V.S. Naipaul op herhaling; Een reis langs ontwortelden

V.S. Naipaul: Meer dan geloof (Beyond Belief). Vertaald door Tinke Davids. Atlas, 479 blz. ƒ 59,90. De Engelse editie verschijnt voorjaar 1998.

Wanneer V.S. Naipaul in 1995 na ruim vijftien jaar in het voetspoor van zijn eigen reisboek Among the Believers (1981) terugkeert naar Indonesië, merkt hij dat een van zijn toenmalige informanten, Imaduddin, een beroemdheid is geworden. Aan het eind van de jaren zeventig raakte deze man in moeilijkheden onder het regime van Soeharto door zijn toen als onbetamelijk en gevaarlijk beschouwde religieuze bevlogenheid, die hem uiteindelijk veertien maanden gevangenisstraf opleverde. Inmiddels heeft het bewind zich bekeerd tot een paradoxale en vaak absurde mengeling van technologisch vooruitgangsdenken en islamitisch fundamentalisme en is Imaddudin 'een man van het moment' geworden. Hij heeft een eigen religieus televisieprogramma, geeft bewustzijnscursussen in binnen- en buitenland en leeft in welstand. Ook is hij een gewaardeerd lid van de Associatie van Moslim-Intellectuelen, een invloedrijk orgaan in het hedendaags Indonesië. En Soeharto, zijn voormalige kwelgeest, heeft hij inmiddels leren kennen als een vader des vaderlands. Toen deze de naam van Imaduddin had gezien temidden van negenveertig ondertekenaars van een brief, had hij nuchter vastgesteld: 'Die heeft gevangen gezeten.' Imaduddin kon zijn oren niet geloven - zo geweldig vond hij dat. Tegen Naipaul merkt hij vol bewondering op: 'Eén naam. Als je bedenkt dat hier honderdduizenden gevangen hebben gezeten...'

Wat de ironie van die opmerking zo wrang maakt, is dat Imaduddin zelf er niets schrijnends in lijkt te ontdekken. Naipaul beschrijft zijn tweede ontmoeting met hem in het openingshoofdstuk van zijn nieuwe reisboek, Meer dan geloof (Beyond Belief), en laat hem voor zichzelf spreken. Het is de methode die hij in zijn reisboeken heeft gevolgd vanaf Among the Believers. Niet langer brengt hij zijn gesprekspartners onder in het raamwerk van zijn eigen analyse; hun ervaringen en verhalen krijgen nu impliciet samenhang doordat hij ze verbindt of contrasteert met die van anderen. 'Dit is een boek over mensen', stelt Naipaul nadrukkelijk in zijn proloog. 'Het is geen boek dat een bepaalde mening weergeeft. Het is een boek met verhalen.' Zijn reizen door de niet-Arabische landen die tot de islam bekeerd zijn - Indonesië, Iran, Pakistan en Maleisië - hebben zich vertaald in een lange reeks levensgeschiedenissen. De oprichter van een Indonesisch vrouwenblad, de voormalige linkse guerrillastrijder uit Pakistan, de Maleisische toneelschrijver en de door de Iraanse revolutie uitgeperste projectontwikkelaar; in Meer dan geloof plaatst Naipaul ze zorgvuldig tegen hun gespleten achtergrond van traditie en fundamentalisme, bevlogenheid en knagende desillusie. Meestal onthoudt hij zich van commentaar.

Die methode, eveneens breedvoerig toegepast in India: A Million Mutinies Now, zijn derde reisboek, heeft Naipaul vaak de kritiek opgeleverd dat hij zijn scherpte verloren zou hebben. Zijn bewonderaars missen in deze latere boeken de dwingende adelaarsblik, het bijtende sarcasme, de zorgvuldig verwoorde harde waarheden die vroege boeken als The Middle Passage en An Area of Darkness zo prikkelend en omstreden maakten. De criticus, vinden zij, is een vermoeide chroniqueur geworden.

