'Sancties tegen vervolging religie'

WASHINGTON, 13 SEPT. De Republikeinse leiders in het Amerikaanse Congres hebben zich deze week achter een wetsvoorstel geschaard dat economische sancties oplegt aan elk land dat mensen vervolgt om hun geloof. Het Witte Huis staat afwijzend tegenover het voorstel, dat afkomstig is van conservatief-christelijke groeperingen in de Verenigde Staten.

De regering-Clinton vreest dat een dergelijke sanctieregeling haar te veel aan banden legt bij het bedrijven van haar buitenlandse politiek. De betrekkingen met China zouden er vrijwel zeker door onder zware druk komen te staan. Ook een bondgenoot als Saoedi-Arabië zou dan met economische sancties gestraft moeten worden.

Woensdag gaf zowel Newt Gingrich, de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, als Trent Lott, leider van de Republikeinse meerderheid in de Senaat, zijn steun aan het plan. Daardoor zijn de kansen dat het voorstel door het Congres wordt aangenomen, sterk gegroeid. “Dit is een van de belangrijkste prioriteiten van dit Republikeinse Congres”, zei Gingrich. De steun van het Republikeinse leiderschap voor de 'Wet op Vrijheid van Religieuze Vervolging”, zoals de wet heet, is een teken van de groeiende bemoeienis van christelijk-rechts met het Amerikaanse buitenlandse beleid.

De belangengroep Christian Coalition bijvoorbeeld, die bijna twee miljoen leden telt, heeft de strijd tegen religieuze vervolging in de wereld vorige maand uitgeroepen tot haar voornaamste prioriteit op Capitol Hill. De bestrijding van het recht op abortus in eigen land is daarmee naar het tweede plan geschoven.

De conservatief-christelijke groepen begeven zich op een terrein dat tot voor kort gedomineerd werd door progressieve mensenrechtenorganisaties. Dit voorjaar spraken leiders van christelijke organisaties zich bijvoorbeeld ongewoon hard uit tegen verlenging van de normale handelsstatus van China.

Omdat christenen in China niet vrij zijn om hun geloof uit te oefenen, zo betoogden ze, zouden de Verenigde Staten geen normale handelsrelaties met het land moeten onderhouden.