Onderzoek naar imago van universiteiten deugt niet

Volgens het opinieblad van de Vereniging VNO-NCW is het met het imago van de Nederlandse universiteiten slecht gesteld. Sylvain Engelen en Max Cramwinckel vragen zich af waar die mening op gebaseerd is. Het gestuntel dat eraan ten grondslag ligt maakt elke conclusie voorbarig.

Ter gelegenheid van de opening van het Academisch Jaar hield de redactie van Forum, het opinieblad van de Vereniging VNO-NCW, een onderzoek naar het imago van de universiteiten onder Nederlandse ondernemingen. Centraal in dat onderzoek stonden vragen als: wat is het imago van de veertien Nederlandse universiteiten onder de Nederlandse ondernemers, hoe staat het met de kwaliteit van het onderwijs, waar komen de beste academici vandaan, en verschilt dat per studierichting?

Om op deze vragen algemeen geldende antwoorden te krijgen is gedegen onderzoek vereist. Nadere bestudering van dit VNO-NCW-onderzoek leert echter dat het hier om een kleinschalig, zwak opgezet onderzoekje gaat dat de duidelijke uitspraken die zijn gedaan over het imago van de afzonderlijke Nederlandse universiteiten niet rechtvaardigt. De publiciteit rondom het onderzoek is misschien leuk voor de redactie van Forum, maar het resultaat is spijtig voor sommige universiteiten en in hoge mate misleidend voor studerenden, ouders en andere belanghebbenden.

Het onderzoek waar het hier om gaat werd onder zestig Nederlandse bedrijven gehouden. In totaal werden van circa tweehonderd ondernemingen waarvan Forum vermoedde dat zij veel ervaring hebben met het aantrekken van academici, de voorzitters van raden van bestuur of directeuren schriftelijk benaderd.

Nu is het maar de vraag in hoeverre een voorzitter van de raad van bestuur zicht heeft op de werving van academici, laat staan zich er daadwerkelijk mee bemoeit. Daar komt dan nog bij dat de redactie van Forum in het betreffende artikel in het midden laat op basis van welke criteria zij tot die tweehonderd bedrijven zijn gekomen.

In ieder geval werd van slechts zestig ondernemingen het enquêteformulier ingevuld terug ontvangen. Dat is een response van 30 procent. Dat betekent dat zeven van de tien ondernemingen geen enquêteformulier heeft teruggestuurd. In hoeverre hier sprake is geweest van selectieve uitval, is een tot nu toe onbeantwoorde vraag. Misschien dragen de directeuren en voorzitters van raden van bestuur, die het enquêteformulier hebben teruggestuurd de VNO-NCW een warmer hart toe dan diegene die dat niet hebben gedaan. Misschien waren de anderen op vakantie. Het onderzoek werd verricht in juli 1997.

Je vraagt je ook af waarom Forum niet rapporteert aan welke universiteiten de respondenten zelf hebben gestudeerd. De vraag welk aandeel van de responderende directeuren en voorzitters van raden van bestuur gestudeerd hebben op de universiteiten die in dit onderzoek hoog scoren blijft nu helaas onbeantwoord. Dit zou wel eens een belangrijke verklaring kunnen zijn voor de gevonden rangorde. Ander onderzoek (!) leert dat de universiteiten in Nederland een hele sterke regiofunctie hebben. Voor veel studenten was, en is nog steeds, de afstand van het ouderlijk huis tot de universiteit één van de belangrijkste argumenten om voor een bepaalde universiteit te kiezen.

In het artikel van Forum wordt bij sommige universiteiten ook nog aangegeven dat de onbekendheid van veel ondernemingen met de prestaties van deze universiteit groot is. Maar ook de vraag waarom die onbekendheid met die universiteiten groot is, blijft weer onbeantwoord. Wellicht speelt de grootte of anciënniteit van een universiteit een rol. Een jonge universiteit als die van Maastricht heeft nog maar relatief weinig studenten afgeleverd. Maar dat zegt natuurlijk niets over de kwaliteit.

Door de onbekendheid met bepaalde universiteiten kan het aantal respondenten dat een oordeel velt wel eens nog lager zijn dan de zestig die het artikel noemt. Dit maakt de uitspraken over de verschillende universiteiten nog twijfelachtiger dan ze al zijn.

Het onderzoek van Forum wordt gekenmerkt door een groot aantal methodisch en inhoudelijke zwakke punten. De redactie heeft daarvoor geen oog gehad en en heeft desondanks geen enkele aarzeling getoond om hun bevindingen meteen aan de grote klok te hangen. De grootte van de steekproef, de samenstelling van de steekproef, de lage respons, de onderzoeksopzet in combinatie met het aantal respondenten en de gebrekkige aandacht voor mogelijk verklarende factoren maken het onderzoek tot een uitermate zwakke vertoning.

Dit gestuntel en 'profileringsgedrag' van Forum zet nu de universiteiten voor het blok en ouders, studenten en toekomstige studenten worden erdoor op het verkeerde been gezet. Onderzoek is een middel om de waarheid inzichterlijker te maken. Niet om de publiciteit te halen door een bepaalde waarheid te creëren.