Spoor in 'grootste kunstroof aller tijden'

WASHINGTON, 12 SEPT. Na zeven jaar heeft de Amerikaanse politie eindelijk een spoor in wat wel de grootste kunstroof aller tijden wordt genoemd, de spectaculaire inbraak in het Isabella Stewart Gardner Museum in Boston in 1990.

Een obscure antiekhandelaar met een strafblad zegt dat hij de gestolen kunstwerken, waaronder drie Rembrandts en een Vermeer, kan terugvinden. Een lokale journalist zegt dat hij in een donker pakhuis een schilderij heeft gezien dat “mogelijk” de ontvreemde Storm op het meer van Galilea van Rembrandt is. En de politie probeert ondertussen koortsachtig uit te vinden of zij op het punt staat om na jaren alsnog deze veelbesproken kunstroof op te lossen, of dat zij op een ingenieus dwaalspoor is gezet.

De man die de zaak vorige maand aan het rollen bracht, is de antiekhandelaar en scharrelaar William P. Youngworth III, die beweert dat hij ervoor kan zorgen dat de geroofde kunst weer terecht komt. In ruil daarvoor vraagt hij niet alleen het tipgeld, dat onlangs is verhoogd van een miljoen tot vijf miljoen dollar, maar ook eist hij dat justitie hem niet langer vervolgt voor verboden bezit van wapens en drugs. Bovendien zou de beruchte kunstdief Myles Connor Jr., een vriend van Youngworth, uit de gevangenis moeten worden vrijgelaten.

Youngworth (38) heeft ook zelf herhaaldelijk gevangen gezeten, onder meer voor een gewapende overval en het vervalsen van cheques. Een paar jaar dreef hij in Massachussetts een antiekwinkeltje, maar tegenwoordig zit hij volledig aan de grond en woont hij in een vervallen hotel in Brooklyn. Op 18 maart 1990 - toen twee als politieagenten verklede mannen 's morgens vroeg het Isabella Stewart Gardner Museum binnenliepen, de twee bewakers in de kelder opsloten en er vandoor gingen met dertien kunstwerken - zat Youngworth in de gevangenis.

Met dat perfecte alibi probeert hij nu de belangstelling van de politie en de media voor zijn aanbod te wekken. Om zijn verhaal kracht bij te zetten regelde hij dat een journalist van de Boston Herald vorige maand een nachtelijk bezoek kon brengen aan een donker pakhuis, waar hem bij het licht van een zaklantaarn een schilderij werd getoond. Het zou gaan om de Storm op het meer van Galilea, maar de journalist kon de identiteit van het doek later niet met zekerheid bevestigen, ook niet na een gesprek met kunsthistorici van het museum. De kunsthistorici kregen de indruk dat de journalist “een goede kopie of anders het origineel” had gezien. Hem waren in het pakhuis ook kokers getoond waarin de andere kunstwerken zich zouden bevinden. De politie is inmiddels met Youngworth in gesprek, maar koestert tegelijk ook grote argwaan jegens hem. Drie jaar geleden beweerde Youngworth ook al eens dat hij cruciale informatie had over een kunstroof. Dat de politie nu toch belangstelling toont voor het verhaal van Youngworth komt niet alleen door de omvang van de roof uit het Isabella Stewart Gardner Museum. Behalve de drie Rembrandts en de Vermeer (Het Concert), verdwenen daar onder meer een Manet, een Govert Flinck en vijf werkjes van Degas - de totale waarde wordt geschat op zo'n 200 miljoen dollar. Youngworth is vooral interessant voor de politie vanwege zijn vriendschap met de kunstdief Connor.

Ook Connor (54) zat in de gevangenis ten tijde van de roof uit het Gardner Museum, maar de politie vermoedt allang dat hij toch op de een of andere manier bij de roof betrokken was. Voor hij de gevangenis in draaide blijkt hij het museum grondig verkend te hebben. Connor heeft de politie in 1976 al eens geholpen bij het terugvinden van een Rembrandt die was gestolen uit het Museum of Fine Arts in Boston. Vanuit de gevangenis regelde hij dat het schilderij, gewikkeld in een slaapzak, door een man met een skibril op werd achtergelaten in de achterbak van een politieauto. In ruil voor zijn medewerking kreeg hij strafvermindering voor een andere kunstroof.

In 1989 werd Connor veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf voor het transport van gestolen kunst en antiek, en een kilo cocaïne. Waarom Connor en Youngworth nu opeens, meer dan zeven jaar na de diefstal, met de politie tot een overeenkomst over de gestolen kunst willen komen, is de autoriteiten niet helemaal duidelijk. Een mogelijkheid is dat de recente verhoging van het tipgeld de doorslag heeft gegeven.