In veel Oosteuropese landen staan de media onder druk

SOFIA, 13 SEPT. De persvrijheid die sinds de fluwelen revoluties van 1989 in Oost-Europa bestaat, is in een aantal landen op haar retour en heeft niet geleid tot een werkelijke onafhankelijkheid van de media.

Die waarschuwingen zijn geuit op een conferentie in de Bulgaarse hoofdstad Sofia over de vrijheid en onafhankelijkheid van de Oosteuropese media. De directeur van de UNESCO, Federico Mayor, zei dat het ontstaan van onafhankelijke media wordt gehinderd door regeringen die “in de verleiding komen de media door middel van wetgeving te controleren”. Volgens Mayor “werpt de afwezigheid van een traditie van communicatie tussen politici en de media hindernissen op voor de persvrijheid in Oost-Europa”. In een aantal landen is sprake van “directe censuur”. Ook bestaan er in diverse landen in Oost-Europa criminele organisaties die geweld uitoefenen tegen journalisten.

De organisatie Reporters zonder Grenzen bracht op de conferentie in Sofia een rapport uit over de mate van persvrijheid in de Oosteuropese landen. Volgens de organisatie is de persvrijheid “op haar retour” in Wit-Rusland en in de Servische Republiek in Bosnië. In Rusland, Joegoslavië en Kroatië “stagneert de democratisering en vormen journalisten het doelwit van mafiose, politieke en financiële druk”, aldus de organisatie. In Azerbajdzjan, waar de media worden gecensureerd, is de situatie van de vrijheid van de pers “ernstig”, in Armenië, Albanië, Rusland en Slowakije bevinden de media zich “in een moeilijke situatie” en in een aantal andere landen - Bulgarije, Georgië, Macedonië, Moldavië, Roemenië en de Oekraïne - ondervinden de media “gevoelige problemen”.

[Overigens dateert de informatie over Albanië van vóór de recente machtswisseling. In Albanië is juist deze week een nieuwe perswet van kracht geworden, die bestaat uit één enkele paragraaf: “De pers is vrij. Haar vrijheid wordt door de wet verdedigd.”]

Reporters zonder Grenzen brengt op regelmatige basis rapporten uit over de persvrijheid in de wereld, op basis van criteria als het bestaan van censuur, het aantal journalisten dat in een land wordt gedood, gevangen gezet, vervolgd of uitgezet, de economische onafhankelijkheid van de media, het al dan niet bestaande monopolie van de staat op de elektronische media en de problemen die buitenlandse journalisten ondervinden.

Het in Wenen gevestigde Internationaal Pers Instituut beschuldigde de Kroatische president Franjo Tudjman en de Joegoslavische president Slobodan MiloviEÉc van pogingen, hun critici in de media te neutraliseren. IPI-directeur Johann Fritz zei gisteren dat zelfs in de verstgevorderde democratieën in Oost-Europa, zoals Tsjechië, Hongarije en Polen, de verstandhouding tussen de media en de overheid soms gespannen is. Hij herinnerde aan een initiatief van de Tsjechische regering, die in 1995 het persbureau K verplichtte verklaringen van ministers integraal weer te geven, zonder er iets aan te veranderen. (AFP)