Hollywood-roman van Leon de Winter; Schietpartij tussen de schuifdeuren

Leon de Winter: De hemel van Hollywood. De Bezige Bij, 329 blz. ƒ 39,50 (pbk)/ƒ 49,75 (geb.)

Sinds hij in het midden van de jaren tachtig zijn koers radicaal verlegde, is Leon de Winter (1954) uitgegroeid tot een van de best verkochte Nederlandse schrijvers. De wat tobberig overkomende schepper van psychologische romans als Zoeken naar Eileen W. en La Place de la Bastille maakte plaats voor een vlotte mediapersoonlijkheid, die zijn belangrijkste thema's - de joodse identiteit na de Tweede Wereldoorlog, de essentie van de moraal - verpakte in wat hij zelf noemde 'lekker leesbare boeken'. De voormalige epigoon van Handke en Modiano werd een verhalenverteller in de Amerikaanse traditie die zijn critici provoceert met anti-intellectualisme en die in interviews trots vertelt dat hij de lezer met romans als De ruimte van Sokolov (1992) en Zionoco (1995) vóór alles wil vermaken.

'Tegenwoordig construeer ik mijn boeken alsof het filmscenario's zijn', zei De Winter vorig jaar in Het Parool. Als om dat te onderstrepen, heeft hij zijn nieuwe roman De hemel van Hollywood genoemd en laat hij het eerste hoofdstuk beginnen met de ironische woorden: 'Als dit een film was, dan zou het openingsshot een lichtbeige overjarige Oldsmobile laten zien...' Wat volgt is een als uitgewerkt filmscript ('novelization') verteld misdaadverhaal dat zich grotendeels afspeelt in Los Angeles.

Een roman over Hollywood van een Nederlands schrijver, dat wekt verwachtingen. Zeker als die schrijver, zoals De Winter (scenarist en producent van onder meer De grens en Zoeken naar Eileen), ruime ervaring heeft in de filmwereld. De hemel van Hollywood opent veelbelovend. Na een nieuwsgierig makende proloog, waarin drie schimmig opererende politieagenten een kluis met miljoenen dollars kraken, maken we in flashback ('Twee weken eerder') kennis met Tom Green, een ooit succesvolle televisie-acteur van Nederlandse afkomst die zeven maanden wegens fraude in de gevangenis heeft gezeten. Berooid is hij neergestreken in een sjofel hotel aan Hollywood Boulevard, vanwaaruit hij wanhopig aan werk probeert te komen. De lucky break blijft uit, tot hij na een dronkemansavond met twee andere ex-acteurs op een lijk stuit dat hun leven zal veranderen.

De Winters sfeertekening van de zelfkant van Los Angeles, met zijn verlopen oude sterren, zijn getorpedeerde dromen en zijn plotselinge uitbarstingen van agressie, zet de toon voor een Hollywood-roman in de klassieke traditie van Day of the Locust (Nathanael West) en The Big Sleep (Raymond Chandler) - boeken waarin de Stad van de Toekomst, het geografische eindpunt van de Manifest Destiny, wordt beschreven als het vuilnisvat van de Amerikaanse cultuur. De Winter flirt met dit imago van L.A.: 'Collectieve waanzin is altijd manifest in deze stad', laat hij een oude vriend van Green zeggen; 'maar er zijn van die perioden dat de gekte iets destructiefs krijgt.' En even later, wanneer de Santa Monica Freeway aan het uiterste westen van de stad ter sprake komt, staat er net iets te nadrukkelijk: 'Daar verdronken alle dromen in de diepten van de Stille Oceaan.'

Goedbeschouwd zou Los Angeles het ideale decor kunnen zijn voor De Winters favoriete romanpersonage: de man in crisis die, zoals Max Breslauer in SuperTex (1991) of Sol Meyer in Zionoco, op zoek gaat naar zijn wortels en gedwongen wordt tot existentiële keuzes om met zichzelf in het reine te komen. Aanvankelijk lijkt De hemel van Hollywood dan ook uit te draaien op een - luchtige - bespiegeling over Amerika als modern land waar identiteit er niet toe doet. Zoals Greens oude vriend Kant het al aan het begin formuleert: 'Het Amerikaanse droomrealisme zal winnen. De wortelloze cultuur, de op maat gesneden ervaring, de werkelijkheid van de illusie, dat zijn de begrippen van de eenentwintigste eeuw.'

