Laveren tussen oprecht en politiek correct

In 'veelkleurig' Nederland wonen verschillende mensen naast elkaar, ieder met zijn eigen culturele achtergrond. In het dagelijks leven botsen hun normen en waarden.

Deel 1: de politici.

DEN HAAG, 12 SEPT. Het gebeurde op maandagochtend, bijna drie weken geleden. Op het Catshuis voerde de politieke top koortsachtig overleg over meneer Gümüs, een illegale Turk die met zijn vrouw en twee kinderen na acht jaar Nederland moet verlaten. Tijdens het overleg maakten de politieke leiders een afspraak.

De partijen vóór Gümüs (PvdA en D66) zouden zich in een komend debat over de kwestie niet als 'humaan' op de borst kloppen. Daarnaast beloofden ze coalitiepartner én tegenstander van een verblijfsvergunning voor Gümüs (VVD) niet van 'harteloosheid' te beschuldigen. De bestaande gedragsregels voor Kamerleden, zoals die in andere debatten gelden, waren hier kennelijk niet afdoende.

Als het om minderheden gaat, staat de Nederlandse politicus voor een dilemma. Hij wil 'politiek correct' zijn, weegt zijn woorden op een goudschaaltje. Uitspraken kunnen immers snel als racistisch worden uitgelegd. Maar hij vindt ook dat over het minderhedenvraagstuk moet worden gedebatteerd. “Het is te lang stil geweest. De multiculturele samenleving is een issue. Daar kunnen we niet omheen”, meent Tweede-Kamerlid S. Noorman (PvdA). “We hebben te lang getalmd over te weinig duidelijkheid”, zegt Kamerlid A. Bijleveld (CDA).

Die duidelijkheid moest er maar eens komen, vond fractievoorzitter Wallage (PvdA) dit voorjaar. In een interview in het Parool pleitte hij voor afschaffing van het voorkeursbeleid voor allochtonen. In plaats daarvan zou een algemeen beleid voor mensen in 'achterstandsituaties' moeten komen - ongeacht afkomst of nationaliteit. Deze opmerking viel verkeerd bij coalitiepartner D66. Tweede-Kamerlid Dittrich: “Het klinkt alsof de Nederlander is vergeten. Dat is niet zo. Maar de PvdA zal, in de aanloop naar de verkiezingen, inspelen op de problemen rond minderheden. Want wie stemmen er? Vooral de autochtonen, niet de allochtonen.”

Minderhedenbeleid in Nederland - de vraag is al lang niet meer of het moet worden gevoerd, maar hoe het moet worden gevoerd. In 1991 slingerde VVD-leider Bolkestein de discussie over integratie van allochtonen aan. In het kader van gezinshereniging mochten buitenlanders niet meer dan één vrouw laten overkomen, zei de VVD'er. Polygamie is hier immers verboden. In 1997 sprak Bolkestein zich uit tegen toelating van Turkije tot de Europese Unie, onder meer wegens “de andere cultuur”.

“We zijn niet uit op scherpslijperij”, zegt Tweede-Kamerlid en woordvoerder minderheden H. Kamp (VVD). Toch hebben de liberalen aangetoond dat 'scherpe' uitspraken over minderheden electoraal gewin opleveren, al ontkennen de woordvoerders van de vier grote partijen (de VVD incluis) in alle toonaarden op dergelijk gewin uit te zijn. In 1994 ging de VVD van 22 zetels naar 31 zetels.

Voor de komende (verkiezings)periode heeft de VVD meer aanscherpingen in gedachten. In Nederland wonende buitenlanders moeten de taal leren - ook al zijn ze hier al jaren. Tot nu toe geldt deze verplichting alleen voor zogenoemde nieuwkomers. Allochtonen jonger dan 23 jaar die gesubsidieerde arbeid verrichten (zoals een Melkertbaan), mogen geen huwelijkspartner uit het buitenland naar Nederland halen. “Zo willen we jongeren prikkelen om volwaardig werk te vinden”, verklaart Kamp. En het minimumloon moet omlaag. “Want de prijs van arbeid, verricht door sommige migranten, ligt te hoog.”

