'Ms. Madlin' was snel weer weg

Terwijl de Amerikaanse minister van Buitenlandse zaken, Madeleine Albright, deze week langdurig en in een ontspannen sfeer een Israelische school in West-Jeruzalem bezocht, sprak ze een dag later in Ramallah

kort en afgemeten met Palestijnse leerlingen. RAMALLAH, 13 SEPT. “Ik ben teleurgesteld”, zegt Carmel Husari. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, is zojuist met gierende banden de oprijlaan van de Friend's School uitgereden. Na een onderhoud van twintig minuten heeft zij Carmel (16) en 27 andere Palestijnse eindexamenscholieren in uiterste ontreddering achtergelaten. “Albright had het alleen maar over Palestijns terrorisme en Hamas”, zegt Carmel, omringd door al even opgewonden klasgenotes in jeans en donkerblauw schoolschort.

“Alsof alles onze schuld is. Dat ik vandaag stiekem onder heggen door moest kruipen om überhaupt op school te kunnen komen, laat haar koud. De Israelische afsluitingen zijn toch ook een vorm van terrorisme? Ik ben de hele week al niet naar school geweest. De Israelische soldaten laten me er niet door. Ze maken onze toekomst kapot. Dat dit een van de oorzaken is voor al die rottige bomaanslagen, dat begrijpt Albright niet.”

“Joh, Albright weet niet eens wat een wegversperring is”, roept een jongen. “Ze is per helikopter van Jeruzalem naar Ramallah gevlogen, zo bang was ze dat ze vermoord zou worden. Als ze die 25 kilometer met de auto had afgelegd, had ze tenminste gezien hoe wij hier elke dag worden behandeld.”

De scholieren van deze Amerikaanse elite-school in Ramallah (geleid door de Quakers) hadden torenhoge verwachtingen van Albrights bezoek. Ze waren vereerd dat zij, pubers met een heftig politiek ontloken bewustzijn, waren uitverkoren. Naar hun mening wordt in dit vredesproces immers zelden gevraagd. Ze hadden allemaal op de televisie gezien dat Albright de avond ervoor een uur had doorgebracht in een Amerikaanse school in Israelisch West-Jeruzalem. Daar had ze het wereldnieuws mee gehaald, want ze sprak er voor het eerst tijdens haar tweedaagse bezoek aan Israel haar afkeuring uit over de Israelische afsluitingen van de Westelijke Jordaanoever en Gaza, de uitbreiding van nederzettingen en de vernietiging van Palestijnse huizen in Oost-Jeruzalem. Albright had zelfs een scholiere gevraagd of haar groene haar het resultaat was van 'chemische experimenten'. Het was ontspannen geweest, uitgebreid.

Dat maakte de Palestijnse scholieren nog meer vastbesloten om haar in eenzelfde sfeer over hun levens te vertellen, van hun kant van het verhaal te overtuigen. Zo had de 17-jarige Firas een goed lijkend portret getekend van Albright.

Pagina 5: 'Met zo'n stijve hark komt er nooit vrede'

Een ander had namens alle Palestijnse scholieren die er niet bij konden zijn een lange brief aan 'Ms. Madlin' getikt. Een derde had drie A-4tjes vol vragen opgesteld. Maar in Ramallah bleek alleen tijd voor een toespraak van drie minuten en vijf vragen. Albright zei niets nieuws. Het was een afgemeten, haastig bezoek. Want voor ze naar Syrië vertrok, had Albright op de valreep nog een toespraak op de radiozender 'Voice of Palestine' en een extra gesprek met PLO-leider Yasser Arafat ingelast.

Terwijl de Amerikaanse veiligheidsdienst met honden het schilderachtige ruwstenen gebouw uitkamde, moesten de scholieren door de metaaldetector. Sommigen moesten zelfs een vingerafdruk zetten. Toen zetten zij zich nerveus in een kring, in een klas die volhing met voorlichtingsaffiches over aids, drugs en alcohol. Stipt op tijd, geëscorteerd door zwaar contingent Amerikaanse mariniers in gevechtstenue, ging minister Albright onder het schoolbord zitten. Firas gaf haar de tekening en ze zei: “Dankzij jou zie ik er jonger uit.” Daarna glimlachte zij niet meer. Ook de scholieren bleven gespannen.

Toen het voorbij was, kwam de ontlading. Ze riepen met verhitte gezichten door elkaar heen, hunkerend naar een gewillig oor voor de politieke analyses en vragen die ze niet met Albright hadden kunnen delen. “Toen ik vroeg of ze vindt dat Oost-Jeruzalem de hoofdstad van Palestina kan worden,” zegt een scholier met een zwaar Amerikaans accent. “kreeg ik een antwoord over Hamas! Ze neemt ons niet serieus. Ze communiceerde niet met ons.”

Ook de anderen vatten, zoals te verwachten, Albrights ontwijkende antwoorden en haar nadruk op terrorisme niet op als een professionele strategie, maar als een persoonlijke belediging.

Een scholier vraagt zich af waarom Amerika wel de zwakke partij in Bosnië en Haïti steunde, maar “de Palestijnen laat stikken”. Hij vindt het verdacht dat de minister hun op hun vrije vrijdag naar school liet komen, terwijl zij het in Israel niet in haar hoofd haalde een afspraak te maken op de joodse Sabbat.

“Albright is pro-Israelisch,” stelt ook Rami Nazzal vast. Er parelen zweetdruppels in zijn stekeltjeshaar. “Israel krijgt jaarlijks drie miljard dollar van Amerika en wij maar 42 miljoen! En in Israel heeft ze in een ziekenhuis overlevenden bezocht van de bomaanslag van vorige week. Ze wil niet begrijpen dat wij ook gewond zijn.”

Terwijl Albright elders in de stad bekendmaakt dat Palestijnse en Israelische onderhandelaars elkaar binnenkort in Washington zullen ontmoeten, geeft een meisje de minister vanonder de jasmijnbomen op het schoolplein de genadeklap: “Met een stijve hark als zij komt er nooit vrede.”