Oerversie van Lawrence of Arabia's Seven Pillars; 'Dat beestachtige boek van mij'

Pas dit jaar is de oorspronkelijke editie verschenen van een van de meest gelezen boeken over de Eerste Wereldoorlog, 'Seven Pillars of Wisdom': 80.000 woorden langer dan de gepolijste versie die in 1926 werd uitgegeven, en in een aantal opzichten ook beter. Auteur T.E. Lawrence (1888-1935) was ooit van plan alle acht exemplaren van de oer-versie te vernietigen. Nu doen ze ongeveer een miljoen gulden per stuk.

T.E. Lawrence: Seven Pillars of Wisdom. The complete 1922 text. Castle Hill Press. Twee delen, 1024 blz. ƒ 746,25

Een tijdsverloop van 71 jaar tussen de publicatie van een boek en het verschijnen van een geheel herziene uitgave is nogal ongebruikelijk, en we mogen van bizar spreken wanneer tevens wordt afgeweken van de normale volgorde - dus de herziene editie eerst. Misschien wordt het wat begrijpelijker als verder gegeven is dat de auteur op zijn vijfde een krant ondersteboven kon lezen, dat hij er als schooljongen plezier in had met zijn fiets aan de hand heuvels af te dalen die hij op de pedalen bestegen had, dat hij in diezelfde periode uittestte hoe lang hij zonder eten, drinken èn slaap kon, dat hij verklaarde voor zijn dertigste generaal te willen zijn, dat hij 'ernaar verlangde de spil te zijn van een nationale beweging' èn dat hij 'er op school van droomde vorm te geven aan een nieuw Azië'.

Thomas Edward Lawrence (1888-1935) zou nooit hoger komen dan kolonel, maar de twee laatstgenoemde doelen had hij bereikt vóór zijn dertigste. Op 30 oktober 1918 trok hij met zijn troepen Damascus binnen, en was het huidige Midden-Oosten bevrijd van vijf eeuwen Turkse bezetting. Drie dagen heerste Lawrence over de grootste stad van Syrië. Daarna keerde hij terug naar zijn eigen land, Groot-Brittannië, om zijn Jeanne d'Arc-achtige rol diplomatiek af te ronden, samen met minister van Koloniën Winston Churchill.

Zijn tweede grote bezigheid na de oorlog was op te schrijven wat er nou precies was gebeurd. Dat deed hij in hoofdzaak op een kamer van All Souls College van de universiteit van Oxford, waar hij voor de oorlog was opgeleid tot archeoloog. Of die gewijde ambiance het product ten goede kwam, is onbekend, want in november 1919 verloor Lawrence het hele manuscript op het spoorstation van Reading. Dat is althans de gangbare versie. Op 25 november schreef hij aan de Arabië-reiziger Charles Doughty (1843-1926) dat het manuscript in de trein van hem gestolen was. Hoe dan ook zeer vervelend, al helemaal omdat Lawrence zijn Arabische verhaal ooit kwalificeerde als 'one of the most splendid ever given a man for writing'. Maar bij een andere gelegenheid had hij het over 'this beastly book of mine', een standpunt dat strookt met wat Lawrence ooit aan de beeldhouwer Eric Kennington vertelde: dat hij het manuscript in de Theems had geworpen.

In brand

Het is slechts één van de onzekerheden die Lawrence of Arabia lang hebben omgeven, al begint er 62 jaar na zijn dood en bijna honderd biografieën later wat meer helderheid te ontstaan. In elk geval begon Lawrence in september 1921 opnieuw aan wat een van de meest gelezen boeken over de Eerste Wereldoorlog zou worden. Van deze versie is de lengte niet precies bekend, maar het lot ervan wel: de auteur overgoot het na voltooiing met paraffine en stak het in brand met een gasbrander, maar niet voordat hij een derde versie op papier had gezet. Dit lijkt vreemd, maar de simpele logica is dat de tweede tekst diende om Lawrences oorlogsherinneringen in recordtempo vast te leggen en het verlies van de eerste versie ongedaan te maken, niet om literatuur te produceren. Schrijfsessies van vele duizenden woorden per keer waren gebruikelijk, en één lap van ruim 35.000 woorden schreef hij in één stuk door, van zonsopkomst tot zonsopkomst. Dit alles op een schaars gemeubileerde zolderkamer in Londen (14 Barton Street) in de schaduw van Westminster Abbey, waar de auteur zich warm hield in een pilotenjas en zich voedde met fish & chips.