De VVD ziet werk als sleutel tot integratie, het CDA vindt het leren van de Nederlandse taal belangrijker. De PvdA wil religieuze leiders inschakelen om de problemen te bestrijden, D66 meent dat de Nederlandse overheid juist minder moet regelen via de moskeeën. “Anders wordt de scheiding tussen kerk en staat onhelder”, aldus Dittrich.

Ondanks deze meningsverschillen zijn de politieke partijen meer gelijk gestemd dan vroeger, schrijft onderzoeker A. Fermin. Hij promoveerde afgelopen zomer op het proefschrift Nederlandse politieke partijen over minderhedenbeleid in de periode 1977-1995. Vochten de partijen in de jaren tachtig nog over het belang van erkenning van de identiteit tegenover de noodzaak van sociaal-economische aanpassing, in de jaren negentig zijn ze het met elkaar eens: allochtonen moeten zich aanpassen aan vooral Nederlandse normen en waarden, aldus Fermin.

Welke zijn dat? De Grondwet, antwoorden de woordvoerders van de vier partijen eensgezind, ook al botsen sommige opvattingen van migranten met de bepalingen in de Grondwet. D66'er Dittrich: “Tolerantie, gelijkheid van man en vrouw, emancipatie, scheiding van kerk en staat; het zijn zaken waaraan niet valt te tornen”. De andere partijen zijn het met hem eens.

Overtuigd van het belang van aanpassing buigen de politici zich onder meer over de grotere schooluitval onder allochtonen en over het leren van de Nederlandse taal. Verschil van mening zit in de uitwerking van dit beleid. In een reactie op voorstellen van de VVD zegt Noorman (PvdA): “Natuurlijk moet een Somalische vrouw naar school om Nederlands te leren. Maar moet ze daarom worden verplicht haar drie kinderen onder te brengen in een peuterspeelzaal, zodat ze binnen een half jaar Nederlands leert spreken? Van mij niet. De overheid moet zich meer op de persoonlijke situatie van de mensen richten.”

Een meningsverschil doet zich ook voor bij de oprichting van een school voor islamitische geestelijken in Nederland. Over zo'n opleiding tot imam zijn de partijen het eens. Alleen wil verantwoordelijk minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken, VVD) wachten op instemming van de hele islamitische gemeenschap in Nederland, terwijl het CDA wel met enkele “liberale stromingen” in zee wil om eindeloos wachten te voorkomen.

Kent het minderhedendebat nog taboes? Ja, meent Dittrich. Onlangs kaartte het D66-Kamerlid de “intolerantie van etnische groeperingen ten opzichte van homoseksualiteit” aan. Op het laatste moment veranderde hij nog enkele woorden. Etnische groeperingen werd veranderd in: sommige leden van etnische groeperingen. Toch bleef protest niet uit. In een fax verweet de Turkse organisatie IPOTH hem stemmingmakerij. Telt Nederland ook geen kleine, christelijke partijen met bepaalde opvattingen over homoseksualiteit? Dittrich: “Terwijl ik zó voorzichtig ben geweest!”

De andere seksuele moraal is een taboe. In het zwembad De Tongelreep in Eindhoven weigerde de leiding het afgelopen jaar tientallen jongens, waaronder relatief veel Marokkanen en Turken. Zij hadden aan de meisjes gezeten. De jongens zouden een verkeerd beeld van seksualiteit hebben: een glimlachend meisje in badpak vráágt er om. Noorman: “We moeten met hen en hun ouders praten. Levert dat niets op, dan moet die jongens de toegang tot het zwembad worden geweigerd.”

De VVD ziet een ander taboe. Kamp: “We moeten ouders in een vroeg stadium corrigeren. Marokkaanse vaders en moeders weten vaak weinig effectief met hun kinderen om te gaan. Ze lezen niet voor, spreken geen Nederlands, knutselen nauwelijks. Maar dat de overheid zich bemoeit met de opvoeding van kinderen, is voor de VVD gelijk aan vloeken in de kerk. Aan de andere kant constateren we dat grote groepen buiten de samenleving vallen. We moeten iets ondernemen.”

D66 wil ook eerder ingrijpen. Dittrich: “Bij wijze van spreken al voor de geboorte van het kind.”