Weinig emotie bij Atherton

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. David Atherton. M.m.v. Koor van de Nederlandse Opera; Godelieve Schrama, harp; Siebe Henstra, klavecimbel; Jean-Yves Thibaudet, piano. Werken van Honegger, Martin en Franck. Gehoord: 10/9, Concertgebouw Amsterdam. Herhalingen: 11/9; 12, 14/9 met Messiaen i.p.v. Martin.

De vorige week overleden Georg Solti, die vanaf 1955 regelmatig het Koninklijk Concertgebouworkest dirigeerde, werd gisteren tijdens het eerste abonnementsconcert van het gezelschap gememoreerd met een necrologie die de bezoekers kregen uitgereikt. Dat het orkest deze week wordt geleid door David Atherton, een 'ontdekking' van Solti, is in dit kader toepasselijk, maar toevallig. Toen Sir Georg nog in leven was, had Riccardo Chailly al gemeld dezer dagen zijn orkest niet te zullen dirigeren.

De Engelsman David Atherton (1944) werd door Solti in 1967 naar het Royal Opera House Covent Garden in Londen gehaald, waar hij twaalf jaar lang resident conductor bleef. Atherton werd verder bekend als oprichter en dirigent van London Sinfonietta, hij leidde operaproducties in de Milaneese Scala, bij The Metropolitan Opera en ook dirigeerde hij de Berliner Philharmoniker. Tegenwoordig is hij music director van het Hong Kong Philharmonic Orchestra.

Ontegenzeggelijk een aardige staat van dienst. Wie echter een radieus dirigent verwachtte, kwam wat bedrogen uit. Bij zijn debuut bij het Concertgebouworkest maakte Atherton vooral een degelijke, gedistingeerde indruk. Honeggers Le chant de Nigamon kreeg een nette uitvoering. Achter de onschuldige titel van het werk gaat een verschrikkelijk fysiek lijden schuil. Het symfonisch gedicht verhaalt van een gescalpeerde indiaan, die met bloedend hoofd in de likkende vlammen van een brandstapel zijn laatste geluiden uitstoot. Honegger voorzag dit tafereeltje van afstandelijke, poëtische klanken. En zo klonk het ook in de uitvoering onder Atherton. Emotie of zelfs mededogen was ver te zoeken.

Bij de Petite symphonie concertante van Frank Martin boeiden de contouren, de details minder. Het haast klassiek opgezette trippelconcert voor harp (Godelieve Schrama), klavecimbel (Siebe Henstra) en piano (Jean-Yves Thibaudet), onder begeleiding van twee strijkersgroepen, kreeg een evenwichtige dynamische structuur. Van de solisten was het Thibaudet die zich onderscheidde met een heldere toon en een aanstekelijke timing.

De uitvoering van het symfonische gedicht Psyché van César Franck was het opmerkelijkst. Grote lijnen, doordachte dynamiek, heldere kleuren. Maar op het scherp van de snede werd niet gespeeld. Uiteindelijk deed Athertons optreden stiekem naar Chailly verlangen.