Koningsdrama

Wat zou ik hem gevraagd hebben, als de RVD mij had uitverkoren om 'Het Interview' te maken. Ongeveer hetzelfde als Witteman. Geen journalist had veel andere vragen verzonnen - Witteman was vrij in zijn vraagstelling - en de prins had, anders dan twee jaar geleden in het nooit gepubliceerde interview met deze krant, van zijn moeder kennelijk ruimte gekregen om te antwoorden.

Bovendien, RVD-directeur Eef Brouwers bevestigde mij dat vrijdagochtend met de hand op het hart, de prins noch hijzelf heeft de vragen van tevoren gezien. “Er zijn wel voorbereidende gesprekken geweest over onderwerpen die mogelijk aan de orde zouden of konden komen, zodat - maar dat is normaal bij ieder interview - de prins zich enigszins kon voorbereiden.”

Toch klopte het niet. Niet omdat Willem Alexander niet okay was, want dat was hij wel, en ook niet omdat Witteman iets verkeerds deed, maar omdat het interview was opgenomen voor de dood van prinses Diana.

Ik had willen weten hoe de kroonprins en zijn familie alle commotie die daarop volgde, hebben ervaren. Is er gehuiverd in de Haagse paleizen? Hebben ze gekeken naar de begrafenisplechtigheden en naar de reacties van dat overspannen Britse volk? Zagen ze hun koninklijke collega's wankelen? Hebben ze hun solidariteit betuigd met de Windsors? Hun perikelen geëvalueerd?

Witteman kón het allemaal niet vragen, want zijn gesprek met Willem Alexander heeft drie weken (!) op de plank liggen schimmelen.

De dood van Diana maakte hem wel even aan het schrikken, vertrouwde hij onder andere De Gooi en Eemlander toe, omdat het interview nu misschien aanpassing behoefde. Maar dat bleek niet nodig, aldus Witteman. Sterker nog, volgens hem is het interview juist interessanter geworden en hij vermoedt zelfs dat de prins bepaalde uitspraken überhaupt niet gedaan zou hebben als het gesprek na vorig weekeind plaatsgevonden had.

Ik kan me geen on-journalistiekere houding voorstellen. Waarom niet de RVD gebeld voor een nieuwe afspraak?

Omdat dat geweigerd zou zijn, vermoedelijk.

So what? Als de RVD een reactie van Willem Alexander had verboden, had NOVA kunnen weigeren het interview uit te zenden. Daar was trouwens weinig aan verloren geweest, want laten we eerlijk zijn: veel nieuws had de toekomstige koning Willem IV niet te melden. Om dit te verhullen, werd de kreet gelanceerd: 'Hij is er klaar voor'. Dat is geen nieuws, de man is tenslotte al dertig. Het omgekeerde zou aanzienlijk spectaculairder geweest zijn.

“De pers behoort de koning, die paladijn van de grondwet (...) kritisch en onafhankelijk te observeren”, zei prof. Harry van Wijnen eerder dit jaar in zijn inaugurele rede De pers en het geheim van het Noordeinde. “De taak van de pers is niet de monarchie te beschermen, noch de onschendbaarheid des Konings te ontzien.” Van Wijnen noemde de Kamer 'preuts' als het om de monarchie gaat, maar de pers is preutser dan preuts. Een interview uitzenden waar nauwelijks nieuws in zit: allà. Maar zo'n interview niet actualiseren als dat nieuws zich ineens hevig opdringt, zoals met de dood van Diana gebeurde, is een journalistieke zonde. Zolang 'fatsoenlijke' media zich zo blijven gedragen - niet onafhankelijk, maar aan de leiband van de RVD - houden de zo gesmade papparazzi een sterk alibi om hun werk onverdroten voort te zetten. Tot nu toe zijn het immers altijd papparazzi en roddelblaadjes geweest die ècht nieuws over de Oranjes, zoals de verloving van Juliana en Bernhard en die van hun dochter met Claus, naar buiten brachten.

Nog afgezien van deze journalistieke misser, laat ik het zo maar noemen, vond ik het ook om andere redenen jammer dat de prins niet kon reageren op het Koningsdrama overzee. Wat we nu zagen, was iemand die voorgeprogrammeerde teksten uitsprak. Af en toe leek het alsof Witteman een - niet al te ingewikkeld - tentamen staatsrecht afnam. Alleen soms schemerde er in het optreden van de prins iets door van wat je zijn persoonlijkheid zou kunnen noemen. Wat hij over zijn vader zei, was niet van te voren bedacht en des te roerender. Zijn opmerking over zijn oom Pieter van Vollenhoven was ronduit geestig en gaf iets aan van de, waarschijnlijk, open en aardige familieverhoudingen. Hij is gevoelig, zo bleek, neigt meer naar zijn vader dan naar zijn dominante moeder, en hij heeft gevoel voor humor.

Wat ik had willen horen - als er toch weinig nieuws was - waren bespiegelingen van een hardop denkende prins. Ik ben namelijk echt benieuwd naar wat hij te melden heeft over de vraag waaraan hij, zoals hij het zelf formuleerde, 'het recht' ontleent om koning te worden. Ik wil ook echt weten wat hij en de zijnen denken van de massapsychose in Engeland, waar het volk zich dermate met Diana en haar strijd tegen 'De Firma' heeft geïdentificeerd, dat het zich opwerpt om die strijd van haar over te nemen.

Veel mensen identificeren zich graag met beroemde doden, meestal ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Op bescheiden schaal beleven we dat nu hier met Joop van Tijn. Vrij Nederland drukt deze week maar liefst 23 in memoriams af van mensen die de ex-hoofdredacteur om het hardst prijzen om zijn onafhankelijkheid en eerlijkheid. “Lieve Joop”, schrijft de vrouw van burgemeester Peper, en “lieve groet, je Neelie”. Terecht herdenken collega's van Van Tijn hem als een belangrijk journalist, maar voor het overige zijn dit soort eerbewijzen - in de trant van: hij was ook mijn vriend, ik hoor er ook een beetje bij! - klef en onecht. Omgekeerd haalt ex VN-redacteur Gerard Mulder in HP/De Tijd zijn gram met het verhaal dat van Tijn helemaal niet zo eerlijk en onafhankelijk was, dat hij vriendjes de hand boven het hoofd hield en om die reden stukken uit de krant weerde. Zoiets had Mulder eerder moeten opschrijven. Alleen al omdat Van Tijn dan iets had kunnen terugzeggen.

Waaruit maar weer blijkt dat journalistiek alles te maken heeft met timing. Witteman hield zijn gesprek te vroeg, Mulder kwam te laat.