Rijkswaterstaat: Vliegveld in Markermeer niet mogelijk

ROTTERDAM, 13 SEPT. De aanleg van een veilige luchthaven in het Markermeer is volgens Rijkswaterstaat onder de huidige omstandigheden niet mogelijk. Het risico van fatale botsingen tussen vliegtuigen en vogels is onaanvaardbaar groot.

Dit risico zou alleen voldoende kunnen worden verkleind door verplaatsing van het natuurgebied Oostvaardersplassen, een maatregel die Rijkswaterstaat 'prohibitief' noemt, gezien de waarde van het natuurgebied. Dit blijkt uit de samenvatting van resultaten van het onderzoek dat de Bouwdienst van Rijkswaterstaat heeft verricht naar civieltechnische aspecten van de aanleg van een nieuw vliegveld op acht verschillende locaties. Daarvan heeft het Markermeer de voorkeur van de KLM.

Dit onderzoek is een van de circa veertig die worden uitgevoerd in het kader van de zogeheten nut- en noodzaakdiscussie over de toekomst van de Nederlandse luchtvaartinfrastructuur. Volgende week worden de meeste onderzoeksresultaten besproken op een conferentie in Rotterdam.

Ook bij aanleg van een vliegveld in zee of op de Maasvlakte vormen vogels een risico, maar dit is volgens Rijkswaterstaat 'naar verwachting beheersbaar'. Op een twee weken geleden speciaal voor de luchthavendiscussie gehouden bijeenkomst van vogeldeskundigen werd de conclusie getrokken dat op de locaties Markermeer en Maasvlakte een veel hogere 'vogelmassa' aanwezig is dan op Schiphol. De vogeldeskundigen constateerden dat er over de hoeveelheid vogels boven de Noordzee een groot gebrek aan kennis bestaat. Nader onderzoek is volgens hen noodzakelijk voordat kan worden beoordeeld of, en zo ja, hoe daar een vliegveld kan worden aangelegd.

Een vliegveld op een eiland in de Noordzee is verreweg de duurste optie die in de discussie een rol speelt. De uitvoering die de voorkeur heeft van de Schipholdirectie - start- en landingsbanen op het eiland, terminal op het huidige Schiphol, beide verbonden door een tunnel met een hogesnelheidsverbinding - zou in orde van dertig miljard gulden kosten.

Volgens een van de ten behoeve van de luchtvaartdiscussie verrichte onderzoeken zou echter een aanzienlijk deel daarvan zijn terug te verdienen door de verkoop van vrijkomende grond op en rond het huidige vliegveld. Het bureau Radix becijferde de opbrengst van bouwrijpe grond op twaalf à vijftien miljard gulden. Volgens Rijkswaterstaat zou een luchthaven in de Noordzee op zijn vroegst in 2017 in gebruik genomen kunnen worden, mits reeds volgend jaar met de procedure wordt begonnen.