Heen en weer tussen tien podia

Crossing Border is het ideale festival voor de zappende literatuur- en popliefhebber. Gisteravond kon die er slalommen tussen schrijfster Lulu Wang, ballads van John Hiatt, walsjes van een Israelische skinhead en door Lou Reed opgezegde teksten.

Vanavond op Crossing Border o.a.: Jools Holland, Q, Tindersticks, Abdelkader Benali, Mustafa Stitou, Skik, Finley Quaye en Rob Scholte.

DEN HAAG, 13 SEPT. “Dit is de eerste keer dat ik op een festival in een concertzaal terechtkom,” constateerde John Hiatt gisteravond. De gitaarvirtuoos met de gruisgroezelige stem en de hartverscheurende songteksten verbaasde zich over de sfeer op Crossing Border, het jaarlijkse festival dat een brug wil slaan tussen literatuur en popmuziek. “Geen springende mensen, geen T-shirts die worden kapotgetrokken, geen flessen pis die het podium worden opgegooid. But it's alright.'

Voor een overvolle zaal in het Haagse Congresgebouw bracht Hiatt, als een van de vijftig optredende schrijvers en popmuzikanten, zijn songs over eenzame Amerikanen, kapotte levens en onvervulde wensen. Bij zijn snelle rocknummers sneeuwden zijn teksten onder in het gitaar- en drumgeweld, maar in de ballads bleek dat hij terecht voor de lustrumeditie van Crossing Border was uitgenodigd. 'To melt your icy blue heart,' zong hij in 'Icy Blue Heart', 'Should I start/ To turn what's been frozen for years/ Into a river of tears.'

Een kwartier later, en een zaal verder, werd opgetreden door een andere meester van de intelligente popsong: Lou Reed, gepresenteerd als de topact in de categorie 'spoken word'. Zonder gitaar, maar met sigaret en leren jasje, las hij in een hoog tempo zijn favoriete teksten voor. Op een niet op de plaat gezette imitatie van Andy Warhol na, was het allemaal nogal monotoon en bloedeloos. Net als vijf jaar geleden, toen Reed in de Beurs van Berlage in de vijfde versnelling door zijn lyriek heen vloog, verlangde je als toehoorder bij songs als 'Romeo Had Juliet' en 'Dime Store Mystery' hartstochtelijk naar de begeleidende muziek. Om Reeds eigen woorden van jaren her aan te halen: 'You can't beat drum, bass, guitar.'

Maar wie de kriebels kreeg bij Reed, kon de zaal ontvluchten naar een van de andere negen podia. Naar Arnon Grunberg, Marcel Möring of de complex formulerende 17-jarige Nederlandse dichter Ayatollah Musa (die dit najaar bij uitgeverij Vassallucci debuteert). Of naar Michael Franti, de rapper van de hiphopband Spearhead die, a capella en ingehouden swingend, flauwe grappen maakte en fulmineerde tegen racistische douaniers, roodvleeseters en hypocriete politici. 'Ze vielen allemaal over Ice-T,' zong hij met een verwijzing naar de bekendste gangsta-rapper van de jaren negentig, 'but they don't care if/ Eric Clapton sang I Shot The Sheriff.'

Crossing Border is het ideale festival voor de zappende literatuur- en popliefhebber. Niemand is aan een stoel gebonden, je hoeft nergens langer dan vijf minuten te blijven. Genoeg van de ingeslikte t's van punk-poëet Billy Childish? Dan over naar de presentatie van de Albion Rovers, de nieuwe Schotse schrijversgroep die even hip als moeilijk verstaanbaar is. Uitgeluisterd op Boudewijn de Groots versie van 'Malle Babbe' (voor een uitpuilende grote zaal)? Over naar de Chinees-Nederlandse Lulu Wang die, gekleed in een verblindend rood gewaad, een vervloekingsscène voorleest uit haar bestseller Het lelietheater. En voor je het weet, stuit je in de kelder op de eigenaardigste act van het festival: de Israelische skinhead Myra Asher, die walsjes en zompige ritmes verbindt met experimentele techno, en controversiële liederen zingt over aids, incest en concentratiekampen - in het Hebreeuws of in Engels met een Duits accent. Niet voor gevoelige harten, maar in alle opzichten grensoverschrijdend.