Maar De Winter stuurt zijn verhaal een andere kant op. Vanaf het moment dat Green en zijn vrienden de vermoorde crimineel in de buurt van de altijd fotogenieke reuzeletters HOLLYWOOD vinden, ontwikkelt De hemel van Hollywood zich tot een rechttoe-rechtaan thriller. Als de dode man een van de uitvoerders van een casinoroof blijkt, verzinnen de acteurs een plan om de overgebleven bendeleden hun miljoenen afhandig te maken. Natuurlijk maakt het drietal daarbij gebruik van de resten van hun acteertalent en van alle filmtrucs die ze zich uit hun vervlogen carrières herinneren. Het is een opzet die doet denken aan de plots van moderne misdaadschrijvers als Elmore Leonard: boeven blijken naïeve klungelaars met een grote mond, acteurs ontpoppen zich als boeven die zich voordoen als politieagenten. Maar ook de cinefiele lezer herkent het stramien: dit is The Sting verplaatst naar Los Angeles, met in de hoofdrollen niet Newman en Redford als twee kruimeldieven, maar een ex-Oscarwinnaar, een ex-Emmy-nominé en een verlopen leading man uit de jaren zeventig.

Toen Leon de Winter bij de verschijning van zijn boekenweekgeschenk Serenade (1995) voor deze krant geïnterviewd werd, vertelde hij dat hij bezig was aan een grote roman die het sluitstuk moest vormen van zijn persoonlijke thora: vijf boeken met als gemeenschappelijk thema de zoektocht naar de grondslagen van de moraal. Het is duidelijk dat De hemel van Hollywood niet deze aangekondigde opvolger van Hoffman's honger, SuperTex, De ruimte van Sokolov en Zionoco is. Dat is natuurlijk geen reden tot klagen - wat je niet kunt zeggen van de vlakke, quasi-hardboiled stijl die De Winter dit keer hanteert. De hemel van Hollywood leest als de vertaling van een Amerikaanse misdaadroman, gemaakt door iemand die graag Engelse woorden als cop en shrink en senior citizen gebruikt om de authenticiteit van de dialogen te onderstrepen. Wat de soepelheid er ook niet groter op maakt, is de raadselachtige afwisseling van 'u' en 'jij' in de dialogen (die naar we aan moeten nemen in het Engels worden uitgesproken) en het soms letterlijk vertaalde Amerikaanse idioom. Alleen Nederlandstalige rapgroepen als de Osdorp Posse komen weg met zinnen als 'Het verhaal stonk' en 'We pakken de poen en naaien eruit'.

Nog teleurstellender is dat De hemel van Hollywood als thriller nauwelijks overtuigt. Hoewel weinig lezers in de verleiding zullen komen om het boek vóór het einde weg te leggen, is de plot niet verrassend genoeg om driehonderd bladzijden te rechtvaardigen. De stap voor stap uitgewerkte voorbereidingen op een kluisroof, de toevalligheden die de handeling voortstuwen, de machinaties van double-crossers, triple-crossers en zelfs quadruple-crossers - we hebben het vaker en beter gezien. Bij Elmore Leonard en James Ellroy, maar ook bij De Winters Nederlandse concurrenten voor de Gouden Strop.

Misschien heeft De Winter zich de magerte van zijn intrige gerealiseerd. Onder de titel 'Elf maanden later' voegt hij aan De hemel van Hollywood een epiloog toe die het voorafgaande in een ander daglicht stelt. Eerst lezen we de autobiografische aantekeningen van Tom Green, vanuit wiens perspectief het verhaal van de roof verteld is. Niet alleen blijkt Green het onechte en rebelse kind van een schatrijke joodse industrieel - een feit dat 'typisch De Winter' is, maar verder van geen belang voor het verhaal - maar ook wordt duidelijk dat het boek dat we net hebben gelezen een door Green geschreven 'treatment' voor een film is. En dan is er nóg een tournure: het laatste woord is aan een oude journalist, die figurant was bij de roof. Hij twijfelt aan Greens verslag van de gebeurtenissen, gaat op onderzoek uit en ontdekt dingen die naar goed gebruik in thrillerrecensies niet verklapt mogen worden.

Het spiegelpaleis dat De Winter optrekt in de laatste veertig bladzijden van De hemel van Hollywood is intrigerend genoeg. Maar het staat in geen verhouding tot de prefab-constructie die eraan voorafgaat. Als illustratie van de stelling van een van Greens handlangers dat happy ends uit de tijd zijn ('Dit zijn de jaren negentig van de twintigste eeuw. Dit is het postmoderne tijdperk') is de epiloog obligaat. Als clou voor een doorsneethriller is hij potsierlijk. Het is alsof je tot slot van een kabbelend huiskamerdrama wordt vergast op een schietpartij tussen de schuifdeuren.

Uit: Leon de Winter, De hemel van Hollywood

Op avonden als deze, wanneer Los Angeles de elegante stad van de ansichtkaarten was, vol straten met fluwelen kleuren en arrogante palmbomen en witte cabrio's met neergeklapte linnen kappen, had Green op de terrassen van de Sunset Strip aankomende actrices verleid, voorzichtig nippend aan een glas Chardonnay of Cabernet, starend naar hun beringde vingers, naar de manier waarop ze het tafelkleed streelden of een sigaret vasthielden. Daarna bezochten ze een club, dansten of lulden tot de opwinding niet meer te beteugelen viel, en ontwaakte hij tijdens de ochtendspits met een kater die leugens stamelde in een bleek gezicht met uitgelopen make-up.