Verdwenen

De stad lag in het westen van Ierland, niet ver van de Atlantische Oceaan. We genoten van de schitterende gevels. Rood, geel, groen, lila, bijna alle huizen waren in tere kleuren geschilderd. Wat een verschil met de meestal sombere gevels in Nederland.

Jammer dat de stad maar klein was. De kleur hield al gauw op. Na een paar honderd meter lopen begon er eerst een bos en toe we dat uit waren zagen we een heuvelig landschap met in de verte een brug. We liepen er naar toe en even later kolkte het water onder onze voeten. Het was een woeste rivier. Takken en ander drijfhout dreven met grote snelheid onder ons door.

Een paar dagen later waren we nog zo verrukt van de gekleurde huizen dat we ze opnieuw wilden zien. Nu kon het nog. Misschien kwamen we hier wel nooit meer. Die tweede keer naderden we de stad van de andere kant. Straks kwam eerst de brug, vervolgens het bos en dan zouden we pas de in de regenboog gedompelde huizen zien. 't Was misschien ook wel een betere volgorde. Zo bewaarden we het mooiste tot het laatst.

Daar was de stroom. We kwamen dichterbij en dachten dat we het kolkende water door de voorruit van de auto zouden zien. Maar het ontbrak. Het zou er moeten zijn, waar is die brug anders voor en toch was het water nergens te zien.

We hielden stil en stapten uit. Moeilijk te begrijpen was het niet. De eerste keer waren we de brug met vloed over gegaan. Nu was het eb en die had al het water naar de zee gezogen. We hadden aan het strand al gezien hoe groot hier het verschil tussen eb en vloed was. Hele vlaktes vielen droog. Maar we hadden er niet aan gedacht dat ook een denderende stroom in het niets kan verdwijnen.

We gingen aan de kant zitten. De gewelfde bodem van de nu lege zeearm ging heel vanzelfsprekend in het heuvellandschap op. Daar stond de brug. Hij zag er volkomen overbodig uit. Als je hem sloopte en als de donkere bodem wat lichter van kleur werd, zou niemand meer aan water denken. Uit het bos kwam een man. Misschien woonde hij wel in zo'n prachtig gekleurd huis. Of was het een boer die een boodschap in de stad had gedaan? Dat kon ook. Hij liep in de richting van de brug. Een wandeling van niets, een man om te vergeten en toch werd zijn tocht dit keer buitengewoon spannend.

Wat zou hij doen? We gokten erop dat hij de brug zou nemen. Wat deed het ertoe of het water er niet meer was. De brug bestond nu eenmaal en hij zou hem dus ook wel overgaan. Nog dertig seconden, nog tien en daar liep hij op de bodem van de zeearm. Heel rustig, zonder haast, voor hem sprak het vanzelf dat de brug er op dit ogenblik niet meer toe deed.

De Ier groette ons, toen hij op de oever was. We groetten terug, hij liep door en ik dacht aan het schilderij van z'n landgenoot Jack B. Yeats dat we een paar dagen eerder hadden gezien. Tientallen mensen lopen langs een rivier. Ze hebben geen idee hoe ze die over moeten komen.