Een gat in het midden van de matras; Frank McCourt over zijn Ierse jeugd

Frank McCourt begon te schrijven na zijn pensionering als leraar Engels. Zijn debuut 'De as van mijn moeder', over zijn straatarme jeugd in Ierland, werd een doorslaand succes, hij won er zelfs de Pullitzerprijs mee. “Bij een begrafenis knielde je, je zei een gebed, en dan was er eten.”

Frank McCourt: De as van mijn moeder. Uitg. Bert Bakker 408 blz. Prijs ƒ 45,-.

AMSTERDAM, 13 SEPT. Elke dag nam de leraar, op het schooltje in Ierland waar Frank McCourt voor de oorlog naartoe ging, een appel mee. Terwijl hij die schilde, stelde hij de leerlingen een vraag. Wie als eerste het goede antwoord gaf, mocht de schil van de appel opeten. Hongerig als ze waren, deden de kinderen dat graag. Ook Frank, toen nog Frankie, McCourt.

De armoede in De as van mijn moeder, waarin McCourt (68) zijn jeugd in de Ierse plaats Limerick beschrijft, gaat het voorstellingsvermogen van de welgestelde Westerse lezer te boven. “Geluk bestaat niet. Dat is een Amerikaans idee”, zegt McCourt, die onlangs even in Nederland was. Toch lijkt juist hij de personificatie van de Amerikaanse droom: moest hij op zeer jonge leeftijd met stapels kranten sjouwen om het schamele inkomen van zijn familie iets minder schamel te maken, tegenwoordig is hij miljonair. Acht weken staat zijn met de Pullitzerprijs bekroonde boek nu bovenaan de best-seller lijst van de New York Times, in de categorie non-fictie. De filmrechten zijn verkocht; en zowel Mel Gibson als Robert Zemeckis (Forrest Gump) zou de film wel willen regisseren.

“Ik voel me verlamd”, zegt McCourt over de belangstelling voor zijn debuut op 66-jarige leeftijd. “En het is ook een beetje oneerlijk tegenover al die andere schrijvers die al jaren bezig zijn. Ik heb maar één boek geschreven.” Eigenlijk had hij na zijn pensioen als leraar Engels gewoon door willen gaan met les geven, aan immigranten in zijn huidige woonplaats New York. Maar sinds Angela's ashes, zoals het boek in het Engels heet, twee jaar geleden verscheen, is hij continu op reis geweest. Het is inmiddels in zestien talen vertaald, waaronder het Servo-Kroatisch. McCourt: “Onbegrijpelijk dat ze het in Kroatïe willen lezen. Je zou toch denken dat ze daar zelf genoeg ellende hebben.”

Een leraar Engels kijkt na zijn pensionering terug op zijn moeilijke jeugd. Het lijkt het uitgangspunt voor een verhaal waarvan er tenminste dertien in een dozijn passen en het had gemakkelijk kunnen resulteren in pagina's vol zelfbeklag. De as van mijn moeder is echter een mooi geschreven, om medeleven vragend verhaal vol humor, dat heel begrijpelijk alom is geprezen om zijn literaire kwaliteiten. McCourt schreef het in de eerste persoon. Hij gebruikte de taal van een kind, dat niet altijd begreep wat er om hem heen gebeurde. Bijvoorbeeld waarom zijn vader, als hij eindelijk eens wat geld verdient had, niet thuis kwam na zijn werk, maar zijn salaris in de pub opdronk. Zodat zijn moeder moest gaan bedelen. En als pa McCourt dan midden in de nacht dronken thuis kwam, haalde hij zijn zoontjes steevast uit bed om hen in de houding te laten staan en hen te laten beloven dat ze hun leven zouden geven voor Ierland. Twee van McCourts broertjes en een zusje overleden op jonge leeftijd. Bij de dood van een van hen moest ook McCourts vader huilen. 'Ik dacht dat je als je een man was zeker alleen kon huilen als je het zwarte spul drinkt dat ze een pint noemen', schrijft McCourt.

“De stem van het kind”, zegt hij, “dat is denk ik wat mensen in mijn boek treft.” Hij kwam op het idee deze vorm te kiezen door zijn kleindochter. “Toen ik na mijn pensionering wilde beginnen met schrijven was zij anderhalf. Ik zag hoe ze bezig was een woordenschat te verwerven. Het mooie van de kinderstem vind ik dat kinderen zich niet om het verleden bekommeren, of om de toekomst. Ze leven alleen in het heden.”

