'Vrouw is Cuba's belangrijkste produkt'

In Havana kwam vorige week een toerist om het leven bij een bomaanslag op hotel Copacabana, de negende aanslag tegen de Cubaanse toeristenindustrie in twee maanden. Een kijkje in de 'de enige industrie die we hebben'.

HAVANA, 11 SEPT. “Ze zijn jong, gehoorzaam, en ze beschouwen je nog als een echte man”, zegt tandarts Marcello Monte (48) uit Milaan. Hij zit op de kunstleren bank van discotheek Copacabana, de geldbuidel stevig op zijn buik gebonden, en aan zijn voeten een paar splinterwitte sportschoenen voor de vakantie. Tevreden kijkt hij naar zijn nieuwe Cubaanse vriendin. Een opgemaakt meisjesgezicht, boven een nauwelijks volgroeid lichaam dat ze met slangachtige bewegingen voor zijn ogen beweegt.

Al sinds 1990 - “toen de Muur viel en alles hier makkelijker werd” - komt tandarts Monte naar Cuba. Soms wel drie of vier keer per jaar. Natuurlijk komt hij voor de vrouwen! Hij heeft geen enkele moeite dat te erkennen. Gemakkelijk en goedkoop. Waar vind je dat nog? “Een beetje als Italië in de jaren vijftig, toen onze vrouwen nog niet zo veeleisend waren”, zegt hij. Met zijn hand slaat hij op het glimmende stretchbroekje van zijn vriendin. Het meisje lacht niet-begrijpend, en zuigt aan haar cola.

In Granma, partijblad van de Cubaanse communisten, staat vandaag geen enkele verwijzing naar de bomaanslagen die sinds twee maanden de Cubaanse toeristenindustrie teisteren. De bommen die bij toeristenhotels of -restaurants zijn ontploft waren tot nu toe niet echt indrukwekkend. Eerder wat uit de kluiten gewassen zevenklappers. De 32-jarige Italiaanse ondernemer die afgelopen vrijdag in hotel Copacabana het leven verloor was het eerste slachtoffer.

“Ah, de bombitos” zegt de illegale taxichaffeur, terwijl hij zijn kanariegele Chevrolet uit 1954 behoedzaam door de straten stuurt. Net als de Cubaanse overheid wil ook hij niet te veel ruchtbaarheid aan de aanslagen te geven. Na de val van de Muur en de verscherping van het Amerikaanse handelsembargo is de toeristenindustrie Cuba's enige echte inkomstenbron. “Wie schiet er nu zijn eigen brood uit de mond?”, zegt de chauffeur en ook hierin geeft hij de revolutionaire regering van Castro gelijk: de aanslagen komen vanuit de Verenigde Staten.

Behendig stuurt hij zijn relikwie langs een zwarte jongen die op zijn zelfgefabriceerde riksha's twee roodverbrande mannen vervoert. Officiële cijfers zijn er niet. Maar de chauffeur ziet het somber in: “Het worden er steeds minder”, zegt hij. Mannen. “Steeds minder mannen.” Want daar draait de toeristenindustrie in Cuba tegenwoordig om.

Behalve een bejaarde non was ik dan ook de enige vrouwelijke toerist in het vliegtuig op weg naar Havana. Italiaanse, Mexicaanse en Amerikaanse mannen. Zonder stropdas of zakenkoffer. Met hunkerende hormonen vliegen ze op hun reisdoel af. “Op de boulevard.” “Bij de haven.” Met de door de luchtvaartmaatschappij verstrekte lollies in de mond wisselen ze vast de informatie uit. En handige tips: “Voor vijftig dollar heb je ze een hele week”, weet een ervaren Duitser zijn buurman te melden. “Ze zijn heel aanhankelijk.”

Het is al laat wanneer ik met Carlos (23) richting haven loop. De straten zijn nauwelijks verlicht, maar achter de jaloezieën van de vervallen huizen klinkt het ritme van de salsa. Slechts hier en daar gloeien openbare plukjes leven. Een verlicht terras voor de kathedraal. Een band speelt de beroemde hymne op commandant Che Guevara. Een groep Italianen zingt uit volle borst mee. De enige Cubanen op het terras zijn meisjes. Zwijgend hangen ze tegen de hun begeleidende buitenlander aan. “Twee dollar voor een flesje bier, drie voor een glas rum”, wijst Carlos. “Onbereikbaar voor een Cubaan.”