Versie drie, de uitgewerkte en gepolijste versie twee, was de eerste die gedrukt werd. Lawrence wilde zijn boek nog niet uitgeven en anderzijds niet weer kwijtraken (of weggooien), en kwam aldus tot acht exemplaren. Tussen januari en juni 1922 werden ze gedrukt bij The Oxford Times, waarna er zes werden gebonden.

Van een aantrekkelijke uitgave was geen sprake: eenzijdig bedrukt goedkoop papier, gezet over twee kolommen in een beroerd klein lettertje, en met veel zetfouten. Prettig gebonden was het evenmin: iedere pagina werd gedrukt op een apart vel, en door de stapel los papier is vervolgens een draad geregen. En tot overmaat van ramp is het ook haast niet consulteerbaar. Pas na veel gefax en getelefoneer, weken wachten, en een aanbeveling van een Lawrencebiograaf, was de Bodleian Library in Oxford zo goed de allereerste druk van Seven Pillars of Wisdom voor me uit de kluis te halen. Dat was een jaar niet gebeurd, aldus de bijgeleverde lezerslijst. Onderaan stond de Amerikaan Edwards Metcalf, de eigenaar van twee exemplaren van de 1922-Seven Pillars.

Nog geen jaar later, in oktober 1996, had ik deze exemplaren ineens beide in handen, een meter of tien onder de grond, in een voorstad van Los Angeles. Dat was te danken aan Lawrence-bibliograaf Philip O'Brien die me bij Metcalf geïntroduceerd had, en zelf was meegegaan om weer eens te watertanden in de Lawrence-afdeling van de Huntington Libary: het Mekka van de verzamelaars van Lawrence-boeken, ontstaan op het snijpunt van de Arabische opstand en het Amerikaanse spoorwegwezen. Dat zit zo:

In 1882 hadden de Britten zich stevig verschanst in Egypte, al bleef de Turkse sultan er officieel de baas. De invasie had te maken met de Fransen en het Suez-Kanaal, maar dat doet nu niet ter zake. In juni 1916 kreeg Hussein, de sharif van Mekka (en de overgrootvader van koning Hussein van Jordanië) zo genoeg van de Turkse overheersing dat hij een revolutie begon die snel om zich heen greep en succes had. Ook de Britten in Egypte waren er blij mee: door de opstand te steunen met geld en wapens en een paar adviseurs, kon een deel van het Midden-Oosten Turk-vrij gemaakt worden, wat weer mooi aansloot op de Britse, Franse en Russische neokoloniale plannen voor dat gebied, zodra de oorlog was afgelopen. Een en ander was vastgelegd in het beruchte Sykes-Picotverdrag van februari 1916.

Een van de Britse officieren die zich in de Arabische revolutie mengden, was Lawrence, in oktober 1916. Hij onderscheidde zich van de rest door een perfecte beheersing van de taal, groot uithoudingsvermogen, veel strategisch en tactisch inzicht, en vooral: een vermogen om Arabier te zijn onder de Arabieren, en op te gaan in de revolutie. Lawrence groeide uit van adviseur tot een van de leiders. Zijn grote verdienste was vooral dat hij de strijd tegen de Turken vanaf het Arabisch schiereiland uitbreiddee naar wat nu Israel, Jordanië en Syrië heet, met de inname van Aqaba in juli 1917 als belangrijke mijlpaal. Een regulier Brits-Egyptisch leger onder bevel van generaal Allenby deed het zware werk bij de opmars naar het noorden, maar tot het eind van de oorlog met veel hulp van het guerrillaleger rond Lawrence aan de oostflank.

