De gepaste trots van Toldijk

Amper acht weken na het uitbreken van de varkenspest aldaar is deze week het vervoersverbod rond het Gelderse Toldijk opgeheven. 'Wij waren zo verstandig alle regels na te leven'.

Om half acht 's avonds zag ze het bericht op teletekst: het ministerie van landbouw zou het vervoersverbod rond Toldijk opheffen. Nog geen vijf minuten later was de handelaar gebeld en stond ze de stallen schoon te maken. Tegen half twee 's nachts kwam de eerste lading varkens, om zes uur een tweede en tegen half tien de derde. Het was deze week een gekkenhuis, beaamt mevrouw J. Willemsen, met haar man varkenshouder te Toldijk. “Het is voor alle varkenshouders hier een heel hectisch weekje.”

Afgelopen dinsdag - amper acht weken nadat ook in het Gelderse Toldijk de varkenspest was uitgebroken - achtte het ministerie het niet langer nodig om het toezichtsgebied van tien kilometer rond Toldijk te handhaven; er hadden zich geen nieuwe gevallen van varkenspest voorgedaan en een eindcontrole onder 350 bedrijven leverde ook slechts positief nieuws. De pest brak medio juli in Gelderland uit - het eerste geval buiten Brabant, sinds daar begin februari het virus de kop had opgestoken. Twee dagen later werd het tweede geval in Toldijk bekend, en daar is het uiteindelijk bij gebleven. Het gebied telt 1.670 bedrijven, met in totaal 563.910 varkens.

Sinds dinsdagavond heerst er in Toldijk “opluchting, blijdschap en enige trots”, zo zeggen Willemsen en haar collega's. “We zijn heel blij dat het normale leven zijn gang weer kan nemen. We hebben nu 500 varkens, een stuk minder dan de 3.500 die in juli preventief geruimd zijn. Ik denk nog meer dan een half jaar nodig te hebben om weer helemaal op orde te zijn.” De trots heeft ermee te maken dat de boeren in de Achterhoek er in geslaagd zijn de pest een halt toe te roepen. Zulks in tegenstelling tot de collega's in Brabant, waar zich nog altijd nieuwe gevallen van varkenspest aandienen. “Er is best veel fout gegaan in Brabant”, zegt Willemsen. “Verschillende varkenshouders hebben daar domme dingen gedaan. Hier niet. Hier was het goed georganiseerd; wij waren zo verstandig om alle regels na te leven.”

De boeren rond Toldijk hebben goed geluisterd, beaamt secretaris A. Claassen van de landbouw-organisatie GLTO. “Als standsorganisatie hebben we ervoor gekozen de mensen met praten ervan te overtuigen dat ze discipline moesten opbrengen de dieren in de hokken te laten. En dat heeft, zeg ik eerlijk, heel wat overtuigingskracht gekost. Vooral in de warme weken van augustus kwamen er heel wat emoties los. Lang niet alle boeren hadden noodopvang voorhanden voor de geboren biggen.” Claassen merkt dat de boeren in de Achterhoek kritisch kijken naar de collega's in Brabant, die minder discipline konden opbrengen. “Er heerst een gepaste trots in de streek dat het ze gelukt is.”

Andere betrokkenen beamen het succesverhaal in Toldijk, maar wijzen op de wezenlijke verschillen tussen Toldijk en Brabant. Om te beginnen is Toldijk aanzienlijk minder dichtbevolkt met varkens dan Brabant, waar de dieren bij wijze van spreken in rijtjeshuizen wonen. Daarnaast was, op het moment dat het in Toldijk de kop opstak, bekend dat het virus rondwaarde. “Toen het begin februari werd geconstateerd, waren misschien al wel veertig bedrijven besmet. De eerste weken liepen we achter de feiten aan”, zo zegt een woordvoerder van het ministerie van Landbouw. “In Toldijk wist je direct wat er aan de hand was en konden we direct ingrijpen en maatregelen treffen. Maar het is zeker waar dat ze in de Achterhoek, anders dan in Brabant, niet met dieren zijn gaan rijden toen de pest uitbrak. Dat heeft ook een rol gespeeld.”

Belangrijk is ook, zegt directeur H. Postema van de kring Doetinchem van de Rijksdienst voor Vee en Vlees (RVV), dat er in Toldijk een compleet vervoersverbod werd afgekondigd. Postema heeft zowel in Brabant als in Toldijk leiding gegeven aan RVV-teams die bedrijven moesten ruimen. “Vanwege de ervaringen in Brabant, hadden we in Toldijk een geoliede machine. We konden vijftig bedrijven ruimen in twee dagen, iets wat we in het begin Brabant niet konden.”