Dit is een misverstand. Naipauls nieuwe manier van schrijven - laat mensen hun eigen verhaal vertellen, in plaats van hen met een vooropgezet idee te benaderen - draagt weliswaar het gevaar van langdradigheid in zich, maar in Naipauls boeken, en zeker in Beyond Belief, krijg je daar de diepte en complexiteit van de menselijke ervaring voor terug. De ironie, de wrangheid, de tragische intellectuele blindheid die in Imaduddins bewonderende opmerking over Soeharto's geheugen ligt besloten, maakt commentaar van buitenaf overbodig. Uit het interview dat de schrijver vorige week aan deze krant gaf, blijkt dat zijn meningen niets aan scherpte en laatdunkende stelligheid hebben ingeboet ('Deze landen hebben hun geschiedenis verloren. (...) Men verzint gewoon een geschiedenis. Zulke landen hebben intellectueel geen plaats in de moderne wereld, en dat zal zeker tot meer onrust leiden.'), maar Naipaul weet ze in te bedden in individuele geschiedenissen, met al hun psychologische tegenstrijdigheden, vaak versterkt door de dwingende druk der omstandigheden.

Wat Naipauls veranderde manier van kijken vooral interessant maakt, is dat hij zijn blik richt op culturen die hij al eerder beschreven heeft. Dat is wezenlijk voor deze late periode van zijn schrijverschap: opnieuw kijken, herzien. In A Million Mutinies Now bezag hij zijn jongere zelf die zijn eerste reizen naar India maakte, in zijn laatste, nogal onderschatte roman A Way in the World bezag hij zijn eigen thema's - ontworteling en vervreemding in een post-koloniale wereld - door een prisma van mildheid en empathie. Nu, in Beyond Belief, dringt hij dieper door in de islamitische wereld die hij eerder nogal vlak beschreef in Among the Believers ('Among the Believers was een eerste verkenning. Ik liet de mensen aan het woord over hun geloof, maar ik had zelf nog geen clou.'). Wat Naipaul op het tweede gezicht ontdekte, is de innerlijke ontworteling van de bekeerling, die zich heeft moeten afkeren van zijn eigen culturele en sociale tradities: 'De nieuwe fundamentalisten van Indonesië moesten hun grootste oorlog voeren tegen hun eigen verleden, en tegen alles wat hen aan hun eigen aarde bond.'

Die ontdekking, dat het 'zichzelf vinden' van de religieuze fundamentalist in wezen een radicale afwijzing van zichzelf en zijn eigen wortels inhoudt, is op zichzelf niet wereldschokkend, net zo min als de notie dat het islamitische fundamentalisme door die afwijzing tot neurose en een kwaadaardig nihilisme leidt - verstikkend in Indonesië, pathologisch en onmenselijk in Iran en Pakistan. Wat Naipaul in Beyond Belief laat zien, of wat de mensen die hij onderweg spreekt hem en ons laten zien, is het verhaal, de talloze verhalen, achter die notie. Dat de schrijver zichzelf meestal op de achtergrond houdt, wil niet zeggen dat hij ook afwezig is. Integendeel, hij is voortdurend aanwezig, maar meer als romancier dan als kritische persoonlijkheid.

Hoe verleidelijk het ook is om de thema's van Beyond Belief in een recensie samen te vatten, het geheim van dit boek ligt in de details. Het zijn de landschappen waarin Naipaul zijn ontmoetingen plaatst, de met veel precisie getekende omstandigheden. Bijvoorbeeld de foto's aan de muur van de beruchte Iraanse bloedrechter Khalkhali, van hemzelf en Khomeiny, in zijn weggestopte huisje in de heilige stad Qom - relikwieën van zijn korte glorietijd. Of zijn veelzeggende zinnetje tijdens het moeizame gesprek met Naipaul, wanneer die hem vraagt hoe hij terugkijkt op de revolutie: 'De werkelijkheid zal altijd de overhand krijgen.' Daarmee bedoelt hij niet dat de revolutie een collectieve verdwazing is gebleken; integendeel, in zijn geest is de revolutie de werkelijkheid - een uitspraak die een nog veel schrijnender ironie in zich draagt dan Imaduddins bewondering voor Soeharto.

Juist omdat Naipaul zijn oordeel over een monster als deze rechter voor zichzelf houdt, wordt hij tragisch. Net als alle andere mensen in dit boek, is zelfs hij een typisch Naipauliaans personage geworden: een ontwortelde man die zijn weg in de wereld heeft moeten zoeken, die de werkelijkheid naar zijn hand heeft willen zetten en zich heeft overgegeven aan politieke waandenkbeelden en bloeddorst en daar uiteindelijk zelf het slachtoffer van is geworden. Afschrikwekkend is hij, maar door alle menselijke details waarmee Naipaul hem tekent ook herkenbaar - en precies in die paradox schuilt de kracht van dit boek.