De enorme inzet van Lawrence werd van meet af aan gevoed door zijn wetenschap over het Sykes-Picot Verdrag. Bij de Russische Oktober-revolutie hadden de bolsjewieken het document natuurlijk direct aan de openbaarheid prijsgegeven, maar ook daarna bleef Lawrence streven naar een maximaal Arabisch aandeel in de strijd tegen de Turken: hoe meer ze zelf deden, hoe sterker hun positie bij de onderhandelingen na de oorlog.

Hevig en bloedig

De strijd was hevig en bloedig - maar het was ook een boeiende mengeling van een sprookje en een spannend jongensboek. De als Arabier geklede, op kamelen galopperende, treinen opblazende archeoloog uit Oxford diende vanaf begin 1918 als scoop voor de Amerikaanse journalist Lowell Thomas (1892-1981), de grondlegger van Lawrence of Arabia als mediafenomeen. Aan het eind van zijn leven zou Lawrence verklaren dat de pers hem kapot had gemaakt. Maar toen Lowell Thomas en zijn cameraman hem tussen de oorlogsbedrijven door interviewden, filmden en fotografeerden, werkte hij vrolijk mee in de hoop dat de Arabische zaak daarmee gediend zou zijn.

Thomas schreef een lading krantenartikelen en zette thuis een uitvoerige show in elkaar, With Allenby in Palestine and Lawrence in Arabia, waarmee hij direct na de oorlog theaters in Engeland en de Verenigde Staten afreisde. In Engeland alleen al zagen meer dan een miljoen mensen het programma, onder wie de koninklijke familie - en in Amerika was Edwards Metcalf, toen nog een schooljongen, een van de diep geraakte kijkers. Zijn grootvader van moederszijde was Henry Edwards Huntington: erfgenaam van het fortuin van de Central Pacific Railway, zelf ook een spoorwegmagnaat, en een van Amerika's bekendste boekenverzamelaars. In 1920, juist toen Lowell Thomas met zijn Lawrence-show rondtoerde, opende Henry zijn Huntington Library, en begon kleinzoon Edwards aan een speurtocht naar Lawrence-materiaal die inmiddels drie kwart eeuw heeft geduurd.

Paleis

De Huntington Library ziet er niet uit als een bibliotheek maar als een paleis, met hoge colonnades en de meest schitterende tuinen eromheen. Metcalf is de vriendelijkheid zelve, met een hoofd als een biljartbal, een vlinderdas, opvallend grote schoenen, en een vrolijke grijns. Al het personeel lacht vriendelijk terwijl de oom Dagobert onder de oude boeken-verzamelaars door lange gangen en per lift voorgaat naar zijn enorme privédomein in het souterrain. Alleen een paar ingewijde medewerkers, Metcalf zelf en af en toe een genodigde mogen er komen. Dat is maar goed ook, want een beetje boekenliefhebber riskeert hier een hartstilstand. Om maar eens wat te noemen: bij binnenkomst loop je direct tegen de complete bibliotheek aan - een paar duizend boeken - van de grootste ontdekkingsreiziger van de vorige eeuw, Richard Burton (1821-1890). En zo bezit Metcalf nu ook de grootste Lawrence-collectie ter wereld, 4500 boeken door en over hem en een paar dozen met originele brieven.

Terwijl ik een derde van de gebonden oplaag van de oer-Seven Pillars in handen had, waaronder het exemplaar dat Lawrence bij zich hield terwijl de rest onder meelezers circuleerde, tikte Metcalf op mijn schouder. Hij had iets nog exclusievers: het dagboek dat Lawrence bijhield tijdens zijn eerste reis naar Arabië, in de zomer van 1909. De waarde daarvan kan alleen bekend worden bij veiling, en daarvan zal het niet komen. Maar een prijsindicatie van de 1922-Seven Pillars valt wel te geven. In 1924 kondigde Lawrence een beperkte publieksuitgave aan van zijn boek, à dertig guineas (zeker ƒ 3000,- nu) en alleen bij voorintekening. De productie duurde echter veel langer dan de bedoeling was, en om zijn 127 klanten tevreden te houden kregen ze van Lawrence elk een hoofdstuk van de 1922-Seven Pillars.