Verder lopen we door de donkere straten. Carlos vertelt over zijn baan als ober. Zes maanden slechts heeft het geduurd, zijn werk in het paradijs van de dollar. Zijn salaris in pesos was niet meer waard dan vijftien dollar per maand. Maar van de in die zes maanden vergaarde fooien in dollars heeft hij vervolgens drie jaar kunnen leven. “Wie wil er nog arts worden of professor, als je alleen in dollars kan kopen wat je nodig hebt?” Het toelaten van het bezit van Amerikaanse dollars voor Cubanen in 1993, zegt Carlos, heeft het land misschien wel dieper veranderd dan de socialistische revolutie zelf. Wat telt is het contact met de buitenlander. Alleen via hem loopt de weg naar olie, shampoo, zeep en vlees. Al jaren zijn deze producten geschrapt uit het basispakket waarop elke Cubaan tegen kostprijs recht heeft. “Het is misschien raar om te zeggen”, zegt Carlos, “maar in deze situatie is de Cubaanse vrouw ons belangrijkste product.”

Verstrooid kijkt Carlos naar de twee jongens die zittend in een autoband op het water dobberen. In de gloed van de olieraffinaderij zijn hun hengels goed te zien. Vissen is weliswaar verboden, maar het is eens wat anders dan elke dag ei. “Vroeger zouden ze achter de vrouwen aanzitten in plaats met hun kont in het water te hangen.” Hij schudt zijn donkere krullen. “Ik vertel je: de Cubaanse macho maakt een crisis door.”

Hij vertelt over zijn vriendin. Drie jaar waren ze samen. Ze waren zelfs getrouwd. “Maar ik kon haar niet geven wat ze wilde.” Ze wilde uit, dansen, drinken. Maar er was geen geld. Er kwamen ruzies en uiteindelijk heeft ze het met een Canadees aangelegd.

“Het liefst heb ik gewoon de zeelui”, zegt Mona. “Eén uur, twee uur, en je bent klaar. Ze betalen vooruit, en je weet waar je aan toe bent.” Op haar hoge benen stapt ze door de flat. Eén kamer waar ze samen met haar ouders, broer, schoonzus en twee neefjes woont. Terwijl haar vader probeert de oude ijskast aan de praat te krijgen, houdt Mona haar gezicht voor de ventilator. Net tien dagen met een Italiaan achter de rug, zegt ze vermoeid. Elke dag op stap. Eten, drinken, en spelen dat je zijn vriendin bent. “En daar hou je dan zestig dollar aan over.”

Prostitutie is in Cuba verboden. De meeste contacten met buitenlanders spelen zich af onder de dekmantel van 'verliefdheid' of 'vriendschap'. Beide partijen weten waar het om gaat. Maar de 'normale' onderhandelingen van de prostitutie - zoals vooruit de prijs vaststellen en betalen - bestaan niet. “Een beetje afwachten wat hij je aan het aan het eind geeft hè”, zegt Mona en opent het flesje rood-bruine nagellak dat ze van haar Italiaan heeft gekregen. Weg wil ze, zegt ze terwijl ze op haar nagels blaast. Weg, waar naar toe? Mona haalt haar schouders op. “Naar Thailand”, zegt ze. Thailand? Ze knikt. Een Hollandse vriend heeft haar erover verteld. “Ze zeggen dat het daar goed is.”

Een voormalige soldaat uit El Salvador heeft volgens de Cubaanse autoriteiten bekend de dader te zijn van een reeks bomaanslagen op hotels in Cuba.

Volgens het Cubaanse persbureau Prensa Latina heeft de man, Raul Ernesto Cruz Leon, bekend te hebben gehandeld in opdracht van een Cubaanse ballingenorganisatie in Florida. Zijn enige motief zou van financiële aard zijn geweest. De “huurling” Cruz Leon zou in juli al twee bommen hebben gelegd in hotels in Havana. Bij de explosies vielen toen drie gewonden. Vervolgens had hij Cuba verlaten, om op 31 augustus terug te keren. Midden vorige week plaatste hij volgens Prensa Latina opnieuw bommen, vier in getal, in drie hotels en een onder toeristen geliefde bar-restaurant. Bij de aanslag op een van de hotels kwam een in Canada wonende Italiaanse toerist om het leven.

Volgens de Cubanen waren de bomaanslagen een poging van de ballingenorganisatie om Cuba te treffen op de economisch meest gevoelige plek: de toeristenindustrie, de belangrijkste bron van harde valuta. Cruz Leon kreeg voor elke aanslag 4.500 dollar. Hij zou voor de aanslagen in El Salvador zijn opgeleid. Bij zijn arrestatie zou hij een lijst met toeristenhotels en handleidingen voor het gebruik van explosieven bij zich hebben gehad. (Reuter)