'VN-militairen slecht voorbereid'

Het ministerie van Defensie stuurt militairen op VN-vredesmissies zonder hen grondig voor te lichten over land en cultuur. Dat verwijt klinkt, nu bekend is geworden dat tien Nederlandse blauwhelmen zich ernstig hebben misdragen in Angola.

DEN HAAG, 12 SEPT. “Defensie is nog in de leer als het om vredesmissies gaat. Wat de organisatie en de technische aspecten betreft, zijn de uitgezonden militairen goed op hun taak voorbereid. Maar ze hebben onvoldoende kennis van de cultuur en de bewoners van zo'n ver land. De voorlichting over de omgang met die mensen laat nog te wensen over.” Luitenant-kolonel b.d. L. Noordsij spreekt uit ervaring.

Drie keer in zijn lange carrière was de nu 56-jarige officier in ruste in Afrika om onder de VN-vlag mee te helpen de vrede te handhaven.

Noordsij was in 1993-'94 de hoogste officier onder de Nederlandse VN-militairen in Angola. In die periode en in de jaren daarvoor, vanaf 1991, hebben tien van de 230 manschappen zich daar schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van meisjes, smokkel, zwarte handel of overmatig drankgebruik, zo rapporteerde vice-admiraal J. van Aalst, inspecteur van de krijgsmacht, vorige week op verzoek van minister Voorhoeve (Defensie).

Toen Noordsij in 1992 voor de eerste keer naar Angola ging, waren hij en zijn collega's “in het geheel niet geïnformeerd over dat land”, herinnert de luitenant-kolonel zich. De meesten hadden alleen Kuifje in Afrika gelezen. De knowhow bij Defensie ontbrak volledig, voegt hij daar aan toe. Volgens Noordsij heeft Defensie in het verleden “ongelooflijke fouten” begaan door nimmer gebruik te maken van de ervaringen die Nederlandse militairen eerder in Libanon hadden opgedaan.

In 1994 maakte Noordsij deel uit van een VN-missie in Oeganda. “Voorlichting van Defensie? Die was er in het geheel niet.” Toch kwam hij “beslagen ten ijs” in Afrika aan dankzij een collega die “in de avonduren alle bibliotheken had afgestruind en een compleet verzamelwerk over dat land had gemaakt”.

Bij zijn tweede bezoek aan Angola (1993) was Noordsij “behoorlijk goed voorbereid” door lezingen van “een kundige ex-Angolaganger”. “Defensie begon toen eindelijk te begrijpen hoe vreselijk belangrijk zulke lessen zijn”, zegt hij.

De officier uit Harderwijk krijgt bijval van F. Lardenoye van de Algemene Federatie van Militair Personeel (AFMP), die vindt dat er dat jaar sprake was van “een omslag”. Lardenoye weet nog dat de AFMP zich tevoren meer dan eens kwaad maakte over “de passieve opstelling van Defensie”. “Soldaten vertrokken zonder enige info naar de bush-bush in de Derde Wereld. Ik ken een onderofficier die naar Angola moest en op eigen initiatief een spoedcursus Portugees volgde. Het ministerie weigerde ook maar een cent van de kosten daarvan te vergoeden.”

Sinds mei 1993 is het Nederlands instituut voor internationale betrekkingen Clingendael betrokken bij de voorbereiding van deelnemers aan VN-missies. De uit te zenden militairen krijgen er drie weken lang lessen, bestaande uit onder meer een praktijkschets van het land, zijn cultuur, historische achtergronden en de manier van communiceren. Gedurende een even lange periode volgen de militairen een cursus op de School voor Vredesmissies (SVV) in Amersfoort, waar ze wegwijs worden gemaakt in peace-keeping technieken. Ze krijgen ook onderricht in macht en ethiek, normen en waarden.

