Bamboeparket

In Japan zijn al golfclubs gemaakt van bamboe en in de Verenigde Staten honkbalknuppels. Chinezen gebruiken het materiaal voor een scala van producten, variërend van eetstokjes tot vloeren en van schuttingen tot stoelen. In India zijn de eerste bamboefietsen gesignaleerd. In Nederland is de grootste toepassing vooralsnog die van parket.

De belangrijkste importeur van bamboeparket in Nederland is Plyboo uit Hoorn. Directeur René Zaal schat inmiddels zo'n duizend vloeren in Nederland te hebben gelegd, grotendeels in woningen maar sinds kort ook bij bedrijven die vallen voor de milieuvoordelen van bamboe.

De milieuvoordelen volgen uit het feit dat bamboe een grassoort is, geen houtsoort. Voor de productie worden geen oude bossen omgehakt, maar wordt als het ware een hoog gazon gemaaid. Phyllostachys pubescens, de soort die voor de vloeren wordt gebruikt, schiet in vier maanden tijd 25 meter omhoog en heeft daarna een jaar of vijf nodig om te verhouten. Kunstmest of bestrijdingsmiddelen zijn niet nodig. Volwassen bamboe is harder dan eiken.

Plyboo koopt de vloeren in China vanwege de rijke bamboecultuur. Bamboe is er een normaal landbouwproduct, dat tal van toepassingen heeft. Het bedrijf werkt ook in Indonesië, Vietnam en Colombia, maar richt zich daar vooralsnog op de opzet van plantages. De kwaliteit bamboe is er goed, maar doordat er nauwelijks een bamboecultuur bestaat, is het minder gemakkelijk om goede stammen aan te kopen en halffabrikaten van goede kwaliteit te krijgen.

Een ronde bamboestam wordt niet vanzelf een platte vloer. De eerste stap is dat de bamboe wordt gespleten. Uit de stam worden strips gehaald van twee cm breed en minimaal zes mm dik. De 'pubescens' heeft aan de basis een doorsnede van zo'n 35 centimeter. Alleen de onderste twee meter van de stam worden gebruikt voor de strips. Daarboven is de stam te dun en is de ronding te groot om nog platte strips te fabriceren.

Het verkrijgen van goede strips is een probleem in China. Het kwaliteitsbewustzijn van het Chinese bedrijfsleven voldoet over het algemeen niet aan de Europese maatstaven. De strips mogen alleen komen van stammen die minimaal vijf jaar oud zijn, anders zijn ze te zacht. Ze mogen onderling niet te veel in leeftijd verschillen, want dan treedt er kleurverschil op in het parket. En de leveranciers moeten de verleiding weerstaan om veel van de stam te gebruiken, anders worden de strips te dun en ontstaan er problemen met verlijmen.

Ten slotte moeten de strips vers zijn. Als ze te lang liggen, treedt verkleuring op en krijgt ongedierte een kans. Vanwege de gebrekkige infrastructuur in China duurt vervoer lang en moeten leveranciers dus altijd in de nabijheid worden gezocht van de fabriek. De beste bamboegebieden liggen in het oosten - in de provincies Zhejiang en Anhui - en in het westen in Sichuan.

Als de strips bij de fabriek zijn aangekomen, worden ze ruw geschaafd. De groene, harde buitenschil verdwijnt en de belangrijkste oneffenheden worden eraf gehaald. Vervolgens worden ze gekookt in water waaraan waterstofperoxide in een lage concentratie is toegevoegd. Dit is de vervuilendste stap van het productieproces. Zonder het kookproces is bamboe niet lang houdbaar. De suikers worden eraan onttrokken en bacteriën worden vernietigd.

Een alternatief voor het koken is stomen. In plaats van zijn eigen lichtgele kleur wordt de bamboe daardoor donkerbruin. Dat levert een vloer op met de sfeer van stemmig eiken.

Na het koken of stomen verdwijnen de strips in de droogkamer. Daar blijven ze een aantal dagen liggen bij een temperatuur van 70 graden. De laatste suikers verdampen uit het materiaal en verspreiden een zoete geur door de fabriek.

Na een tweede keer schaven zijn de strips klaar voor de bewerking. “Bamboe is veel gecompliceerder dan hout”, aldus Zaal. “Het vergt veel meer voorbewerking.” De strips zijn in dit stadium nog steeds krom, doordat de buitenkant van de stam een dichtere structuur heeft dan de binnenkant.

Uit de inrichting van de fabriek blijkt duidelijk dat arbeid in China nog steeds goedkoper is dan kapitaal. Werknemers selecteren de strips naar geschiktheid voor de boven-, de midden- of de onderlaag van de plank. De bovenlaag moet het mooiste zijn, want dat is het aanzicht van de vloer. Voor de middenlaag zijn lichte kleurverschillen nog acceptabel. De werknemers binden de strips met stukjes gekleurde rafia in bosjes.

Vervolgens pakken twee medewerkers vijf strips voor de onderlaag en halen die door een soort waswringer, waarin vier draaiende rollen de lijm verspreiden. De arbeiders die een paar meter verder staan pakken de strips aan en leggen er de verlijmde strips voor de midden- en bovenlaag bovenop. Touwtje eromheen en het plankje in ruwe vorm is klaar. Het verband tussen de strips is nu nog veel te los.

De plankjes - die haast zonder machinale hulp tot stand zijn gekomen - worden nu, opnieuw handmatig, tussen twee metalen platen gelegd. Die worden onder een grote pers geschoven, die er met behulp van hitte en druk coherente plankjes van perst. Na het persen gaan de parketdelen naar een klimaatkamer. De afwerking, die in verband met de luchtvochtigheid in zo kort mogelijke tijd geschiedt, vindt plaats door ze aan alle kanten recht te schaven en te zagen en er een mes en groef in te maken. Meteen daarna worden de delen, gelakt of ongelakt, verpakt in kartonnen doosjes met het opschrift 'Tomorrow's timber'.

Naast vloeren heeft Plyboo plaatmateriaal vervaardigd. Bamboe is daarmee niet alleen een alternatief voor houten vloeren, maar ook voor bijvoorbeeld kasten, aanrechtbladen en tafels. In Duitsland zijn al enige honderden bamboekeukens verkocht. Door technische en logistieke problemen is de productie van plaatmateriaal nog in een beginstadium.