Visuele ankerpunten van onze cultuur

Tijdens de elfde landelijke Open Monumentendag staat de 'School als monument, monument als school' centraal. Een gelukkig gekozen thema: monumenten zijn door hun architectonische en historische standvastigheid een symbool voor culturele continuïteit.

In mijn lagere schooltijd scheen altijd de zon. Hoever ik ook in mijn geheugen duik, geen herinnering aan een schooldag met slecht weer komt mee naar boven. 's Winters was het koud, maar zonnig en de herfst leek niet te bestaan. Toch weet ik wel van verregende vakantiedagen, dus er heeft zich in mijn geheugen geen totale klimaatverandering voltrokken. Later op het lyceum lag het anders, maar merkwaardig genoeg zijn de herinneringen aan slecht weer daar gekoppeld aan bepaalde lessen: zonnig Nederlands, aardrijkskunde en natuurlijke historie, druilerige staatshuishoudkunde en regenachtige scheikunde - zure regen, toen al.

De school is het, gelukkig gekozen, landelijke thema van de Open Monumentendag dit jaar. Van het motto 'School als monument, monument als school' is vooral het tweede deel treffend. Want een van de mooie functies van zowel monumenten als scholen is dat ze zorgen voor het besef van culturele continuïteit. Monumenten doen dat niet alleen door hun architectonische en historische waarde, maar vooral door de standvastigheid die ze als eigenschap lijken te hebben. Ze waren er vroeger, ze zijn er nu en alles wijst erop dat ze er straks nog zullen zijn. Door hun publieke karakter confronteren ze ons meer dan andere culturele uitingen met het verleden. Schilderijen in een museum kan je ongezien laten, muziek van Diepenbrock hoor je zelden en hoeveel mensen lazen onlangs nog Bredero of Beets? Monumenten daarentegen worden elke dag geconsumeerd. Tienduizenden mensen zien dagelijks de Servaasbrug in Maastricht,de toren van Zaltbommel, het Witte Huis in Rotterdam of Oldehove in Leeuwarden. Monumenten zijn de visuele ankerpunten van onze cultuur. Zij stellen ons in staat veranderingen te ervaren en te begrijpen. Zonder het vertrouwde bestaat er geen avontuur. Zonder het blijvende is er geen verandering.

Aan verandering zijn veel schoolgebouwen ten prooi gevallen. Goed beschouwd is het verwonderlijk dat er nog monumentale schoolgebouwen als school in gebruik zijn, dat ze niet wegens functionele veroudering zijn gesloopt of als woonhuis,studio, architectenbureau of café, een tweede leven zijn begonnen. Zo veel dynamiek is er in opvattingen, idealen, functionele uitgangspunten en programmatische voorwaarden. Nog meer dan op de woningbouw is de invloed van de overheid op de scholenbouw verstrekkend. Vanaf 1800 hebben in opeenvolgende wetten vastgelegde onderwijshervormingen duidelijk herkenbare gevolgen gehad, voor het aantal gebouwde scholen, voor de functionele kenmerken en voor, in letterlijke zin, de vorm van het onderwijs.

De onderwijswetten uit het begin van de negentiende eeuw, gebaseerd op de ideeën uit de Verlichting, introduceerden het klassikale systeem. Dat stelde eisen aan het schoolgebouw en de inrichting die voorheen niet golden. Scholen werden niet meer gehuisvest in ruimten als schuren en pakhuizen, maar in speciaal voor dat doel ontworpen gebouwen. Aan het eind van de negentiende eeuw gaf de overheid voorschriften voor leerlingaantallen, ventilatie, lichttoetreding en vierkante en kubieke meters per leerling. Ook werden er nieuwe schooltypes geïntroduceerd als de HBS en de MMS - voor de jonge generaties: de MMS was een HAVO voor meisjes. Toen al volgden de onderwijswetten elkaar in hoog tempo op. Een verschijnsel dat zich, via de Mammoetwet, Hoger Onderwijs voor Velen, de operatie Taakverdeling en Concentratie en de Basisvorming tot in onze dagen voortzet. En steeds weer leidt het tot bouwexplosies, bouwkundige vernieuwing en verandering: van zaalscholen, portiekscholen, gangscholen en paviljoenscholen tot studielandschappen. De cirkel is rond, want het 'hoofdelijke' onderwijs in de zaalscholen van voor 1800, doet erg denken aan het 'individuele' onderwijs in het studielandschap van nu. Ook toen was het lastig orde houden.

Goede architectuur doorstaat elke onderwijsvernieuwing. In de periode tussen 1910 en 1930 zorgden de Amsterdamse School, de Art Nouveau en het Nieuwe Bouwen voor een bloeiperiode in de scholenbouw, gevoed door didactische opvattingen over het belang van een goede omgeving voor de ontwikkeling van het het kind.

Ik weet niet of de juistheid van deze opvattingen ooit is bewezen. Wel kan ik achteraf reconstrueren dat mijn zonnige associaties met Nederlands en de regenachtige met scheikunde, niet te maken hebben met het verschil in appreciatie van de vakken, maar met de oriëntatie van de leslokalen. Op het lyceum lagen de lokalen voor economie en scheikunde aan de sombere cour op het noorden, voor de andere vakken op het zonnige zuiden.

INF0RMATIE

Open monumentendag

Tijdens de elfde Open Monumentendag zijn op zaterdag 13 september in 375 gemeenten monumenten te bezoeken. Op 150 plaatsen is inhoud gegeven aan het landelijk thema 'School als monument, monument als school'. Alle informatie staat in de Open Monumenten Krant, onder meer te verkrijgen bij de VVV-kantoren, en op de Internetsite http://www.Bouwfonds.nl. Een aantal monumenten is ook op zondag 14 september opgesteld.

Monumentale schoolgebouwen

Het boekje Monumentale schoolgebouwen geeft inzicht in de ontwikkeling van het schoolgebouw in de laatste tweehonderd jaar. Prijs ƒ 6 exclusief verzendkosten. Te bestellen via een bon in de Open Monumenten Krant en wellicht ook te verkrijgen tijdens de Open Monumentendag.

Een diaserie gebaseerd op het boekje is op een aantal plaatsen te zien tijdens de Open Monumentendag. Een handleiding met de diaserie is te bestellen bij de Stichting Open Monumentendag (telefoon 020-422118) voor ƒ 45 exclusief verzendkosten.