'Eindelijk volwassen, die VPRO'

Theater-, radio en televisiemaker Wilfried de Jong gaat een sportprogramma maken voor de VPRO. Hij probeert te achterhalen wat topsporters ertoe drijft hun lichaam te teisteren. “Het is toch prachtig wat sport allemaal losmaakt?”

Hij breekt wel eens wat. Zoals in 1994, zijn linkerheup en pols tijdens een voorstelling met Martin van Waardenberg. Toen viel hij vijf meter uit een katrol BAM! op het toneel.

Het publiek schijnt in bewondering ademloos stil te zijn geweest. Omdat het dacht, net als tijdens het on stage-hartinfarct van Tommy Cooper, dat die smak 'erbij' hoorde. Anders dan de legendarische komiek, overleefde Wilfried de Jong de klap wel. Maar het had niet veel gescheeld.

Occupational hazard, wuift De Jong de blessures weg die hij tijdens zijn loopbaan opliep. Hij denkt dat als je iets nieuws wilt uitproberen niet ontkomt aan averij.

Zoals ook nu weer. Na twaalf jaar halsbrekend toneel gaat de televisie-, radio- en theatermaker annex journalist/contrabassist een sportprogramma maken voor de VPRO. En dat avontuur is misschien wel het gevaarlijkste van zijn hele carrière.

Want hij voelt de argusogen al prikken in zijn rug, de ogen van de sceptici die de VPRO te chic vinden voor een sportprogramma. Zweet, tranen, uitputting, blessures, het vomeren langs de baan; het hóórt wel bij de omroep, maar dan alleen gepaard aan Kunst en Cultuur. Sport en VPRO was decennia lang een ver-van-het-bed-show.

De Jong ziet het wel. Hij steekt zich met zijn Sportpaleis De Jong onbevangen in het wespennest. In de kleedkamer, het sportveld en de clubkantine gaat hij op zoek naar de verhalen achter het doelpunt, de mythe achter de wielerkoers en de pijn achter het wereldrecord. Alles wat sport is, daar gaat het programma over.

“Eindelijk volwassen, die VPRO, nu ze aan sport doen”, vat De Jong liever de ambivalentie samen.

Wilfried de Jong is daas van sport. Zelf fietst hij op fanatieke wijze rondjes met vrienden in de Ardennen en Frankrijk. Zo bedwong hij ooit de Galibier, de beruchte Alpencol uit de Tour de France. Daar is hij wel trots op. Maar ook als toeschouwer geniet hij. “Ik kan wel wegdromen bij een peloton dat drie uur live te zien is.” Hij is gefascineerd door de drift die sporters waar dan ook drijft, net zoals deze bij hem, zij het op bescheidener wijze, kriebelt.

“Als ik Boebka zie springen, word ik nieuwsgierig. Ik wil weten wat voor stok hij gebruikt, hoe die man getraind heeft. Ik wil weten hoe iemand die zelf nog geen twee meter is, het in godsnaam in zijn hoofd haalt om over zes meter heen te willen. Bubka, de miljonair, met zijn kast vol medailles. Voor elk wereldrecord kreeg hij een sloot geld. Waarom stopt hij er niet mee? Waarom stopt een schrijver na een alom bejubeld boek niet met schrijven? Dat zijn oerdriften, volgens mij. Dat boeit mij dus”, zegt De Jong.

En ziet: het bolwerk der politieke VPRO-correctheid lijkt langzaam te smelten onder zijn ontwapenend enthousiasme. “Man, die hele VPRO blijkt volslagen sportgek te zijn! Ineens komt iedereen naar me toe met suggesties voor het programma. Het mag nu. Omdat er een boegbeeld is. Hoewel, boegbeeld... Kop van Jut is misschien een betere betiteling.”

Hij grijnst een mooie grijns in een mooie kale kop. Hij beweegt druk, kijkt almaar rond en weg, door de ramen naar buiten, naar de mensen binnen en naar boven. Alsof hij anders iets mist. Dat is nieuwsgierigheid, zegt hij. “Als ik nu naar buiten kijk, zie ik bijvoorbeeld die binnenschipper liggen. Dan ben ik benieuwd wat hem drijft, letterlijk en figuurlijk.”

Zijn werk komt voort uit die nieuwsgierigheid, denkt hij. Zo schreef hij voor het Vrije Volk, het Rotterdams Dagblad en Het Parool over jazz en sport, maakte hij bij de VARA samen met Martin van Waardenberg korte films en presenteerde hij het radioprogramma Ophef en Vertier. In NCRV's Taxi bevroeg hij nietsvermoedende passagiers, over hun diepste emoties. Voor Radio Rijnmond tenslotte, maakte hij tien jaar lang straat-radio, eerst vanaf een motor, later wandelend met een zender door stad en regio.

Onlangs is hij daarmee gestopt om zijn handen vrij te maken voor Sportpaleis De Jong. Wel gaat hij door met de theatervoorstellingen die hij maakt met Martin van Waardenberg als het duo Waardenberg en De Jong. Het theater wil hij niet missen, zegt hij.

“De combinatie van theater en journalistiek werkt al twaalf jaar heel goed bij mij. Dat past goed bij me. Misschien dat het theater de fantasie is en dat de journalistiek me op plekken brengt waar ik de mooie verhalen hoor waarmee ik weer verder kan fantaseren. Wellicht ziet een psycholoog er een verband in. Ik ben daar niet mee bezig.”

Hij bestrijdt dat Sportpaleis De Jong als mosterd na de maaltijd komt in een wereld waar de sportprogramma's als paddestoelen uit de grond schieten. Harry Vermeegen bij Veronica, Barend en Van Dorp bij RTL4, Hans Kraaij jr. bij SBS6, Mart Smeets bij de NOS, allemaal zijn ze op zoek naar het verhaal achter de topsport.

De Jong ziet dat anders. “Alles is al gedaan, laten we dat even vaststellen. Maar ik denk dat er heel veel sportprogramma's naast elkaar kunnen bestaan. Het sterft toch ook van de kranten? Bovendien, als een televisiemaker zijn eigen fascinatie achterna gaat, wordt het altijd anders dan wat een ander maakt. Met een persoonlijke kijk op sport onderscheidt iedereen zich al automatisch.”

Hij gaat niet flauw doen in Sportpaleis De Jong, zo waarschuwt hij alvast. “Er wordt van de VPRO, gezien zijn alternatieve traditie, automatisch verwacht dat de sport op de hak genomen wordt. Maar koekhappen, kaatsen en vuist-volley doen we dus niet. We zijn ook gewoon bezig met hockey, wielrennen en voetbal.”

Hij hoopt dat alle facetten van de sport aan bod komen. “Sport heeft ook alles te maken met geld, met geldingsdrang, met bedrog en doping. Dat vind ik dus ook interessant. Het verderf, de jaloezie, het slechte, het verval in de sport. Bijvoorbeeld hoe topsporters hun lichaam teisteren. Sommigen zeggen zonder blikken of blozen dat ze een cortizonenspuit in hun knie hebben laten zetten om nog door te kunnen spelen. Dat maakt ze geen donder uit. Dat kost hen misschien vijf jaar van hun leven. Nou en, zeggen ze dan. Het is toch prachtig, dat sport dat allemaal los maakt?”