Deja vu

Agressie kent iedereen, het beest dat diep in zijn hol ligt te slapen en van het ene op het andere moment grommend kan opspringen. Bij de een slaapt het beest vaster dan bij de ander. Maar altijd komt er een moment waarop het beest uit zijn hol springt. Er zijn mensen die menen het beest te kunnen temmen, anderen spelen er mee alsof het een schoothondje is.

Vooral Aziaten hebben er een sport van gemaakt hun agressie de vrije loop te laten. Ze zoeken elkaar op en schoppen en slaan er dan met al hun ledematen op los. Er bestaan tientallen vechtkunsten van Japanse, Chinese, Koreaanse, Thaise en Indonesische oorsprong. Goed getrainde, snelle en lenige jongens gaan elkaar te lijf als in een hanengevecht. Maar wie onbesuisd de aanval zoekt, wacht gevoelige klappen en trappen. Thais boksen is de hardste vorm. Het is geen krijgskunst, zoals de meeste andere vechtstijlen. Het kent geen basistechnieken en pretendeert evenmin karaktervormend te zijn. Liefhebbers noemen Thais boksen een prachtige vechtkunst die in zijn oervorm de meest dodelijke is van allemaal. Zo meedogenloos is het Boxe Française of Savate niet.

Deze sport, meegenomen door mensen die deelgenoot waren van de Franse overheersing in Indo-China, wordt beoefend door agressieve geesten die het schoppen en slaan hebben ontwikkeld tot een vrij beheerste manier van vechten. Zij spelen met het beest en reguleren zo hun agressie.