Willem IV

IK BEN ALEXANDER, was uiteindelijk de belangrijkste boodschap en de beste samenvatting van het NOVA-interview met de prins van Oranje. Een openbare oefening van het komende staatshoofd, die de publieke indruk van een joviale maar weinig serieuze kroonprins moest bijstellen. De overheersende indruk was die van een jongeman van deze tijd, een individualist die als staatshoofd zichzelf zal willen zijn.

Het gesprek maakte een strak ingestudeerde, over-geregisseerde indruk, met geforceerd afgepaste antwoorden, overigens precies zoals het een neutraal staatshoofd-trainee past. Automatisch kwam enige deernis voor het lijdend voorwerp op, die zich duidelijk bewust was van de tweesprong waarop hij zich bevond. Een moeizaam resultaat had hem gemakkelijk in het spoor van de Belgische troonopvolger kunnen brengen, die zijn imago nooit aan het studentikoze feestgedruis heeft weten te ontrukken. Deze staat voor altijd als 'Flupke' dan wel Filip de Onnozele in de Belgische pers te boek.

Dat is de prins van Oranje niet overkomen. Hij heeft opvattingen, geen haast met opvolgen of trouwen en maakt een zelfverzekerde indruk. Hij verdedigde zijn optreden tot nu toe met verve, of het nu om jagen of hossen op de tribune ging. Het staatsrechtelijke lesje is geleerd en een doel voor de komende jaren verzonnen. Hoewel de mededeling 'watermanagement' als voorlopige levenstaak nog wel enige invulling behoeft.

OPMERKELIJK WAS zijn keuze uit het vorstinnen-voorbeeldmenu dat interviewer Witteman hem voorhield; hij koos voor Juliana, na diplomatiek zijn moeder te hebben genoemd. Dat duidt op een meer sociale dan bestuurlijke inspiratie, in lijn met de Alexander die het publiek nu kent. Tegelijk noemde hij ook Willem I, de koopman-koning, als ijkpunt en wel om de economische dynamiek die deze teweeg wist te brengen. De prins ziet zich dan ook eerder actief bij de ontginning voor Nederland van nieuwe economische gebieden in Azië dan in de traditionele rol van ceremonieel ambassadeur op handelsmissies, waartoe hij uitgenodigd was. Politiek is dit niet geheel zonder risico's; het laatst bekende zelf-ondernemende lid van het Koninklijk Huis heet Bernard.

De kroonprins bewoog zich intussen vrij gemakkelijk dicht tegen politiek delicate onderwerpen als vreemdelingenbeleid aan. Op onderwijsgebied permitteerde hij zich (en de premier hem) zelfs een politiek standpunt: de sportleraren in het basisonderwijs moeten terugkeren.

ALS CONCLUSIE van een opmerkelijk interview kan dienen dat de prins van Oranje een begin van bekwaamheid heeft laten zien voor het ambt dat hem wacht. Het is nog te vroeg om te kunnen vaststellen dat hij er 'klaar' voor is, zoals hij zelf zegt. Wel kan de monarchie met iets meer rust uitzien naar Willem IV in de volgende eeuw. Want tussen de regels door werd ook duidelijk dat in de komende tien jaar geen troonswisseling verwacht kan worden.