Zeeuwen willen Atlantikwall aan zand onttrekken

In Europa groeit de belangstelling voor de verdedigingswerken uit de Tweede Wereldoorlog - ook voor de Duitse. In Zeeland pleit men voor de aanleg van een toeristische route langs de 'drakentanden'.

Landfront Verteidigungsbereich Vlissingen 1942-1944, Vlissingens laatste vestinggracht door Hans Sakkers en Hans Houterman, 65 pagina's geïll., ISBN 90-73921-05-8, ƒ 20.

VLISSINGEN, 12 SEPT. Het is nazomer in Groot-Valkenisse op het Zeeuwse Walcheren. De toeristische invasie is voorbij. De strandtenten worden opgeruimd. De kust wordt nu alleen nog bezocht door mensen op leeftijd of door jonge gezinnen zonder schoolgaande kinderen. Op een paar honderd meter afstand liggen onder het zand de resten van het Widerstandsnest Fledermaus met de landinwaarts gerichte geschutsbunker. De Höckerhindernisse, dat wil zeggen de uit beton gegoten drakentanden die hier staan opgesteld en die de bedoeling hadden tanks tegen te houden, zijn eveneens goeddeels door woekerend struikgewas aan het oog onttrokken.

Bunker en drakentanden maken deel uit van het Verteidigungsbereich Vlissingen. Als zodanig zijn het schakels in de door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog aangelegde Atlantikwall die liep van de Spaans-Franse grens tot de Noordkaap en de bedoeling had een geallieerde aanval af te slaan. In Walcheren mislukte die opzet doordat de geallieerden de dijken doorstaken, waardoor het gebied onder water liep en de Duitsers als ratten in de val kwamen te zitten in hun eigen tot dan toe als onaantastbaar geachte verdedigingswerken.

Grote delen van het zogenoemde Landfront, dat wil zeggen de verdedigingslinie aan de landzijde, zijn nog intact - compleet met tankgracht. Het Landfront liep van Groot-Valkenisse aan de zee via Koudekerke en eindigde wederom aan de zee ten zuidwesten van Oudedorp waar het Widerstandsnest Rommel lag. Een aantal bunkers in het Landfront dient tegenwoordig als onderkomen voor vleermuizen, voor de champignonteelt en als stal. In een bunker huist de zender van radioamateurs. Andere bunkers werden opgeblazen omdat ze in de weg stonden. Nog in 1981 werd in de duinen bij Groot-Valkenisse in een bunker een nog volledig intact gebleven kanon gevonden. Het werd gesloopt en is - inmiddels weer in elkaar gezet - in het bezit van een particulier. Aan het Zeefront daarentegen raakten bunkers met lyrische namen als Carmen, Zauberflöte en Fidelio gaandeweg onder het zand bedolven.

“Nergens anders in de Atlantikwall is er van het Landfront nog zoveel intact. Dat maakt dat het in combinatie met de tankgracht binnen Europa onvervangbaar is”, zegt de 39-jarige Hans Sakkers. Hij is verpleegkundige, maar zoals dat het geval is bij meer Walcherse jongens, werd ook hij gegrepen door de resten uit de Tweede Wereldoorlog. Zeeuwen vertellen hoe ze als kind de duinen introkken om allerlei oorlogstuig buit te maken. “Het mysterieuze van de verdedigingswerken trekt mij erg aan. Je gaat je verbeelden wat er allemaal gebeurd is”, aldus Sakkers.

Met bibliothecaris Hans Houterman van de Zeeuwse Bibliotheek in Middelburg schreef hij het boek Landfront, Verteidigungsbereich Vlissingen 1942-1944. Begin deze maand werd het aan het provinciaal bestuur aangeboden. Het boek ging vergezeld van een onderzoek naar de haalbaarheid van plannen om de resten van de Atlantikwall in dit deel van Nederland toeristisch te exploiteren. Maar het door de stichting Atlantikwall Walcheren geopperde museum, dat aan de resten van de verdedigingslijn gekoppeld moest worden en dat in Biggekerke was voorzien, is door het onderzoeksbureau Deloitte & Touche als “te ambitieus” betiteld.

Volgens Houterman en Sakkers is de tijd nu wél rijp om langs de verdedigingswerken een fiets/wandelroute aan te leggen. “Monumentenzorg is druk bezig de resten de officiële status van monument te geven. De provincie zal deze opnemen in het Monumenten Inventarisatie Project. Voor het gebied is een herverkavelingsplan in ontwikkeling, dus met dat deel van de Atlantikwall voor zover liggend op boerengrond is nu nog wat te beginnen. Als die kans niet wordt aangegrepen, is de zaak voor het nageslacht verloren”, aldus Sakkers en Houterman.

Volgens de twee auteurs is er in Europa in de jaren negentig een groeiende belangstelling voor de verdedigingswerken uit de Tweede Wereldoorlog - ook voor de Duitse. “Tot dan toe was het not done om aandacht te geven aan het Duitse aandeel in het geheel, want in de ogen van de meeste mensen waren Duitsers immers klootzakken. Maar allengs verdwijnt dat gevoel. Van de herinnering moet nu geschiedenis worden gemaakt”. Vooral in Denemarken, Noorwegen, België en Frankrijk trekt conservering van delen van de Atlantikwall steeds meer belangstelling.