Vrijwillige belasting ter verbetering van Amerikaanse stadswijken; Het herstel moet ergens beginnen

In steden door heel Amerika neemt het bedrijfsleven taken op zich die traditioneel werden verzorgd door de overheid. Via een vrijwillige belasting betalen ondernemers stadswachten en schoonmaakploegen om de jarenlang verwaarloosde stadscentra schoon en leefbaar te maken. Baltimore is met ruim vijf jaar ervaring een van de voorlopers.

Een enkele ondernemer in de binnenstad van Baltimore had er aanvankelijk wel moeite mee. Waarom zou het bedrijfsleven zichzelf een extra belasting opleggen? “We betalen al genoeg belasting aan de overheid”, luidde de klacht. “Laat die eerst maar eens waar voor zijn geld bieden”.

Maar dat was nu juist het probleem. Net als in steden door heel Amerika was het centrum van Baltimore, de grote havenstad in Maryland, jarenlang verwaarloosd. Veel kantoren en winkels stonden leeg, woningen waren er nauwelijks nog en wie er niets te zoeken had bleef er uit de buurt. De bevolking was verhuisd naar de voorsteden, de warenhuizen naar grote shopping malls en nieuwe bedrijven vestigden zich langs de ringweg of andere snelwegen.

Door die leegloop kwam er steeds minder belasting binnen en had de gemeente geen geld om de binnenstad voor de naderende ondergang te behoeden. De banken, kantoren en kleine winkels die nog in het centrum waren achtergebleven konden niet lijdzaam afwachten tot de situatie zou verbeteren. Wilden ze de waarde van hun geïnvesteerde kapitaal beschermen, dan zat er niets anders op dan zelf te zorgen dat het hart van de stad weer veilig en schoon zou worden. Alleen op die manier konden ze zorgen dat ze hun personeel en hun huurders niet kwijtraakten, en dat het winkelende publiek hen op den duur weer zou weten te vinden.

Het bedrijfsleven in het centrum van Baltimore deed wat sindsdien ondernemers in honderden grote en kleine Amerikaanse steden hebben gedaan: het riep een zogeheten Business Improvement District, of BID, in het leven. Zo'n BID is een deel van de stad waarin de eigenaren van onroerend goed overeenkomen zichzelf een belasting op te leggen, om te kunnen betalen voor schoonmaakploegen, geüniformeerd beveiligingspersoneel op straat en in het algemeen voor een verbetering van het imago van de stad. In veertig van de vijftig Amerikaanse deelstaten bestaan wetten die dergelijke geprivatiseerde dienstverlening mogelijk maken. Als 51 procent van de bezitters van onroerend goed in een bepaalde wijk met de oprichting van een BID instemt, dan moet de minderheid zich erbij neerleggen en ook aan de nieuwe diensten meebetalen. In de praktijk functioneert een BID als een samenwerking tussen het bedrijfsleven en de stad; de laatste int het geld voor de BID en belooft dat politie en gemeentereiniging het peil van hun dienstverlening niet zullen verlagen nu ze privaat gefinancierde assistentie krijgen. Bezitters van onroerend goed in de binnenstad van Baltimore betalen 3,8 dollarcent per 100 dollar aan geschatte waarde van hun pand.

Op een door-de-weekse dag heerst er in het centrum van Baltimore een gemoedelijke drukte, wat in een Amerikaanse binnenstad niet vanzelfsprekend is. Er is intensief verkeer, er lopen veel voetgangers langs de etalages, restaurants en coffeebars. En afgezien van een aantal leegstaande winkels en kantoren en hier en daar wat zwervers, biedt de buurt een levendige en redelijk opgeruimde aanblik. Graffiti is er nauwelijks. Het is duidelijk dat nog veel panden voor renovatie in aanmerking komen, maar een stadswandeling is niet de beklemmende ervaring die het in veel andere Amerikaanse steden is.

Wie goed oplet kan in het gebied van 106 stratenblokken enkele van de 45 stadswachten tegenkomen of enkele van de 28 straatvegers - die op het hoofdkantoor van de BID “schoonveeg-ambassadeurs” worden genoemd, omdat ze niet alleen op straat zijn om schoonmaakwerk doen, maar ook om voorbijgangers de weg te wijzen of toeristische tips te verstrekken. “Ze kunnen je zelfs helpen bij het plakken van een lekke band”, zegt Michael Evitts, woordvoerder van de BID.

Wie nog beter oplet kan op drukke straathoeken één van de zestien videocamera's zien hangen, die de veiligheid op straat moeten verhogen. De American Civil Liberties Union (ACLU) heeft tegen de camera's geprotesteerd (“Het is een Orwelliaanse nachtmerrie: Big Brother houdt ons op straat in de gaten.”), maar dat heeft kunnen niet verhinderen dat hun aantal binnenkort wordt uitgebreid tot 64. De bevolking van Baltimore is er blij mee, zegt Frank Russo, de voormalige politieman die directeur is van de beveiligingsdienst van de BID. De videosurveillance zou een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de terugdringing van de criminaliteit in de wijk.