Een woordvoerder van het ministerie van Defensie: “Onze mensen in Angola kenden dus de normen en waarden, zeker ook omdat het wat oudere onderofficieren en officieren waren. Maar hun gedrag bleek onvoorspelbaar, het is kennelijk niet te corrigeren door hun opleiding.”

Bij tien mannen is “wangedrag tijdens de dienst” vastgesteld, weet hij, “maar dat is op zijn beloop gelaten. Lik op stuk kon tot 1995 niet, omdat de hoogste Nederlandse officier in Angola, Noordsij, niet bevoegd was tuchtrechtelijke maatregelen te nemen. De VN-commandant was de baas.” Noordsij beaamt dat. Hij had in 1994 twee Nederlanders naar huis willen sturen - “nee, niet wegens seksuele of andere vergrijpen” - maar omdat ze “om andere redenen” ongeschikt waren. “De procedures verhinderden me dat te doen, helaas.”

Naar zijn zeggen had Noordsij zijn meerderen geïnformeerd over Nederlandse blauwhelmen die “ten onrechte allerlei verwachtingen wekten bij Angolese vrouwen, die in vreselijke omstandigheden leefden”. Hij vertelt dat er “uiteraard” ook hoeren rondhingen bij het VN-hoofdkwartier. “Prostituees prefereren een plek waar Europese mannen zijn met geld nu eenmaal boven de plaatselijke visafslag”, zegt hij. “Zeker, er gingen mannen van ons met die dames mee. Van mij mag dat, maar niet in diensttijd en in onze jeeps, zoals is gebeurd.”

Het was niet de eerste keer dat uitgezonden VN-militairen zich tijdens vredesmissies schuldig maakten aan ernstig wangedrag. In 1993 werden twee Nederlandse blauwhelmen veroordeeld nadat ze in Cambodja vrouwen hadden meegenomen naar hun kampement. Een jaar later martelden Belgische para's inwoners van Somalië, onder wie kinderen. In hetzelfde Afrikaanse land gingen Canadese en Italiaanse militairen in '93 en '94 ernstig over de schreef, onder meer door seksueel misbruik van verpleegsters en door folteringen.

In het rapport van J. van Aalst, inspecteur van de krijgsmacht, staat dat sommige Nederlandse militairen in Angola seksuele relaties onderhielden “met meisjes die vermoedelijk pas vijftien jaar oud waren”. Zij boden zich spontaan aan voor de seks, meldden enkele van hun collega's deze week. “Alsof dat als een excuus mag gelden”, zegt organisatiedeskundige A. Kuiper van het Rotterdamse bureau Bezemer en Kuiper, dat bedrijven adviseert over de aanpak van seksuele intimidatie. “Die militairen in Angola gingen ernstig over hun grenzen heen. Want ze verbleven daar als vredestichters, de Angolezen waren aan hun zorg toevertrouwd. Als de Afrikanen, de hulpvragers, seksuele avances maken, mag je daar als hulpverlener nooit op ingaan. Dat is ook bekend uit het onderwijs en de tehuizen”, legt ze uit.

Kuiper pleit voor een “extra gedegen voorbereiding van militairen die in de toekomst aan een VN-missie deelnemen”. Want het leger kent een mannencultuur, weet ze. “De soldaten versterken de gelederen tegen nieuwkomers als vrouwen, met seksuele intimidatie als gevolg. Defensie moet nog een inhaalslag maken. De legertop moet daarom alert zijn bij het kiezen van degenen die ze uitzendt.”

Luitenant-kolonel b.d. Noordsij acht het eveneens “raadzaam” dat Defensie in de toekomst “een duidelijke selectie” maakt als ze kandidaten voor VN-missies zoekt. Hij zegt dat zich zelfs lieden meldden “wegens de extra toelage”. “Ze gingen voor het dak van hun zomerhuis naar Angola, maar waren niet gemotiveerd. Defensie moet kijken naar iemands profiel. Shell doet dat ook wanneer die multinational werknemers naar Indonesië stuurt.”