Gepieker over niks

Kevin Canty: In het diepe. Vertaald door Maarten Elzinga. De Harmonie, 302 blz. ƒ 39,90

Kenny en Junie hebben één ding gemeen: ze verontschuldigen zich voortdurend bij alles wat ze doen en zeggen. Daar betrappen ze elkaar op en dan verontschuldigen ze zich daar weer voor. Het maakt hun gesprekken, die toch al zo aftastend en moeizaam verlopen, er niet spontaner op.

Kenny is zeventien en geheel en al een kind van deze tijd. Met dien verstande dat hij nauwelijks naar school gaat en soms zo stoned is dat hij bijna niet meer overeind kan komen. Zijn manisch-depressieve moeder zit in een inrichting en zijn vader is alcoholist. Bij Kenny's achtergrond vergeleken lijkt die van Junie een wonder van stabiliteit: haar ouders zijn tenminste nog bij elkaar en hebben beiden een goede baan, ze wonen in een huis van Frank Lloyd Wright in een veel welvarender buitenwijk van Washington D.C. dan die van Kenny. Toch is het Junie die al twee zelfmoordpogingen achter de rug heeft, en is het Kenny die vanzelfsprekend en in zekere zin zelfs liefdevol de zorg voor zijn vader op zich neemt als deze door een attaque is geveld. Een glimp van de tegenstrijdigheid die daar in lijkt verborgen, wordt opgelicht in de sublieme dialoog die Kenny daarover heeft met Junie's onuitstaanbare moeder.

'Ik zal voor hem zorgen', zei Kenny, 'voor ons allebei zorgen, denk ik.'

'Hoe wil je dat doen? Waar moet het geld vandaan komen, om maar eens iets te noemen?'

'Dat weet ik niet precies (...). Dat moet ik nog uitzoeken.'

'Dat is een enorme opgave, voor hem zorgen.'

'Er is niemand anders die het doet.'

'Er zijn verpleeghuizen en dat soort dingen. Daar zouden ze voor hem kunnen zorgen. Dan kun jij voor jezelf zorgen.'

Kenny en Junie ontmoeten elkaar tijdens een regenachtig weekend van de Liberal Religious Youth in Virginia. Het is vooral de achterkant van haar nek die zijn aandacht opeist, 'een ranke, gracieuze... Zelfs haar schedel had een sierlijke vorm, en dat kwam goed uit: haar haar was zo kort dat de contouren van het bot onder de huid zichtbaar waren. Mijn kleine kokosnoot.' Vandaar is het maar een kleine stap naar seks en serieuze verliefdheid, en het is een grote verdienste van Canty dat hij zijn vertelling behoorlijk geloofwaardig van het niveau van adolescenten-gezeur naar breekbare eerste liefde kan tillen. Met al hun onzekerheid en verwarring blijven ze zich tot elkaar aangetrokken voelen, al lijkt hun sombere achtergrond permanent in de weg te zitten. 'Het was leuk, ze hadden het fijn samen, alleen zou het nooit echt perfect worden', zo realiseert Kenny zich. 'Een van hen tweeën zou het altijd weer verpesten.'

Kenny is degene die zich het meest bewust blijkt van dat grote landschap van tijd dat zich voor hen uitstrekt; de volwassenheid is iets dat voor hem vooral uit vraagtekens bestaat. 'Hij vroeg zich af of dat bij de geheime wereld van de volwassenen hoorde, dat ze ergens tussen het dessert en de laatste slok koffie allemaal opkeken en zagen dat alles vergeefs was, dat de koude wereld buiten op hen wachtte, ondanks deze behaaglijke onderbreking.'

Je ziet Canty in dit soort passages worstelen met de vormgeving van de onzekerheid, met het aftasten van het bestaan en niet altijd is hij daarin even trefzeker. Hij schrijft met compassie, met een onmiskenbare tederheid zelfs, vooral waar het de seks tussen beide kinderen betreft, maar hij is ook in staat tot hele alinea's die weinig meer lijken te zijn dan ledig gemaal.

Veel van de thema's van In het diepe waren al te vinden in Canty's eerste boek, de verhalenbundel Een vreemde in deze wereld. Het verhaal Blauwe jongen is zelfs te beschouwen als een soort voorstudie van de roman. De verhalenbundel werd geprezen onder het motto 'Generation X Meets Dirty Realism' en hoewel iets vergelijkbaars ook van deze roman gezegd kan worden deed het worstelende gepieker van Kenny me toch nog het meest denken aan hoe Holden Caulfields binnenwereld er zou hebben uitgezien, als Salinger zijn hoofdpersoon een halve eeuw later ter wereld had gebracht.