Ouders dekken zich vaker in via studieverzekeringen; Titel doet aanslag op beurs

Nu de Commissie Hermans dit najaar advies zal uitbrengen over de toekomst van de studiefinanciering, is het niet denkbeeldig dat ouders van aanstaande studenten zich eens flink achter de oren zullen krabben. Velen vrezen dat de conclusies van de commissie verstrekkende gevolgen hebben voor hun eigen beurs.

Steeds meer ouders nemen daarom nu al maatregelen om hun kinderen van een toekomstig plaatsje in de collegebanken te verzekeren. Bijvoorbeeld door de kinderbijslag opzij te leggen of door een studieverzekering af te sluiten. In sommige families openen kapitaalkrachtige grootouders een spaarbankboekje voor de scholing van het kleinkind.

Er zijn ook alternatieve bronnen van studiefinanciering. Particuliere studiefondsen bijvoorbeeld, zoals de Stichting Studiefonds Bemolt in Dordrecht, waarin een door de gezusters Johanna en Margaretha Bemolt nagelaten legaat is ondergebracht. De doopsgezinde dames droegen het onderwijs een warm hart toe en daar kunnen studenten nog steeds de vruchten van plukken. Tenminste, als ze vanaf hun tiende jaar opvoeding en onderwijs hebben genoten in Dordrecht, jonger zijn dan 24 jaar en van plan zijn een universitaire opleiding te volgen.

De bankrekening van het fonds, gesticht in 1909, is nog steeds hoog genoeg om jaarlijks vijf universitaire studenten ieder twee tot drie mille te schenken. Studenten die niet (meer) in aanmerking komen voor studiefinanciering, armlastig zijn of studenten die zichzelf liever niet met een (soms torenhoge) studieschuld op willen zadelen, kunnen een beroep doen op het fonds. Als ze aan de voorwaarden voldoen, verstrekt 'Dordrecht' jaarlijks een studiebijdrage.

Het Studiefonds Bemolt is één van de circa vijftig particuliere fondsen waar studenten voor steun terecht kunnen. Vaak in de vorm van een gift, soms in de vorm van een lening. De bedragen variëren van 300 gulden tot een paar duizend gulden per student. Ook de universiteiten en hogescholen zelf hebben meestal een studiefonds voor studenten die buiten de reguliere voorzieningen vallen, zoals studenten die te oud zijn voor een beurs of vluchtelingen.

Studeren is een kostbare aangelegenheid. Hoe kostbaar precies, hangt af van de situatie. Op kamers wonen is uiteraard duurder dan thuis blijven, een particuliere ziektekostenverzekering is duurder dan het ziekenfonds en wie tweedehandsboeken koopt of ze van de bibliotheek leent is goedkoper uit dan degene die boeken nieuw koopt. De Informatie Beheer Groep, belast met de uitbetaling van de studiebeurzen, heeft maandbudgetten opgesteld voor verschillende types studenten: uitwonenden, thuiswonenden, MBO'ers en studenten in het hoger onderwijs. Elk maandbudget is samengesteld uit vier uitgavenposten: kosten voor levensonderhoud (inclusief wonen), boeken en leermiddelen, een onderwijsbijdrage zoals collegegeld (2575 gulden per jaar voor voltijdsstudenten in het hoger onderwijs) en verzekeringen.

Voor studenten in het hoger onderwijs zijn er twee verschillende budgetten: een maandbudget van 877,68 gulden voor thuiswonende studenten en een bedrag van 1212,68 gulden voor uitwonende studenten. Het verschil van 335 gulden gaat naar de huur van een kamer. Dit lijkt, zeker in de randstad, een weinig realistisch bedrag.

De meeste studenten in het hoger onderwijs die jonger zijn dan 27 jaar en voltijds studeren, zullen gewoon de basisbeurs aanvragen (inclusief OV-jaarkaart). In dat geval ontvangen zij per maand 425 gulden (voor uitwonenden) of 125 gulden (voor thuiswonenden). Omdat hiermee natuurlijk niet alle kosten zijn gedekt, kunnen studenten daarnaast aanvullende financiering aanvragen. Er zijn drie mogelijkheden: alleen een 'ouderafhankelijke' aanvullende beurs (maximaal 421,14 gulden voor uitwonenden en 386,14 gulden voor thuiswonenden) die, evenals de basisbeurs, eerst als lening wordt uitgekeerd en pas wordt omgezet in een gift als voldoende studiepunten zijn behaald. Daarnaast bestaat er de ouderafhankelijke aanvullende beurs in combinatie met een rentedragende lening òf uitsluitend een rentedragende ouderonafhankelijke lening. De beide laatste mogelijkheden komen op hetzelfde totaalbedrag uit: 752,68 gulden voor thuiswonende studenten en 787,68 voor uitwonenden. Lenen kan, afhankelijk van het aantal jaren en het geleende bedrag, oplopen tot een studieschuld van 40.000 gulden of meer.

Wie geen zin heeft in een lening, kan besluiten de beurs aan te vullen door te gaan werken in een café, als taxichauffeur of als telemarketeer. Tot 15.000 gulden netto per jaar mag je als student bijverdienen - inclusief stagevergoedingen, giften van particuliere fondsen en wezenpensioenen - zonder dat er op de beurs wordt gekort. Bijverdienen levert echter vooral voor eerstejaarsstudenten nogal eens studievertraging op, zo blijkt uit onderzoek van het SCO Kohnstamminstituut. Dat kan een reden zijn maar van het bijbaantje af te zien.

Geen tijd voor een baantje, een lage (of helemaal geen) basisbeurs en dure leningen, dat is precies waar verzekeringsmaatschappijen met op anticiperen met produkten als 'studieverzekering' en 'kinderspaarbeurs'. Ook de banken laten zich niet onbetuigd met fiscaal aantrekkelijke spaarregelingen die vrijkomen op het moment dat zoonlief of dochter zich meldt bij hogeschool of universiteit.

De mogelijkheden zijn talloos. Een voorbeeld: je kind is vijf jaar en je verwacht dat hij op zijn twintigste vier jaar zal gaan studeren. Je wilt daarvoor 1200 gulden per maand uittrekken, want je verwacht dat over vijftien jaar niemand meer weet wat een basisbeurs precies was. Dan heb je dus een kleine 60.000 gulden nodig en dat betekent, afhankelijk van de verzekeringsmaatschappij, de bank èn het rentepercentage, al snel een premie van tussen de 220 en 250 gulden per maand.

Veel (vooral grote) bedrijven hebben studiefondsen voor de kinderen van hun werknemers. Philips heeft zo'n fonds, evenals C&A en Shell. De 'Commissie Studiebeurzen' van Shell krijgt jaarlijks aanvragen voor vierhonderd beurzen. Daarvan worden er honderd toegekend, onafhankelijk van het inkomen van de ouder, weet een woordvoerder van Shell te melden. De beurs, toegekend in de vorm van een gift, wordt gedurende de gehele studie verstrekt. Liever niet aan studiehoofden. Het gaat juist om andere capaciteiten dan studeren. Wie creatief is en organisatietalent heeft maakt de meeste kans op een beurs van Shell, ter waarde van 4500 gulden per jaar. Geen enkele studie in het hoger onderwijs is uitgesloten. Bij het Bemolt Studiefonds wèl: er wordt geen geld overgemaakt aan universitaire studenten krijgskunde. Die studie bestaat gelukkig niet.

Voor een overzicht van de kosten die verbonden zijn aan studeren: de folder 'Geld en Studeren' van het Nibud, telefoon 030-2306706