Van die hoofdstukken, twee velletjes steeds, duikt er nu soms een op bij een antiquariaat en doet dan ongeveer vijfduizend gulden. Doorrekenend kom je dan bij ongeveer een miljoen gulden voor een heel boek. Daarbij vergeleken is de subliem uitgegeven 1926-Seven Pillars spotgoedkoop: voor ƒ 50.000,- heb je er al een. In 1935, direct na Lawrences dood, kwam de 1926-tekst, nu ondermeer verkrijgbaar als Penguin, beschikbaar voor het grote publiek. Nog beter nieuws is dat ook de 1922-editie nu is uitgegeven: in een oplage van 650 exemplaren en voor ruim 700 gulden, maar de kans is groot dat er over een paar jaar een goedkope paperback komt.

De 1922-Seven Pillars is een van de geweldigste (en gewelddadigste) boeken ooit geschreven, en in veel opzichten beter dan de 1926-editie. En dat is jammer voor Lawrence, want hij was juist vier jaar bezig geweest om er iets beters van te maken. De verschillen samengevat: de 1922 is nog 83.000 woorden langer dan de 280.000 woorden lange 1926, leest meer als een brief naar huis dan als een meesterwerk (en daardoor prettiger), en heeft veel meer puntkomma's en wat minder dubbele punten. Dat laatste was de invloed van twee van de meelezers: George Bernhard Shaw en zijn vrouw Charlotte. In de 1922-Seven Pillars staat bijvoorbeeld: 'However Auda insisted. Partly it was superstition again: he feared the newly-dead around us: partly lest the Turks return on us in force from somewhere: partly lest other clans of the Howeitat take us, lying there broken and asleep.'

Dat is in de 1926-Seven Pillars veranderd in:

'Auda insisted. Partly it was superstition - he feared the newly-dead around us; partly lest the Turks return in force; partly lest other clans of the Howeitat take us, lying there broken and asleep.'

Ook de 1926-Seven Pillars blijft een oase voor dubbele punt-fans, vol zinnen met twee of meer exemplaren (een stijlvorm waarop in Nederland een taboe rust). Maar zo goed geplaatst en zo talrijk als in de 1922-Seven Pillars vind je ze in geen boek.

Metafysica

Over de 1926-Seven Pillars is al veel geoordeeld. Churchill zag het als 'een van de grootste boeken ooit in het Engels geschreven' en volgens de schrijver annex gouverneur-generaal van Canada John Buchan was het 'het beste boek over metafysica van onze tijd'. In afwachting van de reacties die de nieuwe uitgave van deze oude klassieker los zal maken, zijn er al wel een paar meningen bekend van Lawrences meelezers. De dichter/schrijver Robert Graves meende dat de 1922-Seven Pillars door de lossere stijl makkelijker te lezen was. Shaw vond dat Lawrence zijn tijd had verdaan door te proberen een meesterwerk te verbeteren. En E.M. Forster, de aandrager van de meeste suggesties voor veranderingen, schreef Lawrence in 1931 dat de 1926-Seven Pillars kernachtiger en gedistingeerder was, maar dat de zinnen minder goed op elkaar aansloten dan in het origineel.

Over het oordeel van Lawrence zelf kan nauwelijks twijfel bestaan. In juni 1927 schreef hij aan John Buchan: 'Ik denk erover [alle exemplaren van de Oxford editie] uiteindelijk te vernietigen, zodat het nageslacht maar één tekst zal hebben. De Seven Pillars die je kent is een condensering, en geen verkorting van de Oxford-tekst: en ik denk dat hij technisch veel beter is.'

Maar misschien dacht hij daar diep in zijn hart toch genuanceerder over. Per slot van rekening heeft hij die acht boeken niet in brand gestoken of in de Theems gegooid.