Soep voor Arie

We hadden op school een jongen die bijna nooit iets zei. Maar juist daarom hoorde je het heel goed als hij wel zijn mond open deed. Eigenlijk ben ik alles wat er op die school werd gezegd al lang vergeten. Maar één ding, iets wat die stille jongen zei, heb ik altijd onthouden.

Hij heette Arie en hij zei dat je alleen op bananen kon leven. Daar zat alles in wat je nodig had. Geen idee of het waar is. Dan zou er kalk en ijzer en vitaminen en vet en zuur en zout en noem maar op in moeten zitten. Arie zei het natuurlijk omdat hij zo dol was op bananen.

Misschien is hij later wel, toen zijn moeder niet meer voor hem kookte, niets anders dan bananen gaan eten. Jammer dat ik hem nooit meer heb gezien.

Hij zou vast heel blij zijn met het recept voor bananensoep. Als je een stil iemand kent die Arie heet dan moet je deze soep voor hem koken en kijken wat er gebeurt.

Een ui schillen en kleinsnijden. Hetzelfde doen met een halve venkelknol en dat samen bakken in een klont boter. In een stevige grote pan. Roeren en er na vijf minuten een eetlepel bloem bij voegen. Nog even roeren, vervolgens een liter kipbouillon (mag van blokjes) erop gieten. Twee bananen zonder schil in plakjes snijden en met citroensap besprenkelen. Ook erbij. Samen met een laurierblad.

Boven de pan wat nootmuskaat raspen, zout en peper hoeft niet. Na een kwartier de vlam laag zetten en met een vork of iets anders de banaan fijn maken. Een rauwe eidooier erdoor roeren en op het laatst een lekkere scheut room. Klaar. Als dat niet lekker is. Je zou het wel elke dag kunnen eten. Had Arie toch gelijk.