Dr. Anton Philipszaal jubileert

Concert: Residentie Orkest o.l.v. Hartmut Haenchen. M.m.v. Jeannine Altmeyer, sopraan en Dames Toonkunstkoor Amsterdam. Programma: muziek van Wagner en Liszt. Gehoord: 12/9, Dr. Anton Philipszaal, Den Haag.

Het Residentie Orkest begon gisteravond het nieuwe Haagse muziekseizoen officieel met een gala ter viering van het tienjarig bestaan van de Dr. Anton Philipszaal, gebouwd voor en door het Residentie Orkest. Juist die zeldzame luxe van een eigen concertzaal bracht dit orkest het afgelopen seizoen aan de rand van de afgrond. De exploitatieverliezen op de Philipszaal veroorzaakten een dreigend faillissement van het orkest. De crisis was compleet, toen de musici het vertrouwen opzegden in bestuur en directie.

Inmiddels zijn die problemen opgelost. De gemeente, sponsors en fondsen zuiverden de tekorten aan. Het oude bestuur is vervangen door een nieuw bestuur onder voorzitterschap van L.M. Overmars, directeur van de Nederlandse Vereniging van Banken. Tot de nieuwe bestuursleden behoort ook A.J. Havermans, oud-burgemeester van Den Haag en nu lid van de Algemene Rekenkamer. De Dr. Anton Philipszaal wordt formeel losgemaakt van het Residentie Orkest en krijgt een eigen directie.

Het galaconcert werd geleid door Hartmut Haenchen, met wie het orkest deze maand bij de Nederlandse Opera de voorstellingen van Wagners Das Rheingold begeleidt in het Amsterdamse Muziektheater. Ook in dit programma was Wagner prominent vertegenwoordigd. Haenchen tekende voor robuuste vertolkingen van de ouvertures tot Tannhäuser en Tristan und Isolde. De Amerikaanse sopraan Jeannine Altmeyer, die Brünnhilde zal vertolken bij de Nederlandse Opera, overtuigde (met name in het lage register) niet geheel in haar vertolking van Isoldes Liebestod.

Van de schoonvader van Wagner, Franz Liszt, werd de Dante-symfonie gespeeld, een werk dat met name in het chromatische lijnenspel vooruit wijst naar Tristan und Isolde. Haenchen weet de organische eenheid van het complexe werk voor groot orkest en vrouwenkoor, dat bijna een uur duurt, in een dwingend betoog te vatten met gedurfde contrasten. Bravoure in de sfeerschildering van de hellepoel, een kamermuzikale intimiteit met een introverte solo van de Engelse hoorn bij de verklanking van het verdoemde liefdespaar Paolo en Francesca da Rimini. Wie Haenchen in Liszts Dante-symfonie hoort, is geneigd dit weinig gespeelde werk te rekenen tot het beste dat er in de vorige eeuw is gecomponeerd.