D66 wil drastische wijziging stelsel studiefinaciering

DEN HAAG, 13 SEPT. D66 wil het huidige stelsel van studiefinanciering ingrijpend veranderen. Het stelsel blijft gestoeld op een basisbeurs met vanaf het tweede jaar jaarlijkse prestatie-eisen, maar voorziet in ruimere fiscale aftrekmogelijkheden voor ouders met studerende kinderen, meer aanvullende beurzen voor kinderen met weinig draagkrachtige ouders en aanvullende beurzen die zijn losgekoppeld van prestaties.

D66-fractievoorzitter Wolffensperger zal de contouren van dit beurzenplan bij de algemene politieke beschouwingen aanstaande woensdag presenteren. Het maakt deel uit van het verkiezingsprogramma van de Democraten dat op 27 september verschijnt. Een financiële onderbouwing volgt in november. Het nieuwe beurzenstelsel zou vanaf 1999 kunnen ingaan.

Anders dan CDA en PvdA die ook in de studiefinanciering willen ingrijpen, leggen de Democraten minder nadruk op ouderafhankelijkheid van de student. Bert Bakker, Tweede-Kamerlid voor D66 en onderwijswoordvoerder: “Zij willen dat rijke ouders substantieel meer betalen dan arme ouders. Maar in feite duperen ze zo de middeninkomens, de onderwijzer en de loodgieter met studerende kinderen die vanaf de 50.000 gulden verdienen.”

Uitgangspunt voor D66 is een in beginsel ouderonafhankelijk stelsel dat de toegankelijkheid van het hoger onderwijs waarborgt en studenten uitdaagt het beste uit zichzelf te halen. Bij de huidige prestatiebeurs is dat niet het geval, vinden de Democraten. Onzekerheid is troef, meent Bakker, doordat studenten een bedrag lenen dat pas bij voldoende prestatie wordt kwijtgescholden.

De Democraten willen de basisbeurs van 425 gulden die nu bestemd is voor levensonderhoud en studiekosten volledig besteden aan levensonderhoud en net als de bijstand koppelen aan de inflatie. Studiekosten als college- en boekengeld moeten de studenten zelf financieren uit leningen, bijbaantjes en/of ouderlijke bijdragen. De gedachte is, aldus Bakker, dat je “investeert” in je studie maar “voor je boterham van vandaag niet morgen hoeft te lenen”.

Pagina 2: 'Oordeel decaan bepalend voor beurs studenten'

Dat laat onverlet dat in het D66-plan de basisbeurs vanaf het tweede jaar elk jaar kan worden stopgezet bij onvoldoende prestatie het studiejaar ervoor. Het oordeel van de studentendecaan hierover zal een beslissende rol spelen, net als vóór de invoering van de basisbeurs in 1986.

De precieze prestatie-eisen zijn nog niet vastgesteld, maar Bakker vindt het niet onredelijk dat “een student zes jaar de tijd krijgt voor een vierjarige studie, net als nu”. Verder blijft in het plan de OV-kaart gehandhaafd en moeten eerstejaars uiterlijk op hun 25ste jaar beginnen aan hun studie willen ze in aanmerking komen voor studiefinanciering. Studenten kunnen hun studie een jaar onderbreken als daarover met de instelling een afspraak is gemaakt.

D66 presenteert het voorstel op een moment dat er een politieke en maatschappelijke discussie woedt over het beurzenstelsel. Het huidige systeem dat nog geen elf jaar oud is voldoet niet meer in de ogen van coalitiepartijen PvdA, D66, VVD, oppositiepartij CDA en universiteiten, hogescholen en studetenorganisaties. Het zou door allerlei wijzigingen ondoorzichtig en rigide zijn, en de toegankelijkheid van het hoger onderwijs in de weg staan. In november zal een commissie minister Ritzen (Onderwijs) over het stelsel adviseren.

De grote politieke partijen zullen in hun verkiezingsprogramma's nader ingaan op de studiefinanciering. CDA-fractievoorzitter De Hoop Scheffer liet eerder weten terug te willen naar een geheel inkomensafhankelijk stelsel van studiefinanciering, zoals gold vóór de basisbeurs. De PvdA voelt veel voor het voorstel van de universiteiten en de hogescholen om studenten de eerste jaren van hun studie een prestatiegebonden beurs te geven en hen de laatste jaren te laten lenen. Maar voor ouderejaars met weinig draagkrachtige ouders willen de sociaal-democraten een uitzondering maken: zij moeten wel een gift krijgen. Hoeveel jaar studenten recht hebben op een gift, en hoe groot de beurs moet zijn heeft de PvdA nog niet beslist. Het PvdA-voorstel ontbeert financiële onderbouwing, evenals dat van D66.

Volgens Bakker is het beurzenplan van D66 duurder dan de huidige 1,4 miljard die de studiefinanciering de schatkist jaarlijks kost. Maar: “We kunnen er niet onderuit meer geld vrij te maken voor de studiefinanciering. Ik sluit niet uit dat de bezuiniging van een miljard die we met dit kabinet hebben gerealiseerd op basis van het regeerakkoord in de praktijk wordt teruggedraaid.”