Combinatietherapie bij AIDS geeft goede resultaten

Na jaren van slecht nieuws zijn de laatste tijd praktisch alleen nog optimistische geluiden te horen over de strijd tegen aids. Sommigen bleven echter sceptisch; krantenkoppen als 'Combinatietherapie, een wonder' en 'Aidspatiënten herrijzen uit bijna-dood' waren eigenlijk te mooi om waar te zijn.

Het leek beter eerst maar eens een goed onderzoek af te wachten. In het New England Journal of Medicine (11 sep) staan nu twee van dergelijke onderzoeken en daaruit blijkt op overtuigende wijze dat de combinatietherapie de hoeveelheid virusdeeltjes in het bloed van aidspatiënten inderdaad op dramatische wijze vermindert.

De klassieke aanpak van aids bestaat uit middelen als zidovudine (azt) en lamivudine (3TC), zogenoemde nucleoside-analogen. Die remmen de vermeerdering van het aidsvirus door blokkade van het enzym 'reverse transcriptase'. In de praktijk bleken de meeste patiënten na een of twee jaar resistent te worden tegen dergelijke middelen. Sinds een paar jaar zijn er daarnaast zogenoemde proteaseremmers op de markt, met namen als indinavir, ritonavir en saquinavir. Dat zijn middelen die veel later in de levenscyclus van het aidsvirus ingrijpen. In 1993 is men nucleoside-analogen gaan combineren met zo'n proteaseremmer in een zogenoemde triple-therapie en daarmee hoopte men de kans op resistentie van het virus tegen de medicijnen sterk te verminderen.

In het onderzoek van de Amerikaanse National Institutes of Health, dat nu in het New England Journal of Medicine is gepubliceerd, zijn 1156 aidspatiënten óf behandeld met twee klassieke nucleoside-analogen, zidovudine en lamivudine, óf met een cocktail waaraan ook nog de proteaseremmer indinavir was toegevoegd. De groep patiënten met de triple-therapie bleek bijna de helft minder kans te lopen op uitgebreide ziekteverschijnselen of overlijden dan de andere groep (6% tegen 11%). De bijwerkingen in beide groepen waren min of meer vergelijkbaar. Dit onderzoek bevestigt dus dat de nieuwe triple-therapie het voortschrijden van de ziekte aanmerkelijk vermindert. Het tweede, veel kleinere onderzoek van de New York University School of Medicine toont aan dat de therapie ook werkt als er na een eerdere behandeling al een uitgebreide resistentie tegen zidovudine bestaat. Bij deze patiënten bleek de triple-therapie in 90% van de gevallen aan te slaan.

In een commentaar wordt erop gewezen dat hiermee aids nog lang niet de wereld uit is. Er is nog veel onduidelijk. Wanneer kan men het beste met de behandeling beginnen, hoe lang moet men ermee doorgaan, hoe lang blijft de therapie werkzaam, wat zijn de consequenties van deze behoorlijk giftige therapie op de lange termijn? Uitspraken als 'Aidspatiënten herrijzen' zijn dus nog rijkelijk voorbarig.