Ex-agenten berecht voor hasjsmokkel

AMSTERDAM, 13 SEPT. Tegen twee voormalige agenten van de Amsterdamse politie is gisteren voor de rechtbank in de hoofdstad twaalf maanden cel geëist. De twee zouden in 1995 een partij van 760 kilo hasj naar Canada hebben gesmokkeld. Daarnaast verdenkt justitie hen ervan facturen te hebben vervalsd. Een van de verdachten zou zich schuldig hebben gemaakt aan heling van een gestolen Harley Davidson en schending van het beroepsgeheim.

De Canadese politie onderschepte de drugs in de buurt van het vliegveld van Montreal. Onderzoek leidde naar een bedrijf in Hoofddorp, dat bleek te zijn ingeschakeld door een uit 34-jarige agent, woonachtig in Almere. De verdachte, die inmiddels is ontslagen, verklaarde na zijn arrestatie dat hij niets van de drugs wist en dat hij was ingeschakeld door de 37-jarige oud-collega uit Purmerend. Deze was eerder dat jaar uit het korps gestapt om voor zichzelf te beginnen. Wegens deze omstandigheid eiste de officier van justitie tegen hem een iets lichtere straf, namelijk twaalf maanden cel waarvan vier voorwaardelijk.

Later trok de eerste zijn verklaring in en zei niet door zijn oud-collega te zijn ingeschakeld maar door een zekere Henk de Jong. Volgens justitie is deze man verzonnen. De door de agent opgegeven telefoonnummers van Henk de Jong bleken bij onderzoek niet in gebruik te zijn. De verdachte noemde hem tijdens de zitting per abuis Henk de Vries. Officier van justitie J. de Vries betichtte hem van het afleggen van “leugenachtige verklaringen”.

Volgens de officier blijkt uit telefoontaps, vervalste facturen en verklaringen van de verdachten dat de twee schuldig zijn aan de hasj-smokkel. De agent uit Almere bekende dat hij voor vrienden en bekenden, onder andere voor de andere verdachte, kentekens had nagetrokken in de politiecomputer. “Maar dat ik hiervoor word vervolgd vind ik hypocriet”, verklaarde hij. “Iedereen bij de Amsterdamse politie doet dat.” De officier zei dat het tweetal het Amsterdamse korps ernstige schade heeft berokkend.

Volgens advocaat J. Mol van de agent uit Almere was de politie oorspronkelijk in de veronderstelling dat het tweetal deel uitmaakte van de criminele organisatie van Charles Z. “Maar daar is niets van overgebleven.” Beide verdachten zitten financieel aan de grond. Een van hen is vrijwilliger bij een klachtenbureau voor politieoptreden.

Uitspraak 26 september.