Niet schrijnend

Een poosje geleden was het 'Bolkestein'. Als er op de gang een paar stonden te praten en je liep langs zonder te willen weten over wie ze het hadden, hoorde je toch nog per ongeluk: Bolkestein! Jabolkestein Neebolkestein! En als je terug kwam was dat nog zo. Hoe kwam dat? Het is een naam die zich goed voor gedempte besprekingen leent: de B die door de stomme o vanzelf tot een plofje wordt, en dan het stein erachter.

Er zijn meer van die namen. Kok op zichzelf is niet voldoende, maar ga je in je eentje ergens op een straathoek staan en je zegt een paar keer achterelkaar Wimkok wimkok wimkok, dan zul je merken dat er vanzelf mensen blijven staan en mee gaan doen. Anderen komen langs, kijken naar de druk pratenden en denken: Die hèbben het ergens over. Het komt door de doffe i, de scherpe k en de doffe ò. De m begint er al rudimentair uit te zien.

Iedere naam die tot bespreken verleidt, heeft zijn conjunctuur. Iemand wiens naam we nooit zullen kennen, heeft de kwaliteit van deze bespreeknaam ontdekt. Die begint ermee. Het werkt aanstekelijk, de curve gaat omhoog en dan weer naar beneden zoals een normale curve doet. Is de top bereikt dan is er geen gesprek, geen stukje in de krant zonder deze naam. Gebruik je de naam niet dan doe je niet mee. De naam is het toegangsbewijs tot het maatschappelijk leven geworden. Op dat ogenblik is het verval begonnen, al merkt haast niemand het.

Afgezien daarvan: het begint, vind ik, al vlug iets gênants te krijgen, iedere dag met zo'n naam in het rond te smijten. Verplicht eerbetoon aan de postmoderne heilige van de dag van de nationale of mondiale neopubliciteit. Iedereen doet haar/zijn best om op zijn/haar gelovigst over te komen. Nu is het opnieuw de man met de twee heldere ü's die binnenkort zal worden uitgezet, uit ons door zijn tolerantie en zijn p.model wereldberoemde land. Een oppassende, vriendelijke en energieke man met een idem vrouw en een stuk of wat kinderen. Ze spreken allemaal goed Nederlands, een paar van de kinderen heel goed omdat ze hier geboren en getogen zijn. Het hoofd van dit gevaarlijk gezinnetje heeft ten einde raad een kort geding aangespannen. De rechter heeft geoordeeld dat in dit geval 'geen sprake is van zeer schrijnende individuele feiten en omstandigheden' of klemmende humanitaire redenen.

De Telegraaf heeft een goed idee gehad: een verslaggever en een fotograaf naar de oorspronkelijke woonplaats van de ongewensten gestuurd. De foto van Glenn Wassenbergh toont een krotje met gescheurde muren, naast een dito krotje, in een veldje met rotsblokken. (Fotografen, blijkt, doen ook weleens iets goeds). Daar lopen de kinderen straks. Er valt niet veel te rolschaatsen, zo te zien. Ze zullen er niet veel mee opschieten dat ze precies weten waar de Waddeneilanden liggen en hoe de grote rivieren heten en wanneer je het hulpwerkwoord hebben moet gebruiken en wanneer een vorm van zijn.

Ik ken de argumenten. Wet is wet, geen uitzonderingen, ze hebben alle kansen gehad, op de rechtspleging valt niets aan te merken, dit is een rechtsstaat die streeft naar onberispelijkheid. In deze redenering is op zeker ogenblik, waarschijnlijk zonder dat iemand het heeft gewild, iets binnengeslopen waardoor de dienaren van het recht tot personeel van een geautomatiseerd hakblok zijn geworden. Wat het systeem van steun en toeverlaat voor ieder mens in Nederland hoort te zijn, wordt tot machine met een robotstem: 'Geen sprake van zeer schrijnende individuele feiten en omstandigheden'. Heeft de machine met de ongewenste kinderen gepraat? Machines praten niet met kinderen.

Het is verkeerd aangepakt, zegt me een politieke waarnemer. Van het begin af is er te veel publiciteit geweest. De staatssecretaris, Kamerleden, het kabinet, iedereen heeft zich er steeds verder mee bemoeid. Daardoor hebben ze zichzelf in een fuik gewerkt waar ze niet meer uit kunnen. Typisch voorbeeld van houtenklazerigheid in de Hollandse politiek. Ze hebben het onherroepelijke zelf over zich afgeroepen. Dit deskundig commentaar klinkt plausibel, met mijn kanttekening dat het onherroepelijke niet door de staatssecretaris, de Kamer, het kabinet en de rechter wordt ervaren, maar uitsluitend door het staatsgevaarlijk gezin.

In hoeverre zijn inhoud en geest van de wet, en rechtsgevoel congruent? Het kost me weleens vaker moeite het een met het ander te verzoenen, maar dan denk ik: nouja, uitzondering. Een informant die met twee miljoen gulden en een nieuwe identiteit door de staat naar een ver buitenland wordt gestuurd om daar een nieuw leven te beginnen, en zich dan als duivenfokker in een Haagse buitenwijk vestigt: zoiets moet je zien als de moderne versie van Tyl Uylenspiegel of Felix Krull. Het is niet goedkoop, maar je hebt waar voor je geld.

Mijn rechtsgevoel zegt me: dit geval deugt niet. Zet al je pretenties van tolerantie opzij, spreek nooit meer over het p.model. Meesters Spong, Spigt, familie Moszkowicz, hoeveel heb ik al over u gelezen. Het gaat deze keer niet over de klank van een naam, maar over wat de rechter heeft genoemd 'geen schrijnende feiten'.