Niets meer omhanden

ALLES WORDT ANDERS in China. De Chinese president Jiang Zemin heeft het vijftiende congres van de communistische partij gisteren geopend met een toespraak die nauwelijks kan worden overschat. Nagenoeg alle terreinen van het maatschappelijk leven zijn volgens Jiang Zemin aan hervorming toe.

Met de staatsbedrijven, waar bijna tien procent van de bevolking op de loonlijst staat, gaat het niet goed. Het leger, met drie miljoen man het grootste ter wereld, dient met ruim tien procent te worden ingekrompen, zodat er wat lucht komt in de staatshuishouding. Ook op de regering hoort de wet van toepassing te zijn. En de partij zelf moet worden gezuiverd van corrupte functionarissen.

Uiteraard zijn dit allemaal stappen in het socialistische plan dat 'grote roerganger' Mao en de dit jaar overleden Deng al hadden uitgezet. Het Westen zal in China niet worden “geïmiteerd”, zei Jiang Zemin. Maar: “We komen nergens als we het marxisme statisch blijven bestuderen”. Kortom, ook Marx moet weer in het volle leven komen te staan.

NU HET PARTIJCONGRES in Peking te verstaan is gegeven dat er een nieuwe fase in het socialisme op til is die zelfs de erfenis van Marx niet onberoerd zal laten, begint de vergelijking met de Sovjet-Unie ten tijde van Michail Gorbatsjov zich op te dringen. Wie in een communistische partij met Marx begint te rommelen, slaat de bijl aan de wortel. Gorbatsjov koos tien jaar geleden voor een Westerse aanpak. Hij wilde beginnen bij de 'bovenbouw' in de hoop dat de basis zou volgen. In China bewandelde Deng de tegenovergestelde weg: eerst de economie hervormen, wat daarna zou volgen was van later zorg.

De Chinezen hebben gelijk gekregen. Terwijl de Sovjet-Unie verkruimelde, ideologisch, economisch en sociaal, stortte China zich in de vaart der volkeren. De zogenaamde 'aziatische' vleugel binnen de CPSU van Gorbatsjov wees daar regelmatig op. Zonder ideologische dogmatiek geen machtsmonopolie, wist dit kamp. Maar het was al te laat, zo bleek in de zomer van 1991, toen de 'aziaten' een mislukte poging deden het tij te keren. De afloop is bekend: de Sovjet-Unie hield op te bestaan.

De Chinese president heeft intussen voor zijn partij nog allerhande taken in het verschiet. De communisten moeten blijven luisteren naar de massa. Ze moeten hun ideologische greep op de samenleving zien te behouden, zodat de regering haar werk beter kan doen. De media bijvoorbeeld zullen, anders dan in de Sovjet-Unie tien jaar geleden, niet op de operatietafel van het reformisme worden gelegd. 'Verzet tegen de erosie door decadente ideeën en culturen' blijft de dagorder.

Maar de Chinese communistische partij is niet zomaar een partij. Het is een organisatie met bijna zestig miljoen leden, een formatie waar vijf procent van de bevolking belang bij heeft. Om nog maar te zwijgen van de functionarissen die, juist dankzij de stormachtige economische groei, dubbel incasseren. Omdat ze macht hebben, kunnen ze corrupt zijn. Van het begrippenpaar 'recht en orde' is voor hen orde veel wezenlijker dan recht. Als het Jiang Zemin menens is en hij bovendien succes heeft met zijn voornemen om een juridische bodem te leggen onder de Chinese economie, zullen zij straks werkeloos moeten toezien hoe anderen de macht grijpen. Het gedruis waarmee dat gepaard zal gaan, zal ook buiten China te horen zijn.