Blair legt basis voor ingrijpende hervorming

De ruime steun die de Schotten gisteren in een referendum uitspraken voor een eigen volksvertegenwoordiging, helpt de Britse premier Blair zijn programma voor constitutionele hervormingen uit te voeren.

LONDEN, 12 SEPT. Wat de vorige Labourregering achttien jaar geleden tevergeefs probeerde - en wat haar uiteindelijk fataal werd - is de Labourregering van Tony Blair gisteren ruim vier maanden na haar verpletterende verkiezingszege overtuigend gelukt. Met een referendum verzekerde Blair zich van de steun van het volk voor beperkt zelfbestuur in Schotland. Daarmee legde hij een solide basis voor de meest ingrijpende constitutionele hervorming van Groot-Brittannië in deze eeuw.

James Callaghan had het in 1979 ook veel zwaarder dan de man die in mei van dit jaar als premier in zijn voetsporen trad. Callaghans regering liep op haar laatste benen. De Conservatieven stonden al trappelend achter de coulissen om de macht voor achttien lange jaren over te nemen. Alleen met steun van de Liberaal Democraten kon de minderheidsregering van Labour het lijden nog rekken. Intern was Labour sterk verdeeld.

Blair wordt door dergelijke handicaps niet gehinderd. Na een vliegende start zindert zijn regering nog steeds van energie en ideeën. Zijn fractie demonstreert een eenheid die sinds de dagen van Attlee niet meer is vertoond. Daarbij kan hij bogen op een comfortabele meerderheid van 178 zetels in Lagerhuis.

Ook Schotland is veranderd sinds het vorige referendum. In 1979 was het aantal Schotten dat bestuurlijke decentralisatie wenste vrijwel gelijk aan het aantal Schotten dat zich tegen een eigen parlement verzette. Gisteren sprak driekwart van de bevolking zich vóór beperkt zelfbestuur uit. Een politieke aardverschuiving die vanmorgen door de drie grote partijen in Schotland - Labour, de Scottish National Party (SNP) en de Liberaal Democraten - als een krachtige uiting van herwonnen nationaal zelfbewustzijn werd geduid.

Achttien jaar geleden was Schotland volgens SNP-leider Alex Salmond nog te bang om op eigen benen te staan. Het land zat economisch in de verdrukking. Scheepsbouw, staalindustrie en kolenmijnen zorgden voor het leeuwedeel van de industriële banen, allemaal sectoren die zich krampachtig tegen hun onvermijdelijke neergang verzetten. De welvaart daalde in Schotland terwijl ze in Engeland steeg.

Inmiddels is het bruto binnenlands produkt per hoofd van de bevolking in Schotland nagenoeg gelijk aan het Britse gemiddelde, voor het eerst sinds het Verenigd Koninkrijk in de jaren twintig met het bijhouden van die statistieken begon. Veel buitenlandse elektronicabedrijven hebben zich de laatste jaren in Schotland gevestigd terwijl de financiële sector in Edinburgh een ongekende groei beleeft. Tegelijkertijd is sprake van een culturele renaissance. Kunstenaars uit heel het Verenigd Koninkrijk trekken naar Schotland omdat 'het daar gebeurt'.

Eigenlijk hadden de Schotten op 1 mei bij de algemene verkiezingen al hun keuze gemaakt. Alle partijen die Schots zelfbestuur steunden wonnen. De Conservatieven die van een Schots parlement niks wilden weten, werden weggevaagd en veroverden niet één van de 72 Schotse zetels in het Britse Lagerhuis. Zo straften de Schotten een partij die hen achttien jaar lang had geregeerd terwijl ze in die periode steeds in meerderheid op Labour hadden gestemd. Een partij die door veel Schotten als 'Engels nationalistisch' werd beschouwd.

De instelling van een parlement in Edinburgh garandeert dat de Schotten in het vervolg door de partijen van hun keuze worden geregeerd. Dat bij de verkiezing van een Schotse volksvertegenwoordiging gedeeltelijk gebruik wordt gemaakt van het continentale systeem van evenredige vertegenwoordiging, zorgt er ook voor dat de grootste partij niet noodzakelijkerwijs het parlement domineert. Als de uitslag van de laatste, algemene verkiezingen naar een Schots parlement vertaald wordt, haalt Labour 63 van de 129 zetels, geen meerderheid. De SNP komt als tweede uit bus met 28 zetels, gevolgd door de Conservatieven met 22 en de Liberaal Democraten met 16. Volgens de politicoloog James Mitchell van de Schotse universiteit van Strathclyde brengt de instelling van parlement in Edinburgh de zeggenschap niet alleen dichter bij de mensen maar vergroot ze ook het democratisch gehalte van het bestuur.