China heeft vooral behoefte aan een modern leger

De Chinese president en partijleider Jiang Zemin heeft vanochtend een forse inkrimping van het leger aangekondigd. Ook de staatssector wordt gesaneerd. Wat er met de overtollige soldaten en arbeiders moet gebeuren, is onduidelijk.

PEKING, 12 SEPT. Het was een met politieke dogma's doordrenkte voordracht. Maar tussen de ellenlange clichés en loftuitingen door, klonk de voorzichtige poging van de Chinese president Jiang Zemin tot een nieuwe toonzetting voor 's lands hervormingsprogramma dat zeventien jaar geleden werd ingezet. De eerste politieke redevoering van gewicht sinds de dood van Deng Xiaoping in februari, die de 71-jarige partijleider vanmorgen ten overstaan van het vijftiende congres van de communistische partij ten gehore heeft gebracht, omvatte belangrijk nieuws ten aanzien het grootste struikelblok dat de Chinese economie parten speelt: de staatssector.

Het publieke eigendom - hetgeen in de Chinese grondwet wordt beschouwd als een essentieel bestanddeel van het socialisme - zal, als het aan Jiang ligt, worden teruggebracht tot hanteerbare proporties. De staatsbedrijven, zo'n 300.000 in totaal, waar honderd miljoen mensen werkzaam zijn, zijn grotendeels verlieslijdende, geldverslindende kolossen, die vanaf nu, meer dan voorheen, de vrijheid krijgen te experimenteren met nieuwe eigendomsvormen. Jiang verwees daarmee indirect naar de revolutionaire plannen voor massale privatisering, een politieke stap die zeer omstreden is in China en aanleiding is voor verhitte discussie. Immers, als het communisme in dergelijke essentiële facetten van het maatschappelijke leven wordt uitgebannen, waartoe dient dan de communistische partij?

Het leiderschap in Peking is zich wel degelijk bewust van die pijnlijke vraag en Jiang Zemin deed dan ook in zijn zorgvuldig opgebouwde toespraak zijn uiterste best de voorgenomen politieke stappen ideologisch te verantwoorden. De partijleider besteedde het eerste half uur van zijn tweeënhalf uur durende toespraak aan de rechtvaardiging voor de de facto alleenheerschappij van de communistische partij. “Alleen de communistische partij van China kan het Chinese volk naar de overwinning leiden”, zei Jiang, na een opsomming van historische hoogtepunten uit de geschiedenis van de partij.

Daarna wees Jiang herhaaldelijk op het belang van het gedachtengoed van de in februari overleden opperste leider Deng Xiaoping. Aan de hand van het credo van Deng, om “met oog voor de feiten, de waarheid te leren”, concludeerde Jiang dat het Marxisme aan verandering onderhevig is. “Het kan niet hetzelfde blijven”, aldus Jiang, “Marxisme dient zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden, zo ook in China.”

Jiang achtte die ideologische inleiding noodzakelijk om de voorgenomen inkrimping van de staatssector te verantwoorden. Conservatieve krachten in Peking vinden dat Jiang te ver afwijkt van de grondbeginselen van het socialisme. Volgens Jiang evenwel, bevindt China zich in een beginfase van het socialisme en is “de ontwikkeling van een verscheidenheid aan produktieve krachten” noodzakelijk. “Het zal nog zeker een eeuw duren voordat dit historische proces is afgerond”, aldus Jiang. Staatsbedrijven mogen wat de partijleider betreft op grotere schaal failliet gaan, fuseren of worden verkocht aan aandeelhouders.

Voor het groeiend aantal werklozen - in China liever omschreven als ''wachtenden op werk'' - dat de hervormingen binnen de staatssector met zich meebrengen, had Jiang vanmorgen geen concrete oplossingen. Vaststaat dat het probleem van de werkloosheid nog zorgelijker zal worden wanneer de voorgenomen plannen van Jiang om het Chinese leger in te krimpen met een half miljoen soldaten, worden uitgevoerd. Dat voorstel komt op zich zelf niet als een verrassing als men ziet hoe de politiek situatie langs de noordgrens van China zich heeft gestabiliseerd. Maar de inkrimping wordt vooral ingegeven door het streven naar modernisering van het militaire apparaat. Het Chinese Volksbevrijdingsleger heeft de door Mao Zedong verzonnen strategie van een 'volksoorlog' - waarbij de vijand wordt overspoeld door enorme mensenmassa's - begin jaren tachtig laten varen. China heeft nu vooral behoefte aan een technologisch hoogwaardig leger, waarbij de mensenmassa's zijn vervangen door moderne wapens. Die wapens verwacht Peking te kunnen financieren met het geld dat na de inkrimping van de troepen vrijkomt. Maar wat met de 500.000 manschappen moet gebeuren die de toch al overvolle arbeidsmarkt binnen zullen stromen, is onduidelijk.