Verwend en eenzaam

Veronica Hazelhoff: Niks gehoord, niks gezien. Querido, 83 blz. Vanaf 10 jaar. ƒ 22,90

River heeft typische kinderboekenouders. Ouders die haar, hun gekoesterd enig kind, 'Linde' noemden, altijd voor haar klaarstaan, begrijpend, jolig en jong doen. Als ze van plan zijn naar de bioscoop te gaan, roepen haar vader en moeder om het hardst dat ze ijs en popcorn in de pauze willen. Vader kookt en is altijd thuis. Hij schrijft en tekent kinderboeken. Vol aandacht is hij voor de rare gedachtensprongen, belevenissen en zieleroerselen van zijn dochter. Maar River wil hem niets meer vertellen: hij gebruikt het toch maar voor een boek.

'Hier is het meisje met de leuke ouders en haar nieuwe tien', roept River in het grote park. Maar 'het park zei niets terug.' Ze is net tien jaar geworden, een leeftijd die ze net zo min bij zichzelf vindt passen als de naam Linde. Op het uitbundige partijtje dat haar ouders voor haar organiseerden, voelde ze zich 'moederziel alleen', terwijl haar ouders, 'net of ze hadden geoefend onder leiding van een strenge juf', om en om het verhaal van haar geboorte vertellen aan wie het maar wil horen. River kan het dromen en vindt het slaapverwekkend. Het is maar een verhaal, dat eigenlijk niets met haar te maken heeft.

Veronica Hazelhoff brengt in haar nieuwe boek Niks gezien, niks gehoord de lezer op een subtiele manier in verwarring. Vanzelfsprekend gaat je sympathie uit naar de hoofdpersoon, maar al snel begin je te twijfelen. Is River zielig en eenzaam of een verwend kreng? Is medeleven hier gepast of moet je hopen dat ze eens een lesje leert?

Net als in De sneeuwstorm (1995) is het Hazelhoff gelukt een levensecht kind neer te zetten, met een karakter vol subtiele tegenstrijdigheden. River kan haar ouders vaak wel schieten en gedraagt zich daarom onverschillig. Maar ze kan het tegelijkertijd niet over haar hart verkrijgen ze te laten vallen en staat altijd klaar om te zeggen dat ze de liefste ouders van de wereld zijn.

Verwend is River in de aandacht die ze van iedereen verwacht. Ze is verliefd op Walt, zonder het te begrijpen. In typische kernachtige Hazelhoff-zinnetjes staat het beschreven: 'Als hij nou de mooiste was. Of de leukste.' Een 'watje op een stokje' is het. Maar goed, nu zij hem heeft uitverkoren, dient hij haar te zien staan.

Ergerlijk is haar zelfvertrouwen. Als Walt haar niet binnenlaat, omdat zijn moeder een gebroken been heeft en te veel pijn, denkt ze: 'Dat is niet erg (...). Over een tijdje ben ik kind aan huis.'

Een geoefend lezer heeft al snel in de gaten dat er iets niet klopt aan de verhalen van deze Walt over zijn huis. Er gebeuren daar te veel ongelukken. River noch haar ouders mogen bij hem thuis komen, hij woont daarentegen binnen de kortste keren min of meer bij hen in. Al om zeven uur 's ochtends zit hij op de stoep en ontbijt mee. Hij zwelgt in de aandacht van Rivers ouders en helpt haar vader met zijn nieuwe boek. River wordt natuurlijk jaloers en heeft spijt van haar pogingen hem voor zich te winnen. 'Hij had een hondenkop, vond River nu. Walt leek op een labrador.'

Kindermishandeling is geen bijster origineel thema in de jeugdliteratuur. Al jaren smullen pubermeisjes bijvoorbeeld van Anke de Vries' Blauwe plekken. Meestal zijn dit eendimensionele, lekker zielige, tranentrekkende boeken. Kind wordt geknepen en geslagen, schaamt zich, loopt tegen lieve onderwijzer of begrijpende ouders van klasgenootje op en ontkomt. Het knappe van Veronica Hazelhoff is dat zij met een aantal van deze vaste ingrediënten alsnog verrassende literatuur weet te maken. Dankzij het perspectief van het verwende meisje, op haar eigen manier eenzaam, dat nou eenmaal van het leed van anderen niks hoort, en niks ziet.