Dreigement

Moeten wij Ed van Thijn nu hoogachten omdat hij zich volledig heeft ingezet voor een sympathiek ideaal, of moeten wij hem minachten omdat hij uiteindelijk niet de moed had om de consequentie te trekken uit zijn eigen woorden? Of moeten wij beide, of geen van beide?

Dat de wet voor iedereen gelijk is, is een sympathiek ideaal dat het waard is verdedigd te worden. Dat men de wet niet altijd even formalistisch moet uitvoeren, is ook een ideaal, al valt het hier moeilijker een verdediging te vinden. Onlangs kreeg ik een boete voor te hard rijden: 105 kilometer per uur waar 100 is toegestaan. Het gevoel overviel mij dat wij gade worden geslagen door een kinderachtige overheid die op alle slakken zout legt, maar toch kon ik geen echte reden verzinnen om niet te betalen. Kan de overheid een grens stellen bij 100 kilometer en vervolgens 105 niet bekeuren, omdat de overtreding te klein is om er iemand voor te straffen?

Is het erg als er in Nederland één Turkse familie bijkomt? Is het erg als er in Nederland tienduizend Turkse families bijkomen? Bestaat er een kritische grens? In Schindler's list laat Steven Spielberg een rabbijn zeggen dat als men één mens redt, men eigenlijk de hele mensheid redt. Daar zit iets in, al zou je eraan moeten toevoegen dat Turkije geen nazi-Duitsland is. Hoe erg is het voor Turken om in Turkije te wonen?

Als het echt zou gaan om een tolerant beleid in een multiculturele samenleving dan zou ik Van Thijn graag willen hoogachten om zijn inzet, maar het is altijd zijn theatrale pompeusheid die zoiets vrijwel onmogelijk maakt. Het was met de familie Gümüs zoals met de Olympische Spelen naar Amsterdam - in een sfeer van wij-gaan-d'r-voor leek het allemaal reuze spannend, maar het werd tenslotte niets. Wat overbleef waren de veel te grote woorden: zwaar teleurgesteld, verbijsterd, wanhoopsdaad, diep ontgoocheld.

De wereld stortte in, maar tenslotte bleef Van Thijn gewoon lid van de PvdA. In Het Parool schreef Van Thijn dat de krantenkoppen zijn dreigement om uit de partij te stappen hadden aangedikt. Letterlijk had hij gezegd: 'Ik verwacht van mijn partij, de PvdA, dat ze hier buitengewoon kritisch naar kijkt, anders weet ik niet meer wat ik in die partij te zoeken heb'. Nou, de partij heeft er toch kritisch naar gekeken, dus wat zeuren die mensen nog?

Als Van Thijn maar had toegegeven dat hij te hard van stapel was gelopen en dat hij de PvdA voor zijn carrière niet kan missen, dan had hij om zijn eerlijkheid nog een zekere mate van respect verdiend. Maar dat heeft hij niet gedaan. Integendeel, na afloop van de kwestie heeft hij verklaard dat het nooit zijn bedoeling is geweest uit de partij te stappen.

Ik geloof dat graag, want hoe is het in werkelijkheid gegaan, nadat er aangedikte koppen in de krant waren gekomen? Nadien heeft Van Thijn misschien wel honderd keer de mogelijkheid gehad om in de microfoon die hem onder de neus werd geduwd te zeggen dat hij, hoe de uitkomst van het debat ook zou zijn, echt niet van plan was de partij te verlaten. Maar Van Thijn heeft al die microfoons laten passeren zonder dit te zeggen en zo heeft hij bewust de illusie laten bestaan dat hij de rigoreuze stap zou maken.

Ongetwijfeld heeft Van Thijn het zo gelaten om de druk op de ketel te houden. Laat ze voorlopig maar in de waan, moet hij gedacht hebben. Zou Van Thijn, wanneer hij zijn zin had gekregen en wanneer Gümüs had mogen blijven, ook na afloop verklaard hebben dat zijn dreigement om de PvdA te verlaten niet serieus bedoeld was? Ik vermoed van niet. Hij zou tot held zijn gebombardeerd en hij had dat heerlijk gevonden. Hij zou het voorbeeld zijn geworden van iemand die iets had bereikt door zijn rug recht te houden.

'En toen', zo vertelde hij zijn kleinkinderen, 'toen heeft opa gezegd: tot hier en niet verder'.

'En heeft het parlement toen bakzeil gehaald, opa?

'Ja, m'n jongen'.

Maar zo is het niet gegaan. Van Thijn heeft gelogen en verloren.