Irritatie domineert Duits economiedebat

Nederland en Duitsland confereerden dezer dagen op hoog niveau over elkaars economische modellen. Het werd in Düsseldorf geen ongebreidelde lofzang voor het 'poldermodel'. Economisch realisme, gekenmerkt door irritatie over elkaars concurrentiemethoden, voerde de boventoon.

DÜSSELDORF, 12 SEPT. De ene Duitse minister reisde naar Nieuw-Zeeland, de andere naar Zweden, een derde naar Chili. Maar het gezochte economische voorbeeld bleek een paar uur rijden van Bonn te liggen: Nederland. Geen dag kon er het afgelopen jaar voorbij gaan of de bondskanselier prees Nederland de hemel in. Intussen is voor de Duitsers de glans van het 'poldermodel' verdwenen.

De fascinatie voor het flinke Hollandse buurland, dat hervormingen weet te combineren met een 'sociaal' gezicht, is verdrongen door de gure wind van de globalisering. De hevige internationale concurrentie dwingt Nederland en Duitsland een nationale politiek te voeren die de ander ook lelijk kan benadelen. Dat bleek tijdens een tweedaagse conferentie Challenging Neighbours, die deze week in Düsseldorf werd gehouden en waarbij het Nederlandse economische model met het Duitse werd vergeleken.

Ministers, ondernemers, vakbondsvertegenwoordigers en wetenschappers uit beide landen bespraken wat ze van elkaar kunnen leren. Maar al snel voerde economisch realisme de boventoon en kwamen irritaties over elkaars concurrentiemethoden aan het licht. Een competitie die volgens sommige ondernemers zal toenemen.

“Het staat buiten kijf dat de concurrentie om vestigingsplaatsen voor bedrijven tussen Nederland en Duitsland zich op veel terreinen zal verscherpen”, stelde Erik Jan Nederkoorn vast, bestuurslid van Deutsche Telekom. Vooral op het gebied van de telecommunicatie zal een hevige strijd worden geleverd, wil het 'oude continent' zich als toplocatie voor deze toekomstindustrie etableren, zei Nederkoorn.

De voormalig topman van Fokker zou volgens de Duitse pers uit het bestuur van Telekom worden gewipt, maar Nederkoorn wees deze bewering gisteren in de wandelgangen van de conferentie als een “onzinnig gerucht” van de hand. Telekom moet door de privatisering vorig jaar marktgerichter werken en Nederkoorn, verantwoordelijk voor internationale expansie, schopt tegen heilige huisjes. “Waarom zouden we bepaalde producten nog langer van Duitse leveranciers betrekken als we ze in het buitenland voordeliger kunnen krijgen?”, aldus Nederkoorn.

Maar verandering doet pijn, zeker als er jarenlange relaties zijn opgebouwd, gaf hij toe. De hevige concurrentie vereist aanpassingen bij de monopolist en die stuiten intern op weerstand.

Hetzelfde geldt voor Nederland en Duitsland, die verschillend op de globalisering zijn voorbereid. In een uitvoerige studie, die door het Nederlandse ministerie van Economische Zaken in Düsseldorf werd gepresenteerd, heeft het Centraal Planbureau (CPB) de economische modellen in beide landen onderzocht. Het CPB vergelijkt het Duitse en Nederlandse stelsel wat betreft de arbeidsmarkt, CAO-beleid, concurrentiepolitiek, technologie, scholing, de wijze waarop ondernemingen worden bestuurd en de rol van aandeelhouders.

Vooral de zwakten op grond waarvan beide landen met elkaar concurreren doen pijn. Tenslotte zijn Nederland en Duitsland intensieve handelspartners. Nederland is voor de deelstaat Noordrijn-Westfalen, dat qua omvang en inwonertal vrijwel even groot is, nummer één op de lijst van handelspartners. Noordrijn-Westfalen alleen al is goed voor 43 procent van de export van Nederland naar Duitsland.

Minister Wolfgang Clement van Economische Zaken van de Duitse deelstaat schroomde niet, naast lof voor het Nederlandse vermogen compromissen te sluiten, ook zijn grieven op tafel te leggen. Vooral de hevige concurrentie op het gebied van verkeer en belastingen zit de sociaal-democraat Clement dwars.

