Gepantserd fossiel haalt ideeën over evolutie overhoop

Van het eind van het Precambrium (zo'n 570 miljoen jaar geleden) zijn van diverse plaatsen op aarde fossiele fauna's bekend van organismen zonder harde bestanddelen (de zogeheten Ediacara-fauna). Dat was althans de opvatting tot voor kort. Onlangs beschreven een Russische en een Amerikaanse onderzoeker echter een soort (Kimberella quadrata) die dit beeld drastisch verandert (Nature, 28 aug).

De soort was eerder al bekend uit Zuid-Australië. Op basis van zijn kenmerken is hij eerst beschreven als een kwal, later als een kwalachtig organisme dat behoorde tot de Cubozoa. Deze groep vormt een bekend, goed gedocumenteerd voorbeeld van een evolutionaire tak die nog tijdens het Precambrium doodliep.

Bij de Witte Zee (Noord-Rusland) zijn nu echter 35 nieuwe fossielen van Kimberella quadrata aangetroffen. Zij verkeerden nog in hun oorspronkelijke positie en zijn goed geconserveerd gebleven doordat de gehele levensgemeenschap ter plaatse (met diverse andere soorten) plotseling met een laag sediment werd afgedekt. De goede staat van conservering heeft veel nieuwe gegevens over de anatomie van dit op de zeebodem levende organisme opgeleverd. Het meest opvallende is dat er geen sprake is van een min of meer alzijdig symmetrisch organisme (zoals het geval is bij een kwal), maar van één symmetrievlak. Daarnaast moet het organisme een (eenkleppige) schelp hebben gehad, zij het dat die niet - zoals bij recente schelpdieren - uit afgescheiden mineralen heeft bestaan.

De 'schelp' bestond volgens de onderzoekers uit een ovale, dunne zone aan het weefseloppervlak in het centrale deel van het organisme en was stevig genoeg om geheel afwijkend van zijn directe omgeving te reageren op de druk die werd uitgeoefend tijdens de compactie die volgde toen steeds meer sedimentlagen de eenmaal begraven fauna bedekten. Dit betekent dat het ook tijdens het leven een betrekkelijk harde zone moet hebben gevormd, en dus als een soort uitwendig pantser kan worden beschouwd.

De auteurs durven dit zeer oude organisme niet definitief tot de mollusken te rekenen. Daarvoor zijn sommige morfologische kenmerken nog onvoldoende duidelijk, terwijl andere kenmerken ook alternatieve interpretaties mogelijk maken. Wel noemen ze definitief enkele groepen (onder meer de toen relatief veelvuldig voorkomende, veel minder complexe platwormen) waartoe Kimberella zeker niet behoort. Voorlopig rekenen ze het organisme tot de tweezijdig symmetrische Metazoa (meercelligen). Hij lijkt, meer dan enige andere soort van die groep, op de recente mollusken, door onder andere zijn schelp en zijn voet. Daarmee worden de huidige ideeën over de evolutie van de Metozoa behoorlijk door elkaar geschud.