Van metropolen als New York en Los Angeles tot kleinere steden als Des Moines in Iowa is het idee van de BID aangeslagen. In een land dat ruim 200 jaar geleden uit een belastingrevolte is ontstaan en waar de bevolking nog altijd bezeten is van de vrees te veel belasting te betalen, is de vrijwillige belasting een opmerkelijke ontwikkeling. Maar Philadelphia heeft zich ermee kunnen bevrijden van de bijnaam Filthydelphia. New York heeft er een aantal wijken op Manhattan mee uit het slop getrokken (onder meer de buurt rond Times Square). En zelfs Washington heeft deze zomer besloten om zijn binnenstad op deze manier aantrekkelijker te maken - al zal men zich daar waarschijnlijk niet wagen aan de videocamera's op straat. Met een begroting van 7,7 miljoen dollar, een met walkietalkies uitgeruste veiligheidsploeg van 55 man en nog eens dertig schoonmakers, wordt de BID in Washington een van de grootste van dergelijke organisaties in het land.

Maar hoe breed het enthousiasme over de verbeteringen die de BID's in Amerikaanse steden tot stand hebben gebracht ook is, een wondermiddel dat alle grootsteedse problemen kan oplossen is het niet. In Baltimore is de afgelopen vijf jaar grote vooruitgang geboekt, maar dat was nooit gelukt zonder de renovatie - met veel overheidsgeld - van de Inner Harbor. Dit oude haventje waar ooit vervallen pakhuizen en fabrieken stonden, is nu een toeristenbestemming met een prachtig aquarium, een maritiem museum en grote hotels en conferentie-oorden. De nieuwe charme van de Inner Harbor (die net buiten het gebied van de BID valt) heeft het bedrijfsleven het noodzakelijke vertrouwen gegeven om de verbetering van de binnenstad aan te pakken. De voorspoedige economische ontwikkeling in het land heeft zeker ook geholpen, en in het bijzonder de geslaagde overgang die Baltimore heeft gemaakt van een havenstad met veel (ten dode opgeschreven) zware industrie, naar een economie die meer gericht is op dienstverlening en de bancaire sector.

De opgeruimde straten in het stadshart doen de bezoeker bijna vergeten dat er in de stad nog tal van andere oude wijken zijn, waarvoor géén redding in zicht is. Voor de verpauperde, hoofdzakelijk zwarte buurten waar geweld en drugshandel het leven ondraaglijk maken en de dood bijna alledaags, kan een BID geen oplossing bieden. Op wat slijters en de drugsdealers na, is er nauwelijks enige commerciële activiteit. De zwarte middenklasse is allang vertrokken naar de voorsteden. En in de binnenstad kunnen de stadswachten, die volgens hun directeur Russo fungeren als “de oren en ogen van de politie”, niet meer doen dan zorgen dat het geweld zich niet naar hun territorium verspreidt.

Maar het herstel moet èrgens beginnen, is de filosofie achter de Business Improvement Districts, en waar beter dan in het centrum? Een van de populairste initiatieven van de BID is de zogeheten avond-escorte: wie tot laat in de avond op kantoor werkt kan per telefoon gratis een stadswacht laten komen voor een veilige begeleiding naar auto of openbaar vervoer. Een ander praktisch initiatief is de afspraak met alle instellingen en bedrijven in de stad om 's avonds zoveel mogelijk lichten te laten branden, wat het gevoel van veiligheid vergroot. En de volgende stap, zegt woordvoerder Evitts, is het stimuleren van woningbouw in het stadscentrum.

Desondanks is het doel van de BID's, in Baltimore en elders, niet om het oude stadshart van weleer weer in zijn oude stijl tot leven te wekken. De binnenstad wordt nieuw leven ingeblazen om er iets nieuws van te maken. Model staat daarbij de shopping mall: een omgeving die veilig en schoon is, waar Amerikanen graag winkelen en uitgaan en die helemaal beheerst kan worden door beveiligingsdiensten en conciërges. Het is een zogeheten “managed environment”, waar alles gericht is op de klant. Lastige nevenverschijnselen van de stad als daklozen worden buiten de deur gehouden. Hoe de stadswachten dat in hun districten doen is niet helemaal duidelijk: in New York is de BID van het gebied rond Grand Central Station in opspraak gekomen omdat stadswachten daklozen die lagen te slapen in de hokjes van geldautomaten met geweld verwijderd zouden hebben. De meeste BID's geven financiële steun aan opvanghuizen voor daklozen, Washington belooft hun werk te geven in de schoonmaakploegen.

De krant Christian Science Monitor schamperde onlangs dat de Amerikaanse steden door de BID's tot een soort keurige Disney Worlds worden. Maar de binnenstad van Baltimore is nog braver dan Disney World, want in het amusementspark bestaat immers een uitgebreid avondleven met feest en vuurwerk.

Voor Larry Geter, eigenaar van de platenzaak Dimensions in Music, in het hart van de stad, is dat precies wat er aan het nieuwe Baltimore ontbreekt. “Er is in de vijf jaar dat ik hier een zaak heb veel verbeterd. Panden zijn opgeknapt, de straat is schoon, ik heb geen dronken zwervers meer naast de deur. Maar dat vertaalt zich niet in een hogere omzet. En dat komt omdat het echte stadsgevoel hier nog altijd ontbreekt. Om zes uur 's avonds zijn de straten hier uitgestorven. En de restaurants hier tegenover gaan al om twee uur 's middags dicht, meteen na de lunch. Zo geef je mensen niet het gevoel dat ze hier naartoe moeten komen omdat hier van alles gebeurt.” Geter heeft het opgegeven in de fraai opgeknapte Charles Street. Volgende maand verhuist hij zijn zaak naar een buurt die minder aangeveegd is, maar wel levendiger.