Rood

Er is een heldin van een kinderboek die op een zeker ogenblik zegt dat ze zo blij om iets was dat ze even vergat dat ze rood haar had. Bij mij was het niet zo erg, maar bijna. Je viel veel te snel op.

Er kwam eens een inspecteur bij ons in de klas; hij begon vragen te stellen. Sommige meisjes wilden heel graag vragen beantwoorden, ik niet. Ik deed mijn best onopgemerkt te blijven maar hij moest meteen mij hebben. 'Kun je een bril beschrijven?' vroeg hij. 'Alleen met woorden, zonder gebaren.'

Het lukte niet, in mijn paniek beschreef ik een hele rare bril, met poten die niet goed aan het montuur zaten. Waarom vroeg hij het juist aan mij? Ik begreep het niet, op zo'n moment denk je helemaal niet aan de kleur van je haar. Later vond ik letterlijk dit in het woordenboek als illustratie van het woord 'opvallen': 'Met haar rode haar valt ze direct op tussen haar klasgenootjes.'

Ik kreeg ook veel advies, meestal van mensen met anders gekleurd haar, vriendinnen, winkelbediendes, tijdschriften, die wisten het allemaal beter. 'Nooit rood dragen!' zeiden ze. 'Bij rood haar staat groen het mooist!' 'Pas op voor de zon!' Met dat laatste hadden ze gelijk maar de rest is onzin. Ik heb jarenlang geweigerd groen te dragen.

Er waren ook mensen die deden alsof ze zich aan mijn haar konden branden, of hun handen er aan verwarmen.

En dan waren er de andere roodharigen (van Danny Kaye wist ik het niet, ik had hem nooit in een kleurenfilm gezien): Hazel die bij mij in de klas zat en o-benen had. Robert, die altijd won met Monopoly. Zijn haar was ook fel rood, en om zijn ogen was het licht rose, net een muis. Wie zou ooit lid willen worden van een club waarvan zij de andere leden waren?