Jong geknuffelde ratten zijn later veel stressbestendiger

De eerste levensperiode is cruciaal voor de ontwikkeling op latere leeftijd, dat is bekend. Maar hoe? En waarom? De meeste ouders voelen deze zware verantwoordelijkheid haarfijn aan en maken zich soms grote zorgen over bijvoorbeeld de vraag of ze hun kleine kinderen nu juist heel vaak moeten knuffelen of juist niet - want dat zou dan weer 'verwennen' zijn, met alle gevolgen van dien.

Uit de hoek van het neurofysiologisch rattenonderzoek wordt hun deze week een handreiking gedaan bij deze moeilijke beslissing inzake het knuffelgedrag. Onderzoekers van de McGill-universiteit in Montreal en de Emory-universiteit in Atlanta hebben vastgesteld dat ratten die in de eerste tien dagen van hun leven vaak zijn gelikt en verzorgd door hun moeder op latere leeftijd bij stress-situtaties veel minder stresshormoon produceren. De oorzaak van deze veranderde hormoonhuishouding blijkt te liggen in genetische veranderingen in de hypothalamus, de hypofyse en de bijnieren, de gebieden die betrokken zijn bij de productie van stresshormonen (Science, 12 sept).

Zo bleek het productieniveau van stresshormonen (glucocorticoïden) als adrenocorticotropine (ACTH) en adrenaal corticosteron, bij vaak gelikte ratten zelfs omgekeerd evenredig te zijn met de mate van lichamelijk contact met de moeder in de eerste tien dagen. Een hoog niveau van glucocorticoïden kan een snellere veroudering van zenuwcellen veroorzaken. 'Geknuffelde' ratten vertonen op latere leeftijd dan ook minder afbraak van neuronen, maar ze begeven zich ook gemakkelijker in het open veld, hetgeen wijst op minder angst. Ook zijn in hun hersenen meer receptoren te vinden voor de angstonderdrukkende stof benzodiapine. Kennelijk wordt het productieniveau van de stresshormonen geprogrammeerd in de eerste tien dagen, daarna heeft het gedrag van de moeder geen invloed meer. De onderzoekers van Emory en McGill opperen dat deze programmering op jonge leeftijd evolutionair gunstig kan zijn geweest, omdat zo binnen een paar generaties belangrijke gedragsveranderingen tot stand kunnen worden gebracht.

Het was al sinds de jaren vijftig bekend dat jonge ratten die in hun eerste tien levensdagen vaak door laboratoriumpersoneel in de hand worden genomen op latere leeftijd minder stressgevoelig zijn. Later werd de gedachte geopperd dat die grotere emotionele robuustheid wel eens zou kunnen liggen aan het feit dat de moeders van deze ratten hun in de kooi teruggezette kroost onmiddellijk begonnen te likken. Dit idee is door het huidige onderzoek experimenteel bevestigd: De biochemische en gedrags-veranderingen bij dagelijks in de hand genomen ratten bleek hetzelfde als bij ratten van moeders die sowieso al vaker likten dan anderen.