Philips dreigt VEB notulen te moeten verstrekken

ROTTERDAM, 12 SEPT. Philips dreigt de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) toch inzage te moeten geven in vertrouwelijk financieel materiaal over de besluitvorming binnen het Eindhovense concern, voorafgaande aan het vertrek van toenmalig topman C. van der Klugt in 1990. Het Openbaar Ministerie heeft een door Philips hiertegen ingesteld beroep grotendeels verworpen.

Als de Hoge Raad de conclusie van het OM overneemt moet Philips de financiële gegevens verstrekken waarom de Vereniging van Effectenbezitters heeft gevraagd. Dat stelt de VEB, die over de kwestie tegen Philips procedeert, in een persbericht dat gisteren is uitgegeven.

Een woordvoerder van Philips wil geen consequenties verbinden aan de conclusie van het OM. “Wij lopen niet vooruit op de conclusie van de Hoge Raad', zegt hij.

Aanleiding voor de VEB-procedure die in 1991 werd aangespannen is de informatieverschaffing van Philips. Van der Klugt voorspelde op 10 april 1990 op de aandeelhoudersvergadering een positieve gang van zaken voor het concern, maar Philips moest die verwachting drie weken later, op 3 mei, weer inslikken. De affaire was de inleiding tot het vertrek van Van der Klugt.

De zaak is uniek in Nederland doordat de VEB een uitspraak van de rechter wil dat een bedrijf gedupeerde aandeelhouders interne informatie moet geven over de gang van zaken zodat zij daarmee een schadeclaim kunnen vorbereiden als ze dat willen. Dat kan ook in de Verenigde Staten. Philips heeft een rechtszaak over deze affaire met Amerikaanse beleggers een aantal jaren geleden geschikt voor een bedrag van bijna tien miljoen dollar.

Het gerechtshof in Den Bosch oordeelde in het voorjaar van 1996 dat Philips inzage moest geven in notulen van de raad van bestuur en ander geheim materiaal. Het gerechtshof noemde het in zijn arrest “schier onvoorstelbaar” dat Philips op de gewraakte aandeelhoudersvergadering nog geen signalen had over de “rampzalige berichten” die drie weken later volgden.

Het gerechtshof beval Philips om alle interne informatie over de resultaten in het eerste kwartaal van 1990 te verstrekken alsmede de gegevens waarop de verwachtingen in het jaarverslag en de aandeelhoudersvergadering waren gebaseerd plus informatie over het laatste kwartaal van 1989.

Het vrijgeven van deze informatie is volgens het gerechtshof onschadelijk voor de concurrentiepositie van het bedrijf, omdat de gebeurtenissen zich zes jaar geleden hebben afgespeeld.

Volgens de VEB is het Openbaar Ministerie van opvatting dat het Hof ten onrechte wettelijke bepalingen over misleidende reklame van toepassing heeft geacht. “De conclusie van het OM laat de verplichting van Philips de stukken ter beschikking te stellen aan de VEB echter volledig intact”, aldus de VEB in haar gisteren uitgegeven persbericht.

Als de Hoge Raad het advies overneemt in zijn arrest van (waarschijnlijk) 7 november aanstaande en Philips de gevraagde stukken ter beschikking moet stellen is volgens de VEB sprake van een belangrijke principiële ontwikkeling in het Nederlandse ondernemingsrecht.