voort te zetten. Bij een vermoeden van seksuele handelingen met een minderjarige leerling moet het schoolbestuur contact opnemen met een vertrouwensinspecteur van de onderwijsinspectie. Blijkt uit overleg tussen het schoolbestuur en de vertrouwensinspecteur dat er een redelijk vermoeden is van een strafbaar feit, dan wordt justitie ingeschakeld.

Het wetsvoorstel geldt voor zowel openbare als bijzondere scholen in het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en de instellingen voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie. Tot dusver bestond er alleen een meldingsplicht bij zedenmisdrijven voor personeel van openbare scholen, omdat zij als ambtenaar onder het ambtenarenreglement vallen.

De Onderwijsvakbonden CNV zijn tegen de wijze waarop in het wetsvoorstel de meldingsplicht voor schoolpersoneel is geregeld. Docenten die één van hun collega's van ontucht verdenken, moeten dit volgens het voorstel aan het schoolbestuur melden. Doet een leraar dat niet, dan kan die door de schoolleiding op het matje worden geroepen. Deze meldingsplicht moet voorkomen dat het schoolbestuur niet op de hoogte is van een zedenmisdrijf, terwijl deze bij het personeel wel bekend is.

Door de meldingsplicht wordt het schoolpersoneel “vogelvrij” verklaard, meent een woordvoerder van de Onderwijsbonden CNV. Het CNV vindt dat het personeel met hun verdenking bij een onafhankelijk vertrouwenspersoon terecht moet kunnen. “Die kan dan als intermediair optreden.”