ZEVEN KABINETTEN VERGELEKEN

Burgers en bedrijven mogen verwachten dat de overheid een stabiel macro-economisch klimaat schept en de rechtsstaat strikt handhaaft. Dat zij wetten maakt, beleid voert en toezicht houdt op al die terreinen waar de overheid een taak heeft. Dat zij de politieke spelregels aanpast wanneer politieke impasses niet onder de huidige constitutie kunnen worden doorbroken.

Hoe scoren de kabinetten van de afgelopen 25 jaar wanneer deze maatstaven worden gehanteerd? De ereplaats komt toe aan het eerste kabinet-Lubbers (1982-1986). Dat wist een herkenbare ommekeer door te zetten in de overheidsfinanciën. Lubbers en zijn minister van Financiën, Ruding, introduceerden de vierjaarsregeerakkoorden en hechtten de gulden definitief aan de Duitse mark. Een verlaging van de ambtenarensalarissen en uitkeringen droeg bij tot de noodzakelijke trendbreuk in de overheidsuitgaven. Na mislukte pogingen in 1979 (waarbij de minister van financiën, Andriessen, aftrad) en 1982 (plan-Den Uyl om de Ziektewetuitkeringen te verlagen), slaagde het kabinet-Lubbers I erin de onhoudbare ontwikkeling van de periode 1973-1982 te keren.

De dramatisch stijgende werkloosheid tijdens de recessie van 1980-1983 zorgde voor de noodzakelijke politieke ruimte voor nieuw beleid, dat zich echter beperkte tot het saneren van de macro-economische verhoudingen. Bevriezen en loonmatigen kwamen op gang, maar lieten zich in de praktijk moeilijk combineren met gedetailleerd ingrijpen in wetten of organisaties. Daarvoor kwam pas echt ruimte tijdens het kabinet-Lubbers III (1989-1994) dat met vallen en opstaan instemming bereikte met de Tweede Kamer over versoberingen in de WAO. Daarom kan dat kabinet aanspraak maken op een tweede plaats in de ranglijst van de zeven regeringen sinds de oliecrisis van 1973. Belangrijke beleidslijnen van dat kabinet worden doorgezet in het beleid van het kabinet-Kok. Onder het motto 'werk, werk en nog eens werk' werd begonnen met een substantiële verlaging van de bruto-werkgeverslasten voor de lagere inkomens en, een ander voorbeeld, kregen uitzendbureaus toegang tot de bouw, grafische industrie en transport.

Redenen om ook het kabinet-Kok betrekkelijk hoog te waarderen op de ranglijst van succesvolle naoorlogse kabinetten. Veel meer kritiek is mogelijk op het kabinet-Den Uyl, de kabinetten-Van Agt en het kabinet-Lubbers II. Toen kort na het aantreden van het kabinet-Den Uyl Nederland werd getroffen door sterk stijgende energieprijzen, een wereldwijde recessie en een zwak herstel daarna, zochten politici de oplossing in al maar meer overheidsbestedingen ter compensatie van de conjuncturele terugval. Dat beleid was echter fundamenteel verkeerd. En terwijl in bijvoorbeeld Duitsland en Zwitserland de onhoudbaarheid van een al maar hoger financieringstekort en een oplopende inflatie snel werd ingezien, ging Nederland door op de verkeerde weg. Het 'éénprocentsbeleid' van de minister van Financiën uit 1976, Duisenberg, hield in dat de overheidsuitgaven als percentage van de nationale economie ieder jaar met één procent mochten stijgen. Een evident onhoudbaar beleid op de langere termijn.

Het kabinet-Van Agt I bleef op diezelfde verkeerde weg, beloofde ombuigingen, maar ontbeerde de wil en het maatschappelijk draagvlak om die door te voeren. Ook het kabinet Van Agt-II slaagde er niet in de onhoudbare trend in de openbare financiën te keren. Onder de toen geldende politieke spelregels was minister Van der Stee van Financiën evenmin als zijn voorganger Andriessen opgewassen tegen de druk van collega-ministers om bezuinigingen niet te effectueren. Als zwak valt ook aan te merken het sociaal-economische beleid van het kabinet-Lubbers II (1986-89). Gehandicapt door foute ramingen en door een onvoorziene sterke daling in de energieprijzen en daarmee de belastingopbrengsten uit het aardgas, hield deze regering op met bezuinigen toen in 1988 en 1989 de economische groei aantrok. Veel van de budgettaire winst van het voorafgaande kabinet-Lubbers I werd verspeeld, waardoor het volgende kabinet-Lubbers III, met Kok als minister van Financiën, zich opnieuw geconfronteerd zag met de noodzaak tot aanzienlijke bezuinigingen op de overheidsuitgaven.

HET BESTE KABINET

1 Lubbers I (CDA-VVD) 1982-1986

2 Lubbers III (CDA-PvdA) 1989-1994

3 Kok (PvdA-VVD-D66) 1994-199?

4 Lubbers II (CDA-VVD) 1986-1994

5 Den Uyl (PvdA-KVP-ARP) 1973-1977

6 Van Agt I (CDA-VVD) 1977-1981

7 Van Agt II (CDA-PvdA-D66)1981-1982