Borst: nieuwe middelen nog niet vergoeden

DEN HAAG, 12 SEPT. Minister Borst (Volksgezondheid) en de Tweede Kamer zijn het niet eens over het tijdelijk vergoeden van nieuwe medicijnen. Dit bleek gisteren tijdens overleg in de Kamer over de vergoeding van nieuwe geneesmiddelen door de ziekenfondsen en ziektekostenverzekeraars.

Borst vreest dat tijdelijke vergoeding tot grote emotionele problemen bij patiënten leidt als zo'n nieuw medicijn na korte tijd weer uit het vergoedingenpakket verdwijnt. Dit zou moeten gebeuren als na onderzoek blijkt dat de effectiviteit ervan gering is of niet in verhouding staat met de kosten van het medicijn. De Kamer meent echter dat het zonder veel problemen kan als vooraf de voorlichting maar duidelijk is.

Om te mogen worden vergoed moet het geneesmiddel tot het Geneesmiddelen vergoedingssysteem (GVS) zijn toegelaten. In 1993 besloot staatssecretaris Simons om het GVS te sluiten voor nieuwe medicijnen, met uitzondering van middelen voor ziektes waarvoor nog geen geneesmiddel bestaat. Dit gebeurde om de stijgende uitgaven voor farmaceutische hulp in de hand te kunnen houden. Borst nam dit beleid over, maar vroeg de Ziekenfondsraad advies over het te voeren beleid met betrekking tot nieuwe geneesmiddelen.

De Ziekenfondsraad adviseerde Borst om deze medicijnen op een aparte lijst te zetten en ze tijdelijk te vergoeden als ze tot de Nederlandse markt zijn toegelaten. In de tussentijd kan dan onderzoek worden gedaan naar de effectiviteit van het geneesmiddel in de praktijk. “Die wil nog wel eens veel minder zijn dan tijdens het onderzoek van de fabrikant naar de werkzaamheid is gebleken. Dat onderzoek vindt immers onder bijna ideale omstandigheden plaats. Maar in het leven van alledag zijn die anders, wat de werking van het medicijn beïnvloedt”, aldus Borst. Zij wil bovendien dat er farmaco-economisch onderzoek wordt gedaan. Daarbij worden onder meer de kosten van het geneesmiddel afgezet tegen de mogelijke winst in bijvoorbeeld ziekteverzuim, sociaal verkeer en andere behandelmethoden.

De Kamer vindt dat de minister dit advies van de Ziekenfondsraad moet overnemen. Borst voelt daar niet voor, maar zij was gisteren bereid om de suggestie te overwegen die het Kamerlid Oudkerk (PvdA) haar deed. Deze stelde voor een medicijn op zo'n 'tijdelijke lijst' alleen bij die patiënten te vergoeden waarvoor het geneesmiddel is geregistreerd - en dat is in de praktijk meestal een kleinere groep dan aan wie het wordt voorgeschreven. Het geld daarvoor zou de minister kunnen vinden door de inkoopvergoeding voor de apothekers te verlagen of door te bezuinigen op de uitgaven voor hulpmiddelen.

Op dit moment 'wachten' 38 geneesmiddelen op opname in het GVS. De Ziekenfondsraad doet daar onderzoek naar. Borst verwacht dat zij daarover in het voorjaar uitsluitsel krijgt. Of en welke medicijnen dan worden toegelaten hangt behalve van de uitkomst van het onderzoek ook af van het beschikbare budget. Is dat te klein, dan stelt Borst prioriteiten op basis van criteria als ernst van de ziekte en de sociale belemmeringen.