Armsten niet bij begrafenis Moeder Teresa

Zowel bij het eerbetoon als bij de begrafenis van Moeder Teresa ontbreken diegenen voor wie ze zich inzette: de allerarmsten. Voor het eerbetoon schamen ze zich, en bij de begrafenis van morgen zijn ze niet welkom.

CALCUTTA, 12 SEPT. Boven het geraas van de luchtkoelinginstallaties in de St. Thomaskerk klinkt aarzelend het gezang van enkele nonnen. Voor hen ligt het levenloze lichaam van hun grote leidsvrouw Moeder Teresa, opgebaard in een glazen kist en gewikkeld in een Indiase vlag. Daarachter trekt een eindeloze stoet mensen voorbij, die Moeder, zoals zij hier meestal kortweg wordt genoemd, de laatste eer komen bewijzen.

Veel meer dan een vluchtige glimp op de kleine gestalte van Moeder Teresa wordt de meesten niet gegund, want er bevinden zich nog vele duizenden ongeduldig wachtenden achter hen. Een man, die zich in het afgesperde deel van de kerk bevindt, krijgt steeds kleine peuters aangereikt die hij dan optilt zodat zij even een kus kunnen drukken op het glas waaronder Teresa's lichaam zich bevindt.

De eindeloze rijen buiten de kerk bestaan allerminst alleen uit christenen, die in Calcutta slechts een kleine minderheid vormen. De meerderheid van de belangstellenden zijn hindoes en moslims. Zowel de hindoes als moslims zijn in India vanouds niet eenkennig wanneer zij het gevoel hebben te maken te hebben met diep religieuze mensen met een bijzondere missie. “Zij was de moeder van ons allemaal”, roept een jonge islamitische vrouw vanachter haar sluier. “Zij was beslist een heilige”, vindt een oudere hindoe-vrouw.

Wie echter opvallend afwezig zijn in de lange rijen zijn de mensen voor wie Moeder Teresa zich de afgelopen decennia in de eerste plaats inzette: de allerarmsten. Het rouwbetoon aan Moeder Teresa wordt gemonopoliseerd door de middenklasse en de bovenlaag. “Wij willen haar ook graag de laatste eer bewijzen”, zeiden armen, eerder deze week tegenover Indiase journalisten. “Maar wij generen ons voor onze stinkende en kapotte kleren en voelen ons niet op ons gemak.”

Het is ook zeer de vraag of er plaats zal zijn bij de begrafenis morgen voor de leprozen, de weeskinderen en zoveel andere kansarmen om wie Moeder Teresa zich tijdens haar leven bekommerde. Plaatselijke media melden dat hoge ambtenaren in New Delhi een paar dagen geleden een gedetailleerde uiteenzetting gaven aan premier Inder Kumar Gujral over het draaiboek voor de staatsbegrafenis. Tot ontsteltenis van Gujral was het zelfs niet bij zijn medewerkers opgekomen om ruimte te bieden aaan de mensen voor wie Moeder Teresa zich had ingezet.

Hoewel Gujral nadrukkelijk pleitte voor aanpassingen van het draaiboek, zal hij vermoedelijk zijn zin niet krijgen. De militaire autoriteiten, die met de organisatie van de staatsbegrafenis zijn belast, vinden het te gevaarlijk om er veel vreemd volk bij te hebben. Dat zou een bedreiging kunnen vormen voor alle hoge Indiase en buitenlandse gasten, wier belangen hier altijd voorrang hebben boven die van de kleine man. Zo zal Moeder Teresa morgen voor haar teraardebestelling vooral worden omringd door de groten en machtigen van India en een lange reeks buitenlandse afgezanten, onder wie Hillary Clinton en oud-premier Ruud Lubbers.

Enkele kilometers van de St. Thomaskerk, in Nirmal Hriday, het centrum waar de Zusters van Barmhartigheid van Moeder Teresa de menselijke wrakken van Calcutta al vele jaren opvangen, maakt niemand zich dik over het exacte verloop van de begrafenis van morgen. Daar is men nog altijd niet geheel bekomen van het overlijden zelf, afgelopen vrijdag, al twijfelt niemand er ter plaatse aan dat de frêle non inmiddels in het paradijs vertoeft. “Onze liefste moeder is op 5 september om 9.30 uur 's avonds naar Jezus teruggekeerd”, staat op een schoolbord bij de ingang geschreven.

Op eenvoudige britsen liggen in een sobere zaal enkele tientallen mannen en in een andere ongeveer evenveel vrouwen. Velen zien eruit alsof ze jaren in een concentratiekamp hebben doorgebracht. De meesten zijn oud, of zien er althans zo uit, en zijn vel over been. Velen liggen half te ijlen, terwijl anderen wezenloos voor zich uit staren. Bijgestaan door enkele vrijwilligers voeden de Zusters de zwaar ondervoede en dikwijls zeer zieke mensen hapjes rijst, linzen, gekookte groenten en andere kost. “Soms krijgen we hier zelfs vis of kip, en fruit”, zegt een jongeman, die na een paar weken hier aanzienlijk is aangesterkt.

“Ik was totaal uit het veld geslagen, toen ik hoorde dat ze was overleden”, zegt Deepak Sarkar (38), die een zeer magere boterham verdient met het trekken van een riksha, het tweewielig rijtuigje dat alleen in Calcutta nog voorkomt. “Ik kan mijn verdriet niet onder woorden brengen”, vervolgt hij zachtjes. “Ik heb mijn leven aan haar te danken.” Inmiddels is hij weer aardig op krachten en binnenkort zal hij zich weer voor zijn koetsje plaatsen om zijn zware werk te hervatten voor een paar roepies per dag - een van de weinige beroepsmogelijkheden voor een analfabeet als hij.

Velen van Deepaks metgezellen op de zaal zien eruit alsof ze meer baat zouden hebben bij een medische behandeling dan aan de goedbedoelde zorg van de medisch niet speciaal onderlegde nonnen en de vrijwilligers. “Wij houden ons nooit bezig met het stellen van diagnoses”, geeft zuster Dolores toe. “Maar er komen hier af en toe wel vrijwillige artsen. Wij geven de mensen hier vooral liefde.”

Het zijn woorden naar het hart van de overleden leidsvrouwe van de Zusters van Barmhartigheid. Moeder Teresa nam de wereld altijd zoals ze was en zag in het leed van haar medemensen slechts een door God geboden kans om goede werken te doen. Volgens haar verborg God zelf zich in die stakkers om de rest van de mensen op de proef te stellen. “Het is prachtig om daarbij stil te staan”, schreef ze zelf enkele jaren geleden. Wat een gemiddelde van ondervoeding ijlende man of vrouw in Nirmal Hriday van deze filosofie denkt, valt moeilijk vast te stellen.