Zo zijn de beide luchthavens Schiphol en Düsseldorf grote concurrenten van elkaar. “Concurrentie onder dezelfde voorwaarden is volkomen in orde”, zei Clement. Maar dat is volgens hem niet het geval, omdat de milieuvoorschriften (bijvoorbeeld geluidsnormen) in Duitsland veel strenger zijn. Clement pleitte ervoor in de Europese Unie tot een zelfde standaard te komen. Anders “raken we verzeild in een situatie waarin tegen de laagst mogelijke milieuregels wordt geconcurreerd en dat kan bewoners niet worden aangedaan”. Ook het gunstige belastingklimaat in Nederland, dat investeerders in Duitsland naar Holland lokt, ergert Clement. Vorig jaar kwam het tot grote irritatie tussen de buurlanden, toen bleek dat de Gelderse Ontwikkelingsmaatschappij in Duitsland openlijk buitenlandse investeerders in het Roergebied probeerde over te halen naar Nederland te komen.

Na interventie staakte de Gelderse maatschappij de acties, maar achter de schermen gaan de pogingen om vooral Japanse investeerders naar Nederland te halen gewoon door. En niet zonder succes. Uit een recente enquête van de universiteit van Duisburg blijkt de belangstelling van Japanse investeerders voor Nederland opvallend toe te nemen omdat ze Noordrijn-Westfalen te duur vinden. Nederland is niet alleen voordeliger qua belastingtarieven, maar ook de lonen, energieprijzen en telefoontarieven zijn lager.

Clement vindt dat er een Europese belastingnorm moet komen waarbij tarieven worden gelijkgeschakeld. Maar minister Hans Wijers van Economische Zaken, die ook in Düsseldorf was, wilde daar niets van weten. “Op een vrije markt heeft ook Duitsland de vrijheid zijn eigen belastingstelsel aan te passen”, zei de minister laconiek.

Wijers legde daarmee de vinger op een zere plek in Duitsland. Waar het de 'vliegende' Hollanders met angelsaksische dynamiek is gelukt flexibel te reageren op veranderingen, hebben hervormingen in de Duitsland traag plaats. Zo zijn bijvoorbeeld de ambitieuze plannen van de Duitse regering tot een algehele belastingverlaging pijnlijk vastgelopen door politieke weerstand bij de SPD.

Het Nederlandse model leert echter ook dat voor hervormingen van het economisch stelsel een lange adem nodig is. Al in 1982 is het koninkrijk met loonmatiging en deregulering begonnen, nadat het door de recessie van 1981 veel zwaarder was getroffen dan Duitsland. Pas vele jaren later gaf oud-premier Ruud Lubbers het startsein tot sociale innovatie toen hij zijn landgenoten voorhield: 'Nederland is ziek'. Intussen is het gelukt meer mensen aan het werk te krijgen, extra banen te scheppen en tegelijkertijd de schulden plus het tekort van de overheid dusdanig te verminderen dat Nederland aan de criteria voor de euro voldoet.

De Nederlandse ministers Wijers en Gerrit Zalm van Financiën waakten er in Düsseldorf voor zich al te zeer te mengen in de interne Duitse strubbelingen om de economie, en vooral de arbeidsmarkt, op orde te krijgen. Beide ministers wezen er vooral op dat in Nederland nog het nodige kan worden verbeterd.

Volgens Zalm kan Nederland enkele belangrijke lessen van Duitsland leren. Zo kent de Bondsrepubliek een strengere controle op sociale verzekeringen, beter toezicht op het verdelen van bijstand, striktere regels voor arbeidsongeschiktheid en een efficiënt leerlingenstelsel in bedrijven, waarbij schoolverlaters al werkende een ambacht leren zodat ze eerder aan de slag komen. Ook is Duitsland met zijn talrijke onderzoeksinstituten een voorbeeld op het gebied van technologische innovatie.

“Het Nederlandse model is nog lang niet perfect”, stelde Zalm vast, die vooral wil voorkomen dat de Nederlanders wegzakken in zelfgenoegzaamheid. Dat lukte hem niet bij iedereen. Professor Joop Hartog van de Amsterdamse Universiteit ziet voor de Duitse buur maar één oplossing om uit de huidige misère te komen: Turn Länder into Holländer.