POSTCOÏTUM-TEST

Op de voorpagina van NRC Handelsblad van 30 augustus vernemen wij dat de postcoïtum-test, een onderzoek dat jaarlijks bij vele duizenden paren met vruchtbaarheidsproblemen wordt uitgevoerd, niets zegt over de kans om zwanger te worden en derhalve beter afgeschaft kan worden.

Deze stellingname wordt verder toegelicht in de bijlage Wetenschap & Onderwijs. Daarin staat een interview afgedrukt met de gynaecoloog dr. S.G. Oei, die vorig jaar april op dit onderwerp promoveerde. Ofschoon wij van mening zijn dat medische polemiek beter in daarvoor geëigende vakliteratuur gevoerd kan worden, wekt een dergelijke uitspraak bij patiënten zoveel onrust en vragen op, dat een reactie op zijn plaats is.

Het lezerspubliek heeft er recht op ook de argumenten ten faveure van de test te horen. Hoewel het artikel in het Tijdschrift voor Fertiliteitsonderzoek, waarin één van ons juist pleit vóór behoud van de test, even genoemd wordt, is het jammer dat de argumenten uit dit artikel volledig buiten beschouwing worden gelaten.

Dr. Oei stelt dat voorstanders van de test zich baseren op case-reports! Deze representeren zo ongeveer de zwakste wetenschappelijke bewijsvoering die denkbaar is. Voorstanders baseren zich echter juist op een zogenoemde meta-analyse. Bij een meta-analyse worden alleen die studies uit de overdaad van literatuur geselecteerd, die goed zijn opgezet en voldoen aan van te voren opgestelde strenge selectiecriteria. Met andere woorden, zo ongeveer de sterkste bewijsvoering die denkbaar is. Zo'n meta-analyse levert wel degelijk een significant voorspellende waarde op voor de postcoïtum-test.

Tweede argument ten faveure van de postcoïtum-test is het feit dat de test in verschillende predictie-modellen als significante factor naar voren komt om de kans op spontane zwangerschap te voorspellen. In het meest recent gepubliceerde model (model-Snick) was het zelfs de test met de grootste voorspellende waarde. Deze informatie is van essentieel belang om de echtparen over hun kansen en het te voeren beleid zo goed mogelijk te informeren.

Reeds langer geleden heeft Hamilton aangetoond dat het bepalen van het juiste tijdstip van de test en de standaardisatie ervan cruciaal zijn voor de juiste interpretatie. De opmerking dat het onderzoek dat Hamilton voorstelt al lang door Oei uitgevoerd zou zijn, is onjuist, daar Oei in zijn proefschrift vaag blijft over de gehanteerde methode van timing ten opzichte van de eisprong. Er is meer commentaar mogelijk op het onderzoek, maar details willen we de lezer besparen. Hoofdzaak is dat patiënten die binnenkort op advies van hun gynaecoloog de postcoïtum-test ondergaan gerust kunnen zijn: de test is niet overbodig, maar kan waardevolle informatie opleveren.