Twee zwemmende eenden, verbonden door een dekseltje

Tentoonstelling: Chinees porselein uit het Rijksmuseum. Zuidvleugel Rijksmuseum, Hobbemastraat 19, Amsterdam. Tot 23 juni 1998. Dagelijks 10-17u.

Vierhonderd stuks Chinees porselein in één enkele ruimte, dat gaat al gauw op een rommelig depot lijken. Toch geeft zaal in de nieuwe Zuidvleugel van het Rijksmuseum een rustige en overzichtelijke indruk. Dat komt ook door de manier waarop de kleuren van de voorwerpen zich lieten rangschikken. Een van de wanden is bedekt met vitrines waarin het vroege, overwegend blauw-witte porselein uit de Ming-periode (1368-1644) staat opgesteld: flessen, kannen en schalen, gedecoreerd in onderglazuur blauw. Twee zwemmende eenden in dezelfde kleuren, gedateerd omstreeks 1500, blijken bij nadere bestudering ook een kannetje te zijn. De vogels, die de huwelijkstrouw symboliseren, zijn althans fysiek aan elkaar verknocht. Hun ruggen zijn verbonden door een nog bewaard gebleven deksel in de vorm van een lotusblad. Het is de bedoeling dat de wijn op de rug wordt ingeschonken en via de geopende bek van de vrouwtjeseend wordt uitgegoten.

Geleidelijk neemt de variatie in kleur en vorm na de Mingdynastie, in de begintijd van de Qingperiode, toe. Decoraties in helder groen, in een minder veel voorkomend geel - zoals een prachtige schaal met draken die op parels jagen - en in roze-rood zetten de toon. Van dit famille verte, famille jaune en famille rose (de benamingen dateren overigens van veel later) worden grote hoeveelheden naar Europa verscheept. Steeds vaker krijgen de Chinese porseleinbakkers ook opdrachten om typisch Nederlandse vormen zoals mosterdpotten en bierpullen te leveren. Bovendien ontstaat er een dringende vraag naar afbeeldingen volgens Westerse snit. Tekeningen en prenten gaan overzee om als voorbeeld te dienen voor de Chinese schilders met hun uiteraard geheel andere cultuur. Bij de opdracht om op een wit theeservies de Kruisiging weer te geven, raakte de schilder gebiologeerd door het woord INRI: toen hij toch eenmaal bezig was, penseelde hij met zwarte inkt een extra I erbij. Met eenzelfde vrijmoedigheid gaf hij op dit encre de Chine theepotje en het oorloze kopje Christus gezelschap van twee dames, in plaats van de gebruikelijker Maria en Johannes.

In het midden van de zaal is een grote vitrine geplaatst waarin, ruim geëxposeerd, een paar aparte genres Chinese keramiek prominente aandacht krijgen. Van het blanc de Chine toont het museum slechts elf exemplaren. Uit dit porselein werden beeldjes en gebruiksvoorwerpen vervaardigd. De klei werd bedekt met een mollig, dik glazuur, in tint variërend van ivoor tot grijzig. Op dit serene porselein ontbreken beschilderingen, maar reliëfdecoraties van een bloem of een beest, gemaakt in een mal, maken dit gemis meer dan goed. Bij een wijnkan uit de tweede helft van de zeventiende eeuw slingeren draakjes zich soepel om de tuit en het handvat. Het cilindervormige voorwerp, dat waarschijnlijk bestemd was voor een scholier, heeft halverwege een horizontale band waardoor het vaag op een espressokannetje lijkt.

Niet alles wat het museum exposeert, valt onder de noemer porselein. Een handvol voorwerpen in de middenvitrine is van rood, hard gebakken en niet-poreus aardewerk. Theepotten van dit materiaal, afkomstig uit Yixing, werden in grote hoeveelheden naar Nederland gestuurd. Thee, aanvankelijk als medicijn gepropageerd, werd in de achttiende eeuw een modedrank. Twintig of dertig koppen thee tijdens de middagvisite was niet ongebruikelijk. De thee was buitengewoon sterk; een klein bodempje ervan werd met veel warm water aangelengd. Die theepotjes zijn dan ook voor onze begrippen klein. De dwerg onder zijn soortgenoten is, met de dekselknop meegerekend, nog geen zes centimeter hoog. Op de bodem was toch nog plaats voor een poëtische incsriptie: meihua cheng baiju, wat zoveel betekent als: 'de pruimebloesems lijken op witte jade'.

In tegenstelling tot het polychrome en gedecoreerde porselein was eenkleurige, onversierde keramiek uit de achttiende en negentiende eeuw voornamelijk bestemd voor eigen Chinees gebruik. Maar als die betrekkelijk sobere vazen en kannen in Europa terechtkwamen, sloeg alsnog de versieringsdrift toe. Zo zijn twee vazen met een lichtblauw glazuur - ook wel clair de lune genoemd - 'verrijkt' met een precieus Frans rococomontuur in brons, iets wat ze er niet begerenswaardiger op maakt.

De collectie Oosters porselein in het Rijksmuseum is voor een groot deel tot stand gekomen door de vrijgevigheid van particulieren die hun bezit aan de gemeenschap wilden schenken. Alles bij elkaar telt deze verzameling ruim tweeduizend objecten. Daaruit zijn nu vierhonderd van de belangrijkste en mooiste voorbeelden (dat zijn twee verschillende criteria) gekozen. In het najaar verschijnt een Engelse catalogus die ook de herkomst van deze 'genomineerden' uitvoerig documenteert. In een aparte bijlage worden de overige stukken beknopt behandeld. Het exotische Chinese porselein, dat in Nederland zo'n grote populariteit kent, is daarmee weer wat toegankelijker geworden.