Als kind wilde McCourt al schrijver worden. “Lezen, dat was iets magisch. En boeken waren heel bijzonder. Als één kind in de straat een boek had dan zeiden we allemaal: 'opschieten, wij willen het ook lezen'. Ik wilde al lange tijd een boek schrijven, alleen ik wist niet waarover.” Op zijn negentiende emigreerde McCourt naar Amerika. Hij had een optimistisch beeld van dat land, gebaseerd op de Amerikaanse films die hij in Ierland had gezien. “Ik wilde Gene Kelley zijn, en dansen met Rita Hayworth.” Nadat hij in Amerika in het leger had gediend, kreeg hij een beurs waarmee hij naar de universiteit kon gaan. Tijdens zijn studie schreef hij een verhaal over het bed waarin hij in Ierland samen met zijn broertjes sliep. “Ik beschreef het grote gat in het midden van de matras, dat we geen lakens hadden en dat overal vlooien liepen. De leraar wilde dat ik het in de klas voorlas. Ik weigerde dat - er waren meisjes bij die ik leuk vond en ik wilde niet dat die wisten dat ik zo'n armoedzaaier was - maar het onderwerp bleef in mijn hoofd zitten.”

Twee weken nadat hij met pensioen was gegaan begon McCourt met schrijven. Dat kostte hem een jaar. “Maar eigenlijk ben ik hier wel dertig jaar mee bezig geweest. Naast m'n bureau had ik een stapel notitieboekjes van anderhalve meter liggen, omdat ik in de loop der jaren steeds aantekeningen heb gemaakt. In de jaren zestig had ik al eens 150 pagina's geschreven, maar dat was niks. Ik imiteerde alleen maar, vooral James Joyce.”

Twee maanden geleden bracht McCourt een bezoek aan Limerick, de Ierse plaats waar hij het grootste deel van zijn jeugd doorbracht. “Ik heb veel kritiek gekregen in Ierland, omdat ik het land zou hebben afgeschilderd als een derde wereldland. Dat klopt, het was ook een derde wereldland.” Toen hij in een boekenwinkel aan het signeren was, kwam er een man van zijn leeftijd op hem af die een oude foto uit zijn binnenzak tevoorschijn haalde, een klassenfoto waarop ook Frank McCourt stond. “Weet je nog waar ik sta”, vroeg de man aan de schrijver. McCourt: “Daarna begon hij me uit te schelden, omdat ik naar Amerika was gegaan en Ierland ten schande had gemaakt. Hij pakte het boek, scheurde het door midden en smeet het weg. Dat was de meeste extreme vorm van literaire kritiek die ik ooit heb gekregen.”

Heeft hij zich nergens in zijn boek, dat overigens ook veel komische passages bevat, schuldig gemaakt aan overdrijving van zijn ellende? McCourt: “Volgens mijn broer Malachy had ik het nog veel erger kunnen maken. Ik had bijvoorbeeld de wc in ons huis, waar de hele straat gebruik van maakte, gedetailleerder kunnen beschrijven.”

Begrafenissen waren aan de orde van de dag in McCourts jeugd - “je knielde, je zei een gebed, en dan was er eten” - vandaar dat hij niet bang is voor de dood. “Het leven is een grote grap”, vindt hij. “Maar ik zou het wel zonde vinden om nu dood te gaan, op het moment dat ik bovenaan de bestseller-lijst sta.”

De as van mijn moeder is inmiddels al onderdeel geworden van de literatuurles op McCourts oude highschool, en elders. McCourt: “Ik ben ineens iemand geworden. Ik krijg plotseling uitnodigingen voor sjieke feestjes. Laatst zat ik ergens met Paul Newman aan de ene, en Joanne Woodward aan de ander kant. Voor mij mythische figuren uit het verleden. Maar ik probeer me er niet door te laten meeslepen. Ik wil graag nog een boek schrijven en dat kost tijd.” Dat tweede boek zal weer autobiografisch zijn en beginnen daar waar het debuut eindigt. McCourt: “Het zal gaan over hoe ik mens werd, want toen ik in Amerika aankwam was ik echt een barbaar.” Dat vervolg wordt een stuk moeilijker om te schrijven, denkt hij. “Omdat er mensen in voor zullen komen die nog leven. Mijn twee ex-vrouwen bijvoorbeeld.”