Literair theater in Den Haag viert zondag tienjarig jubileum; De intimiteit van Branoul

Zondag viert het Haagse literaire theater Branoul zijn tienjarig jubileum. Er verschijnt een boek met een voorwoord van F. Springer, waarin hij zegt dat theater Branoul geheel tegen zijn verwachtingen in 'een blijvertje' is geworden. Dit theater is niet meer weg te denken uit de toneelwereld.

Literair Theater Branoul. Maliestraat 12, Den Haag. Aanstaande zondag vanaf 14u. toneelvoorstellingen vanwege het tienjarig bestaan. Inl. (070) 365 72 85.

DEN HAAG, 12 SEPT. Niet ver van de Koninklijke Schouwburg en het Lange Voorhout ligt het literaire theater Branoel, in de Maliestraat in Den Haag. Ik heb daar prachtige voorstellingen gezien, die geen enkel verband hielden met wat er gaande was in de schouwburgen van het land.

De naam van theater Branoul is ontleend aan een verhaal van Anton Koolhaas, 'Het mannetje in de kop' uit 1959. Het verhaal begint met de onsterfelijke woorden: “De olifant Branoul voelde zich zeer gelukkig. Niet dat er iets bijzonders aan de hand was. Maar hij was tevreden. Hij keek zo nu en dan naar de andere olifanten en vatte ze dan expres welwillend in het oog.” Wanneer deze olifant in de rivier gaat drinken en een vis tegen zijn slurf voelt kriebelen, raakt hij in de war. Slaat het mannetje in zijn hoofd op tilt? Ja, dat gebeurt. Hij dwaalt van de kudde af en wil alleen nog maar terug naar de rivier.

Dat is een goed beeld. Literair Theater Branoul bewijst met dit verhaal niet alleen een hommage aan Koolhaas maar ook aan de literatuur. In het theater aan de Maliestraat, waar voorheen een winkel was gevestigd in open haarden, brengen al tien jaar lang initiator en acteur Rein Edzard, directeur Walther Scheffer en een keur aan spelers 'literair theater'. Dat klinkt mooi, maar eigenlijk is het nog veel mooier dan het klinkt. Want nergens in de Nederlandse toneelhuizen en schouwburgen kunnen de toeschouwers eenvoudigweg luisteren naar literaire teksten, die worden uitgebeeld op de grens van theatrale voordracht en literaire voorlezing. Een kleine greep uit het programma van de afgelopen tien jaar vertelt al genoeg. Er was een prachtige uitvoering van Extaze van Louis Couperus, in de regie van Eric Schneider met Rein Edzard en Martine de Moor in de hoofdrollen; theater Branoul bracht van Couperus ook Aan de weg der vreugde, en verder gaat het met God en godin van Leo Vroman, De man, die koning wilde zijn van Kipling, Liefdes schijnbewegingen van Remco Campert en Rood paleis van F. Bordewijk.

Het theater telt de uniekste stoelen van Nederland; de toeschouwers zitten op zetels afkomstig uit (helaas) gesloopte Deux Chevaux. Het theater is vier armlengtes breed en tien armlengtes lang. Veel Nederlandse prozaschrijvers zijn er als toneelschrijver gedebuteerd, wat Branoul maakt tot het evenbeeld van het befaamde Toneelgroep Centrum in Amsterdam. Vaak treedt daar bijvoorbeeld een toneelgroep op die Het gezelschap van de Zee heet; zij brengen geënsceneerde lezingen, en daarnaar luistert iedereen ademloos. Branoul herstelt een oude maar helaas verdwenen vorm van theater in Nederland, namelijk het vertellen. Met weinig middelen, een enkele lamp en tafel, een enkel decorstuk en zo nu en dan een trefzeker gebaar, weten de acteurs van Branoul de toeschouwers te boeien. Ooit wilde de Zweedse toneelschrijver August Strindberg alleen nog maar voor een intiem theater schrijven; hij heeft in Stockholm zijn eigen intieme theater opgericht, natuurlijk niet wetende dat in Den Haag op 10 september 1987 het mooiste kleine theater van Nederland door Anton Koolhaas, dichter van dierenverhalen zoals over Branoul, geopend zou worden.